De taal van de liefde

B-cyclus · Tijd door het jaar · 20e zondag · groen

De evangelieteksten die we in deze tijd van het jaar lezen komen van Johannes. Ze komen steeds weer op hetzelfde onderwerp terug. ‘Ik ben het brood. Ik ben het leven. Ik ben het vlees. Ik kom van de vader. Geloof me toch. Ik heb de vader gezien. Ik werd door de vader gezonden. Eet van dit vlees, drink van dit bloed. Als je mijn vlees eet zul je leven, als je mijn bloed niet drinkt dan is er geen leven in je.’ Het is een lange serie herhalingen die je op den duur teveel kan worden. Het is een bijna eindeloze, geheimzinnige, en moeizame discussie. Hij insisteert, herhaalt, maar er wordt niet naar hem geluisterd. Het is het soort discussie die we allemaal kennen en meegemaakt hebben.

Daar staat je zoon voor je. Hij rookt geen sigaretten, maar iets heel anders. Hij snuift geen tabak, maar iets dat veel gevaarlijker is. Je praat tegen hem. Je praat en je praat. Je zou hem zo graag inprenten wat je van dit alles weet. Je zou hem zo graag overtuigen hoe gevaarlijk het is. Dat je dit uit ervaring weet. Maar hij blijft daar maar voor je staan. Het is alsof je geen contact met hem hebt. Wat je zegt dringt eenvoudigweg niet door. Hij blijft je maar zwijgend aankijken. En je zegt (of denkt) : ‘Als ik nu maar eens in je, in je hoofd en je hart, zou kunnen kruipen, Als jij nu maar eens door mijn ogen zou kunnen kijken.'

Of je staat voor je dochter, die prachtdochter, die ‘s morgens zo vroeg van disco’s en je weet niet wat komt. Die omgaat met allerhande mensen die je niet kent. Mensen waar je, als je helemaal eerlijk bent, zelf eigenlijk bang van bent. En je praat en praat. Je huilt, en je smeekt. Je doet een beroep op al je ervaring, je valt praktisch op je knieën en je zegt: ‘Als je nu maar eens wist, wat ik weet. Als ik je maar eens kon laten ondervinden, wat ik ondervond. Als ik je nu maar eens de teleurstellingen zou kunnen voelen, die ik voelde. Als je nu maar eens de bitterheid gedronken had, die ik dronk.'

Je ligt naast je geliefde. Je hebt een gevoelig meningsverschil. Voor jou is het heel belangrijk. Hij ziet dat niet, zij begrijpt het niet. Je neemt haar handen in die van jou, je kust zijn ogen. Je strijkt hem over zijn rug, je legt je hoofd in haar schoot, en je zegt: ‘Als ik nu maar eens jou zou kunnen zijn. Als ik het nu jou maar eens door mijn ogen zou kunnen laten zien. Als je het nu maar eens met mijn oren zou kunnen horen. Als je het nu maar eens met mijn handen zou kunnen voelen. Als je nu maar eens het brood zou kunnen eten dat ik gegeten heb. Als je maar eens mijn vlees zou kunnen zijn. Of ik het jouwe!'

Het is op die manier dat Jezus met hen die middag sprak. Hij wist dat alleen zijn wijze om het menselijk leven te leven - liefheb-bend, eenvoudig, vergevend, elkaar opbouwend, altijd bereid tot dialoog, godvrezend en het menselijk leven respecterend - de wereld en de mensheid zou kunnen redden. Hij wist wat er zou gaan gebeuren als zij, en de mensheid, niet naar hem zouden luisteren. Hij smeekt daarom: ‘Luister naar wat ik zeg. Ik weet wat er aan de hand is. Luister naar me. Probeer dingen aan te voelen zoals ik dat doe. Ik kom van God. Eet het brood dat ik eet. Drink wat ik drink. Eet mijn vlees, drink mijn bloed.'

Hij smeekte toen om begrip. Hij vroeg hun om hun leven te veranderen. Hij vraagt nu om ons begrip. Hij vraagt nu aan ons om ons leven te veranderen. Hij vraagt dat niet alleen, hij smeekt er om.

We weten hoe hij dat toen deed. We kunnen daarom ook vermoeden hoe hij het nu zou doen in onze wereld. Een wereld waarin miljoenen aan het doodhongeren zijn in Afrika, terwijl er in andere delen van de wereld te over is. Een wereld met situaties als die in het Midden-Oosten - in de streken waar hij zichzelf ooit zo thuis voelde -, in Noord-Ierland, in Zuidoost-Azië, en op zo veel andere plaatsen.

Hij smeekt en vraagt om te zijn zoals hij, om de wereld door zijn ogen te zien, om de klachten uit die wereld met zijn oren te horen. Het is zo dat hij ons vraagt hem te eten en te drinken.

De taal van liefde die zich gefrustreerd en bedreigd voelt. Een taal die ons in ons dagelijkse leven als overdreven overkomt. Een taal die we allemaal kennen en spreken als we emotioneel vastlopen op elkaar, zoals hij dat deed op ons.

Zoeken in Preken Online