In de winkel van een bakker in de Rue St.-Jacques in Parijs was altijd veel volk, niet alleen omdat het brood daar zo lekker was, maar vooral omdat die bakker zo een uitzonderlijk man was. Als er ‘s morgens een vrouw binnenkwam met een bedrukt gezicht, vroeg de bakker: “Wat scheelt eraan?” En als die vrouw hem dan vertelde: “Mijn dochtertje ligt in het ziekenhuis”, dan nam hij een stokbrood, brak er een stuk af en gaf het aan de vrouw. Hij zelf nam ook een stuk en dan zei hij: “Kom laten we samen dit brood eten en denken aan je kind”. En als er in die tijd nog iemand binnenkwam, dan reikte hij die ook een stuk brood en zei: “Kom, eet samen met ons dit brood, want deze vrouw is bedroefd”. Als even later een meisje binnensprong vroeg hij: “Waarom ben je zo blij?”, “Wel, ik ga deze week trouwen, ik hoop dat het een mooie dag zal worden”. Dan nam hij weer een stuk brood, deelde het met de anderen en zei: “Laten wij samen blij zijn, laten we hopen dat het meisje een mooie dag zal hebben”. Zo deelde hij in het leven van iedereen en samen, als een vriendengroep, deelden zij lief en leed. Zoals de bakker uit Parijs met zijn brood de mensen vriendschap en liefde aanbood, zo wil Jezus ons zijn leven en liefde aanbieden. Als wij dan dit Brood uit de handen van Jezus willen aannemen, als een teken dat wij zijn levenswijze willen delen, dan krijgen wij hoe langer hoe meer deel aan het Rijk Gods. Het Rijk Gods geschiedt, wanneer op deze aarde gebeurt wat God in zijn hemel voor ons, mensen, bedacht heeft. Jezus maakte het Rijk Gods op een unieke wijze zichtbaar voor de mensen van zijn tijd. In zijn handelwijze konden zij de liefde van God erkennen en ervaren. Door samen met ons tijdens de Eucharistie het brood te breken en te delen roept Hij ons op om in verbondenheid met elkaar in deze tijd een teken te zijn van Gods zorgende liefde voor elke mens. Gedachtenis vieren wil zeggen: doen wat Jezus ons heeft voorgedaan toen Hij dankend aanvaardde een gegeven mens te zijn.
Telkens als de priester ons het heilig Brood reikt, zegt hij: “Dit is het lichaam van Christus”. Sommigen zeggen dan: “1k geloof”. Zij die nog een beetje moderner zijn, zeggen: “dank u”, maar het enige antwoord dat past is: “Amen”. Ja, zo zij het. “Lichaam van Christus”, deze formule is overgenomen uit de oude NoorAfrikaanse liturgie en de betekenis daarvan was: ‘‘ Denk eraan als je communiceert met het lichaam van Christus, dan moet je zelf lichaam van Christus worden in deze wereld. Als de gelovige dan “amen” antwoordt, wil hij daarmee zeggen: “ja, dat wil ik. Ik wil lichaam van Christus worden door op mijn plaats in de maatschappij gebroken brood te worden voor anderen, geschonken wijn van liefde voor allen”.
“Zijn vlees eten en zijn bloed drinken” is één worden met Jezus en leven vanuit de gezindheid die was in Hem. Dit ‘gegeven zijn voor anderen’, is de meest karakteristieke trek van de Kerk. De eerste christenen hebben dat goed begrepen, zij sloegen de brug van het altaar naar het volle leven en bouwden daarom bij elke basiliek een zieken-, gast- en weeshuis. Zo bestendigden zij de tegenwoordigheid van Christus onder de mensen. Maar zij sloegen ook tegelijkertijd telkens weer de brug vanuit het leven naar het altaar om zich daar te sterken voor hun inzet ten bate van het leven in deze wereld. Tweeduizend jaar hebben de christenen zich gevoed met dit levende Brood en zij zullen dat blijven doen totdat het brood verdeeld is tot aan de armste man, de verste bewoner in deze wereld. Zo breken wij het Brood, totdat Hij wederkomt!