Een taal die mogelijk is

B-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

Er zijn mensen die graag talen leren. Ze hebben daar een zekere vaardigheid voor of een zeker talent. Voor deze mensen zijn enkele vreemde talen vlot toegankelijk. Toch leren ze niets ‘zonder moeite’. Voor een vakantietrip kom je toe met de assimilmethode. Als je meer wil kennen, kost dat veel moeite…

Boven de lezingen van deze dag kun je bezwaarlijk schrijven: Bijbellezen zonder moeite. Het is taaie literatuur. De pastoors krijgen hier geen gemakkelijk hapje. De lectoren struikelen wellicht over de vreemdheid van de woorden. Zelfs met een vertaling in de omgangstaal blijft het moeilijk. Wat geschreven staat over wijsheid ten leven en over het brood ten leven vraagt om een intellectuele inzet die je niet behoeft voor de feuilletons op ons televisiescherm. Dat is meestal zo simpel dat je het zelfs zonder hersens verstaat! Daarmee kun je wel de loze avonduren vullen. Of dat volstaat om tot vervulling van leven te komen, is maar de vraag. Na de zoveelste praatshow blijft nog altijd de bedenking over: hoe diep raakt ons het informatiejargon?

Meer en meer denk ik dat godsdienst enkel met zinvragen bezig is. In ons dagelijkse bestaan schuwen wij deze vragen. Omdat we die vragen niet aankunnen? Omdat we deze vragen te filosofisch vinden? Te ver van onze tafel met brood en kaas en confituur? Is de taal van het geloof inderdaad niet te serieus, niet te zwaar en niet te plechtig? Moet je deze taal niet opsparen voor een begrafenisdienst? Hebben pastores dan toch gelijk als ze beweren dat ze nog enkel in de uitvaarten tot verkondiging komen? Heeft het christendom nog enkel iets te zeggen als een mens dood is? Als de familie en de vrienden eventjes tot nadenken worden gedwongen? Komt het geloof van de moderne mens enkel tot leven in het zicht van de dood?

Tegen zoiets protesteert natuurlijk het hele christelijke geloof. Wij zijn inderdaad met ernstige zinvragen bezig maar het schokt ons als alleen in de confrontatie met de dood en het kerkhof onze boodschap relevant zou zijn. Een pastor die leven wil bemiddelen, voelt zich ongemakkelijk bij deze vaststelling. Hij wil immers meer zijn dan een sacrale begrafenisondernemer. Draait alles om sterven en om dood?

In de lezing van Sint-Jan staat in acht verzen achtmaal het woord ‘leven’. Ook in het boek der Spreuken draait alles om leven. Dat is heel andere koek. Christenen zijn niet geroepen om enkel de dood te ‘vieren’ maar om het leven van mensen in de hoogte te steken. Wij cultiveren geen lijkgeur. Wij tooien wat ‘ten leven’ is. En daarvoor is Jezus een onmisbare component. Hij is daarvan het grote teken. Alleen maar jammer dat Johannes daarvoor niet de taal hanteert van onze veel verkochte magazines? Voor ons is echt leven van een andere orde. Echt leven is het diepste van het bestaan diep omarmen. Christenen zijn zo naïef te denken dat ze daarmee iets raken en aanraken wat duizendmaal meer waard is dan de duizend dingen die wij dringend en onmiddellijk moeten zien, elke dag en elke avond. Het christendom heeft het het niet op de kruimels begrepen. Het wil voedsel bieden, brood om van te leven.

Ook al is de verpakking eventjes moeilijk.

Zoeken in Preken Online