Reden tot ergernis

B-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Na de broodvermenigvuldiging houdt Jezus een lange redevoering, de welbekende broodrede in het evangelie van Johannes. De toehoorders krijgen het moeilijk en beginnen te morren. Dat laatste woord staat er niet toevallig. Het was net wat het joodse volk ook deed tegen Mozes, toen het in de woestijn ronddoolde en van honger dreigde om te komen. Toen begonnen de mensen te ‘morren’. In misnoegdheid en discussies gaven ze lucht aan hun twijfels betreffende God en zijn voornemens.
Johannes geeft heel precies aan waarom de joden nu tegen Jezus beginnen te morren: ‘Omdat Hij gezegd had: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald”.’ Waarom hebben die mensen zo’n last met Jezus’ woorden? Ze zeggen het zelf: ‘Die man uit Nazaret, die wij allemaal kennen, waar haalt hij de pretentie om zoiets van zichzelf te zeggen?’ Maar er is meer. Dat zinnetje over het brood zegt drie dingen die, over de schouders van Jezus’ tijdgenoten heen, ook ons tot ‘morren’ kunnen aanzetten.

Om te beginnen: het is niet moeilijk om te aanvaarden dat christelijk geloof een zekere feeling vereist voor wat het direct zichtbare en tastbare overstijgt. Religie heeft altijd te maken met gevoeligheid voor wat men vandaag graag ‘het bestaansmysterie’ noemt. Daar zal iedereen het wel over eens zijn. Zolang ook een christelijke verkondiging niet verder gaat dan dat, zal ze bij de meesten wel ingang vinden. Heel wat moeilijker wordt het evenwel als de concrete Bijbelse geschiedenis ter sprake komt. Daar blijkt immers dat God niet zomaar een vaag mysterie’ is, maar dat Hij ‘uit de hemel neerdaalt’ en zich daadwerkelijk in onze geschiedenis mengt. Hij gaat een verbond aan met dat welbepaalde volk en Hij stelt concrete, scherpe eisen, de tien geboden. Een God die zich met onze handel en wandel bemoeit, wekt ‘gemor’ op.

Het wordt nog scherper wanneer dat ‘mysterie’ een concreet gelaat krijgt, zoals dat van Jezus. Het christelijk geloof zegt niet alleen dat God bestaat en dat Hij zich met onze geschiedenis inlaat. Her identificeert God bovendien met een concrete mens. Die Jezus van Nazaret, Hij is de Zoon van God. Misschien vreemd om te zeggen, maar Jezus is tegelijk de grootste zegen en de grootste aanstoot van het christelijk geloof, zeker als Hij dan nog op een kruis sterft, Op Golgota was dan ook nogal wat gemor te horen.

Ten slotte zegt Jezus nog van zichzelf dat Hij brood is, levend brood. Heel die broodrede cirkelt voortdurend rond de eis dat wij van dat brood moeten eten. En dat het een kwestie van leven of dood is. Het spreekt vanzelf dat die woorden een dubbele bodem hebben. In feite gaat de broodrede over de eucharistie. Die is een kwestie van leven of dood, zegt Jezus. Nogal wat mensen zijn het daar vandaag niet mee eens en eten niet regelmatig van dat levende brood. Die woorden van de Heer blijven aanleiding geven tot gemor.

Zoeken in Preken Online