Brood is basisvoedsel. Brood is leven. Zonder dat is er geen denken en geen genieten. Dat is zo overal en altijd, waar ook ter wereld. Het brood mag een andere naam hebben: rijst of maniok. Hoe dan ook, de mens heeft een primaire behoefte aan voedsel. Wie Port-au-Prince of Calcutta met eigen ogen heeft gezien, zal niet geneigd zijn brood met hoge spiritualiteit te omgeven. Brood heeft daar te maken met een lege maag, punt uit. Indien God daaromtrent geen boodschap heeft, begrijpt de hemel de aarde niet. Dan wordt godsdienst een overbodige en gevaarlijke luxe.
Nu lezen we in het boek Exodus precies het tegenovergestelde. Het is het fameuze verhaal van het manna. Dat was brood uit de hemel. Merk op dat dit manna geen gebedsverhoring was. De mensen hadden immers niet gebeden. Ze waren kwaad. Kwaad op God die hen uit de handen van de farao had bevrijd. Ze hadden toen gejuicht en gedankt met luide liederen en dansen. Na de ellende van Egypte zou alles vanzelf gaan: leve de vrijheid!
Zo zit echter ons bestaan niet in elkaar. Zo werkt de vrijheid niet. Ook als de grofste slavernij voorbij is, moet een mens het leven en de vrijheid nog leren. Dat wordt geen enkele mens en geen enkel volk zomaar in de schoot geworpen. Het huis van het leven wordt opgebouwd met kleine stenen, elke dag. Dat vergeet menig bevrijd volk: het zal morgen voorgoed kermis zijn! Van zohaast de taart en de slagroom echter ontbreken, begint het volk te morren. Mozes en Jahweh God hebben dan het volk bedrogen. De hemel heeft verraad gepleegd. Zo heet dat dan.
Brood is dus meer dan zijn boterham verdienen. Brood is een gave, een geschenk. Brood is mildheid van leven door de hemel voor de aarde bestemd. Als die gave op zich laat wachten, is de hemel fout. Als de mens in de woestijn zit, dan is Gods adres dode letter. Nu leert ons het boek Exodus dat de hemel de aanklacht van het volk heeft gehoord. Het volk ontving voedsel voor één dag, telkens opnieuw. God vergeet zijn volk dus niet. Hij was zijn volk nabij toen het zingend wegtrok uit het land der slaven. Hij is het ook nabij als het morrend door de woestijn trekt. Morgen zal Hij ook nabij zijn als ze zullen binnentrekken in het beloofde land. Als het van de hemel afhangt, zal het volk op aarde nooit van de honger vergaan. Daar gaat het om in dit primitieve verhaal.
Wij hebben intussen wel begrepen dat brood meer is dan een portie calorieën. Meestal is het een poëzieloos verhaal. Als aan mensen voedselpakketten worden uitgedeeld, wordt meer gegeven dan wat in het doosje aanwezig is. Dan wordt leven gewekt. Dan worden mensenkinderen ernstig genomen. Al was het maar voor één dag… het leven gaat door. Mocht het morgen ook gebeuren en ook overmorgen. Of, zoals het in het evangelie staat: ‘Heer, geef ons te allen tijde dat brood.’ Gods gelaat op aarde zal duidelijker zijn als mensen te allen tijde brood hebben… en geven om te eten.
Zo zal Jezus dan het brood des levens zijn. Als mensen in de gave van het dagelijkse brood mogen ervaren dat de hemel met hun tafel van harte begaan is, dan zal God niet langer een vijand zijn van onze vreugde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.