“Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zich zo aan zijn vrouw hechten dat zij één vlees worden. Zij zijn dan niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn.”
Een tekst uit het evangelie, die we vroeger vaak en tegenwoordig soms nog aan bruidsparen voorlezen. En ze verstaan die eenheid van denken, van voelen, van verlangen. Die gaat veel verder dan ‘t bed en de vereniging van het lichaam. De eerlijke wil om de dingen en mensen, het lief en leed niet meer alleen met de eigen ogen en oren te zien en te horen, maar te horen en te zien, te voelen en te verlangen door de ogen en oren van de ander.
Zoiets moet Jezus voor ogen hebben gestaan toen Hij opnieuw en met grote nadruk sprak over het eten en drinken van zijn vlees en bloed. En als zijn toehoorders er behoorlijk van schrikken en met elkaar aan het redetwisten gaan, neemt Hij er geen woord van terug.
Mij volgen, zegt Hij, is ten diepste voelen en verlangen wat Ik voel en verlang, is de wereld zien en horen door mijn ogen en oren, ja zelfs lichamelijk één worden met Mij.
En dat geschiedt bij ons in de eucharistie, waar zijn Woord gebroken, wordt gegeten en gedronken en de geheimzinnige gestalte aanneemt van brood en wijn. Een eeuwenoud gebaar, dat wij van Hemzelf ontvingen en waar Hij zich ten diepste in uitdrukt. Zo worden wij één vlees met Hem. En dan worden wij zijn woord, zijn lichaam, zijn handen, ogen en oren in de wereld van vandaag. En daarmee ga je uit naar allen, die niet zo gelukkig zijn.
Natuurlijk is dit alles nog niet bereikt, maar ieder die deelneemt aan de eucharistie neemt zich voor om stappen te zetten in die richting. Niet te grote stappen, want dan val je op je neus, maar wel stappen naar armen en ontrechten, naar angstigen en onverschilligen. En reken erop: Hij is in mij en ik in Hem, één vlees als we geworden zijn. En dan komen dood en ondergang niet meer ter sprake. Al weten we dan niet wat ‘eeuwig leven’ is, wat we wel weten is, dat we hij Hem voorgoed geborgen zijn.
Hoeveel vervreemding is er niet onder ons, hoe vaak blijven we door onbegrip en misverstand van elkaar gescheiden en wat zouden we graag willen dat de ander even maar zag en hoorde wat wij zien, of dat wij, al was ‘t maar een kort moment, in de ander konden kruipen, horen en voelen, zoals Hij. Jezus smeekt erom: dat we anders naar de wereld kijken, te beginnen met onze naaste omgeving.
Misschien denkt u wel eens terug aan uw eerste communie. Hoe zwaar de nadruk lag op de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus. En hoe eerbiedig en angstvallig wij er mee leerden omgaan. De vreugde van het ontvangen werd vaak weggedrukt door de angst fouten te maken en daarmee te zondigen.
Gelukkig zie ik tegenwoordig bij de kinderen alleen maar vreugde en onbevangenheid. Wat zou ik graag willen, dat ze terwijl ze verder groeien, ook de diepe vereniging met onze Heer in de Eucharistie zouden meenemen. Het zou hen zoveel meer vertrouwen kunnen geven in een steeds complexere wereld.
Voor veel oudere mensen is de Heer in zijn sacrament een echte levensbehoefte geworden. Ze zeggen met Paulus: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij. Want wij zijn één vlees geworden.” Het zijn die mensen waaraan het meestal te zien is, in hun vrijheid, in hun daden, dat Christus leeft in hen.