Toonbrood

B-cyclus · Tijd door het jaar · 18e zondag · groen

Deze week las ik in een tijdschrift over een Amsterdams bejaardenhuis, op algemene grondslag. De directie daar was op zoek naar een geestelijk verzorger. Deze mocht niet aan een bepaalde kerk gebonden zijn: dus geen dominee, geen priester, rabbi of humanistisch raadsman. Want in het bejaardenhuis waren mensen van allerlei overtuiging opgenomen. Mensen met en zonder geloof, mensen uit de communistische partij, mensen uit verschillende kerken. Maar één ding hadden ze allen gemeen. Ze hadden vragen bij hun leven. Ze vroegen zich af, waarom ze dingen wel of niet hadden gedaan. Waarom ze gebroken hadden met bepaalde instellingen of personen. Hoe zou het geweest zijn als zaken anders gelopen waren? Hoeveel pijn heb ik anderen bezorgd en wat heeft het mij gekost? Dit soort vragen met een raadsman of -vrouw doorspreken - meende de directie - kan de oude dag van een mens gelukkiger maken. Zodoende zochten ze naar een geestelijk verzorger.
In dat zelfde blad stond nog een ander artikel: de noodkreet van iemand in het ziekenhuis, nogal benauwd, omdat een levensbedreigende ziekte hem overkwam. Hij zei tegen de pastor, hij hem op bezoek: “Ik heb een kast vol boeken met antwoorden; ik heb de hele catechismus van buiten gekend; ik ben wekelijks naar de kerk gegaan. Maar als ik nu een boek uit de kast pak is het leeg van kaft tot kaft. Ik kan op dit moment met die antwoorden niets beginnen!”

Over dat zoeken van mensen, over die honger gaat het in het evangelie van vandaag. Voor ieder mens en voor iedere tijd heeft die een eigen gezicht, maar in wezen is hij van alle tijden. Als God manna laat regenen in de woestijn gaat het om die honger. Als Jezus zegt: “Ik ben het brood van het leven”, wil Hij op die honger inspelen.
Neem het Joodse volk en hun verblijf in de woestijn. De Joden zijn wel van hun slavernij verlost, maar verstoken van elke zekerheid. Ze hebben geen garantie voor de toekomst. Zij beelden onze menselijke situatie uit. Dat volk vraagt in de woestijn om brood, om zekerheid. Natuurlijk ook om lichamelijk voedsel, maar om nog veel meer. “Mozes, wat doen we in Godsnaam hier te midden van al dat zand? Waartoe zijn we op aarde? Wat moeten wij hier in die uitzichtloosheid?” Wat moet ik, wat moet u, wat moeten wij samen in Godsnaam hier op aarde? In deze woestijn? En dan is daar het antwoord: manna uit de hemel! Alles wat de woestijn niet is, wordt aangeboden: een bloeiende steppe, een oase van groen. Dat is veel meer dan maagvulling, het is het leven zelf, want Mozes komt van de berg met de Woorden van God.
Ongetwijfeld is het dat Woord van God, dat als antwoord aan de Joden wordt aangeboden: brood uit de hemel. Later zullen ze zeggen: ‘een lamp voor mijn voeten, de weg naar de toekomst, het ware brood.’ Elke dag kun je daar je portie van krijgen; zo niet clan blijf je leven in de woestijn. Dan leef je brodeloos en zonder zin. Achthonderd jaar later is daar Jezus: “Ik ben het ware Brood uit de hemel”, zegt Hij. En in Hem regent het opnieuw manna, weer regent het Woord van God.

Hoe is Hij Brood uit de hemel? Hoe is Hij antwoord op onze levenshonger? Hij zegt: “Lees de verhalen en versta ze, zie hoe dicht Ik bij God leef en hij de mensen.” In zijn levenskeuze worden de antwoorden duidelijk, in zijn leven kun je herkennen, dat je staat op vaste bodem. Ooit heeft God zich genoemd: “Ik ben er voor jou.” Dat is Jezus in levende lijve. Antwoord van God: “Ik ben er voor jou!”
Aan Mij zul je merken, zegt Jezus, dat God is, dat God doet als Brood; dat Hij je leven vult en je vragen voedt. Dagelijks Brood op weg naar het land van de toekomst.

Beste mensen, wij worden uitgenodigd om dat ook te zijn voor elkaar. Zoals Hij, zijn wij een actieprogramma, opdat de wereld zal weten, dat juist gebroken leven vruchtbaar kan zijn.

Zoeken in Preken Online