Waar leef je van?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Jezus kon zeer eenvoudig vertellen. Iedereen verstond Hem. Maar hier ontpopt Hij zich tot een wat saaie en bovendien slechte professor. Hij vertelt onbegrijpelijke dingen en gaat niet eens in op de vraag van zijn publiek om meer uitleg: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?’ Jezus gaat onverstoorbaar door en drijft de zaken op de spits.

Dat staat allemaal te lezen in de broodrede van Johannes, een lange uiteenzetting die volgt op het broodwonder. Johannes houdt van dubbele bodems. In feite gaat het hier over de eucharistie. Het brood is het lichaam van de Heer en de wijn is zijn bloed. De vraag ligt dan inderdaad voor de hand: hoe kan dat nu? Dat is een ernstige vraag. Ze heeft aanleiding gegeven tot ingewikkelde theologische uitleg. Maar ze is in zekere zin ook misleidend, alsof het om een soort bovennatuurlijke scheikunde zou gaan. We komen veel dichter bij de kern van de zaak met de vraag: hoe kan iemand in de liefde zo ver gaan, dat hij zichzelf te eten geeft? Dat Hij zelf wordt zoals brood dat wij nodig hebben om te leven?

Jezus daagt zijn toehoorders niet uit tot theologische scherpslijperij. In feite stelt Hij ze voor scherpe keuzen. Wat eten jullie eigenlijk? Waarvan leven jullie? En voedt dat ook echt? Neemt dat je honger weg, of blijf je toch altijd weer met een lege maag zitten? Mensen hebben altijd al geweten dat niet alles eetbaar en voedzaam is. Wat betreft her lichamelijke voedsel is dat besef sterk toegenomen: evenwichtige voeding, voldoende afwisseling, dieet… Maar voedsel is nog zo veel meer dan datgene wat door de maag gaat. Jezus’ uitdagende woorden gaan over alles waarvan een mens leeft. Waarvan leef je psychisch, in je gevoelsleven? Wat stilt je affectieve honger en wat ‘laat je op je honger’? Ook sociaal: van welke contacten leef je? Met wie ga je om? En hoe? Zijn dat contacten die doen leven en waarin je anderen tot leven brengt? En geestelijk: waarmee voed je je honger naar kennis en inzicht? Met dingen die het weten waard zijn, of met flauwe kost die overal te krijgen is?

Jezus’ hoogdravende taal over brood dat wel of niet leven geeft, gaat over alles waarmee wij ons voeden, in de breedste zin van het woord. De scherpte waarmee Hij zijn toehoorders voor de keuze stelt, zegt iets over alles wat ons aangereikt wordt om van te leven. Is dat voedzaam of niet?

In feite spreekt Jezus heel eenvoudige taal. Alles war Hij hier zegt, is bedoeld als commentaar op het broodwonder. De mensen hebben zich verzadigd aan het brood dat eerst door zijn handen is gegaan. De vraag die Hij dan stelt is: ‘Geef al datgene waarvan je leeft eerst maar eens aan Mij. Ook dat affectieve, sociale en geestelijke voedsel. Laat het eerst door mijn handen gaan. Ik zal je duidelijk maken wat voedzaam voor je is en wat niet. En van wat Ik je dan geef, zul je echt kunnen leven.'

Zoeken in Preken Online