Zij morden over Jezus

B-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Op een grote sabbat kwam een rabbi bezweet en vermoeid terug uit de synagoge. “Wat heeft u zo uitgeput?’ vroeg zijn vrouw. “De preek, zei hij. “Ik moest spreken over de armen, want alles wordt zo duur”.” En heb je met je preek iets bereikt?”, hernam de vrouw. “Ja voor de helft is het in orde, antwoordde hij, “want de armen zijn bereid te ontvangen. Maar wat de andere helft aangaat of de rijken bereid zijn te geven, dat weet ik niet.”

Zo is het gewoonlijk onder de mensen: de armen zijn wel bereid om te ontvangen, maar de rijken willen niet delen… Maar als het gaat over de verhouding van de mensen tot God, liggen de kaarten dikwijls anders: God is bereid de mensen alles te geven wat ze nodig hebben om zinvol te leven, maar de mensen zijn niet bereid om de gaven uit Gods hand aan te nemen.

De mensen staan afwijzend tegenover het aanbod van de Heer: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald, als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid.” “Zij morden”, staat er. Zij hadden geen behoefte aan de gaven uit de hemel, zij wilden alleen brood, dat hun levensbehoeften ‘nu’ zou vervullen. Op dat punt voelden zij zich arm genoeg om nog meer te ontvangen. Wij kunnen ons goed in hun situatie indenken, want onze tijd verschilt nauwelijks van de tijd van toen. Ook nu nog loopt men mensen achterna, die brood beloven. Brood is dan synoniem voor leven. Wij zien het nog elke dag, de mens wil leven. Hij gaat op vakantie naar Tenerife of Kreta, om de kwaliteit van het leven te verhogen. Hij wil leven door zich te verzadigen met consumptiemiddelen: Wein, Weib und Gesang. Wie zijn leven meent te kunnen vullen met zulk brood moet wel morren tegen Jezus, want hoe meer je dit brood moet delen met anderen, des te kleiner wordt het eigen stukje. Men wil het leven liever zelf in handen houden, er van maken wat men zelf wil, daarvoor hebben we geen brood uit de hemel nodig.

Als Jezus de mensen hun buik alleen had gevuld met brood dat vergaat dan zou Hij ze bedrogen hebben, een mens vraagt om meer. Hij kan slechts verzadigd worden door de liefde. Eten van het brood dat Jezus ons wil geven, is leven vanuit de gezindheid van Jezus, die het Brood nam, brak en verdeelde, brood gegeven voor iedereen.

Hoe meer iemand zijn leven als brood deelt met anderen, des te groter wordt hij, des te intenser leeft hij. De gaven van het Koninkrijk Gods vermeerderen naarmate je ze deelt met anderen, je komt zelf tot het volle leven als je het leven als een gave wil aannemen uit de hand van een ander en als je op jouw beurt je leven met anderen delen wilt. Zolang als je maar met één persoon, met enkelen het leven delen wil, blijft het altijd kwetsbaar en bedreigd. Naarmate we met meer mensen delen willen, des te dieper en intenser wordt ons leven. Zoals Helder Camara zegt: “als één mens droomt, is het slechts een droom, als vijf mensen dromen is dat al het begin van de verwerkelijking.” Hoe zou er dan de wereld uitzien, als alle christenen, die zich zo dikwijls voeden met het Levend Brood, voedsel en leven voor elkander zijn. Wij struikelen, omdat onze blik steeds naar verre sterren gericht is, terwijl we rondom ons het leven met elkaar zouden moeten delen. Alleen, delend met elkaar maken wij stukje voor stukje de hele wereld beter.

Onze rabbi zal zich nog erg moe moeten maken, ook al zijn de armen bereid om te ontvangen. Wij, rijken, zijn nog lang niet bereid om te delen, zoals de Heer? Of toch?

Zoeken in Preken Online