Jezus noemt zich hier ‘brood des levens’. Hij doet dat terwijl hij omgeven is met mensen die hem om brood vragen. Er is duidelijk sprake van een misverstand.
Hij heeft hen verrast met het brood dat hij hun gaf toen ze honger hadden. Hij verwijt hen dat ze terug gekomen zijn om dat brood. Ze komen voor geen enkele andere reden. Ze hebben niet gezien dat het brood dat hij hun gaf een teken van iets anders was. Ze zijn daarin niet eens geïnteresseerd. Ze willen opnieuw gratis brood krijgen.
Zijn toehoorders ontkennen dat niet. Ze geven het toe. Daar gaat het hen om. Hij heeft gelijk. Ze zeggen dat hij voor hen moet doen wat Mozes deed: brood uit de hemel iedere dag.
Hij antwoordt hun daarop dat ze in dat soort van voedsel geïnteresseerd moeten zijn, maar dat er ook iets anders, iets meer blijvends is. Zelfs dat brood van Mozes was niet ‘het’ brood uit de hemel. Het hielp alleen maar van dag tot dag tegen de honger. Het was niet iets blijvends. Het was geen definitieve oplossing voor hun problemen. Misschien herinnerde zijn gehoor zich bij zijn woorden nog dat je dat manna niet eens had kunnen bewaren; je kon het alleen maar gebruiken de dag dat het viel. Alles wat overbleef bedierf terstond.
Dan begint hij over een ander brood te spreken. Het brood dat hijzelf is. Het brood dat alle honger definitief weg zal nemen, juist zoals ook je dorst definitief over zal zijn als je naar hem komt en luistert. Of, om het op een oosterse manier van spreken uit te drukken: de definitieve oplossing voor al de honger in de wereld is hem als ons levensbrood te nemen, hem ‘te eten en te drinken'.
Misschien dat een andere metafoor ons kan helpen om dit te begrijpen. Onder alle redenen die aangevoerd werden om de oorlog in de Perzische Golfte rechtvaardigen was er een motief dat te maken had met ons eten en drinken. Volgens sommigen was het zelfs de diepste reden. Die beweegre¬den was olie. Zelfs de generaals en politici, die zeiden dat het er om ging de internationale bestaansrechten van naties, en de universele rechten van de mens te verdedigen, voegden daar - misschien wel ondanks zichzelf - aan toe, dat het vooral om die olie ging. Ze deden dat door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Als er in Koeweit bananen, avocado’s of kiwi’s zouden groeien, dan zouden we daar niet zijn om oorlog voeren.'
We hebben die olie nodig voor ons levensonderhoud we hebben die nodig voor ons eten en drinken. We weten ook dat al de olie in de wereld straks op zal zijn. De olie kan dus geen definitieve oplossing zijn. Er is iets anders nodig. Een grondige verandering. Zolang we onze levensstijl niet veranderen zullen we in moeilijkhe¬den blijven zitten. Het gaat niet over wat we hebben, maar over hoe we leven.
In het Johannesverhaal zegt Jezus, dat ze iets anders nodig hebben dan het brood waar ze om vragen. Hij kan dat brood geven. Geen moeilijkheid. Hij kan dat zelfs verschillende keren. Er bleef zelfs meer over dan ze nodig hadden.
Die broodvoorziening kon de problemen van honger en armoe niet definitief oplossen. Ook daar was iets heel anders voor nodig. Een totale verandering. Niet alleen maar een verandering voor wat we ‘hebben’ of ‘niet hebben’. Maar een verandering van hoe we leven, van hoe we ‘zijn’. Het is op dit ‘zijnsvlak’ dat Jezus en zijn verhouding ten opzichte van bezit, God, wereld, en de ander nieuw is. Daarom noemt hij zichzelf het brood dat uit de hemel neerdaalt. Het brood dat leven aan de wereld geeft. Daarom zegt hij dat we als we van dat brood eten nooit meer honger onder ons zullen hebben, en dat we als we in hem geloven nooit meer dorst zullen krijgen.
Het zijn woorden die we vaak gehoord hebben. Ze klonken in iedere eucharistieviering die we meemaakten. In die sfeer bleven ze vaak te mysterieus en plechtig in de ijle liturgische wierooklucht hangen om ons leven concreet te beïnvloeden. Toch is dat zijn bedoeling. Zijn woorden zijn letterlijk waar. Als we zijn levenshouding aannemen en die in onze wereld uitwerken, dan zal er geen enkel kind van honger en geen enkele oudere van eenzaamheid sterven. We zouden elkaars voeten wassen en elkaar aan de tafel van onze wereld bedienen. We zouden sterven maar niet doodgaan, omdat we van dat levensbrood gegeten hebben.