Jezus vraagt geloof

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Het broodwonder was een groot fiasco. Het volk begreep dit teken van Jezus niet. Zij zagen niet in dat deze broodvermenigvuldiging slechts een teken was, een verwijzing naar het feestmaal dat Jezus voor alle mensen wil aanrichten. Zij zagen alleen naar de gave, naar het brood dat zij die dag nodig hadden, ze hadden geen oog voor de Gever, die zelf brood van eeuwig leven voor hen worden wil.

Ook Jezus was ontgoocheld door de blindheid van het volk. Hij trok zich terug in het gebergte, helemaal alleen. Aan de aardse verwachtingen van het volk wilde Hij niet beantwoorden. Hij voelde zich niet geroepen om voor hen een broodkoning te zijn: “niet omdat ge tekenen gezien hebt, zoekt gij Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild.”

Dit evangelie stelt ook ons vandaag voor de vraag: wat verwachten wij van Jezus? Is Hij voor ons alleen een helper in nood, een toevlucht als wij niet verder kunnen, een weg naar welk geluk ook?

Mensen stellen tegenwoordig meer dan vroeger de vraag: wat hebben wij aan het geloof? Zo dachten de Joden ook in de tijd van Jezus. Aan die man hebben wij iets, die kan ons brood geven. Hij moet onze koning worden. Maar Jezus gaat op die verwachtingen niet in, Hij weet: niet van brood alleen leeft een mens. Een mens verdient meer, ook al weet hij dat zelf niet.

Mogen wij de vraag wel stellen: wat heb ik aan mijn geloof? Geloven is eigenlijk een zaak van liefde, is je aan iemand toevertrouwen. Op gebied van de liefde is de maatstaf niet: wat heb ik er aan? Als je echt liefhebt vraag je jezelf toch ook niet af: wat heb ik aan mijn man, aan mijn vrouw?

Je hebt toch niet iemand lief omdat je hem nodig hebt, maar je hebt iemand nodig omdat je hem liefhebt. Zo is het ook met ons geloof in de Heer Jezus. Wij geloven niet in de Heer omdat wij Hem nodig hebben, maar omdat wij Hem liefhebben, zo maar.

Zoals dat ook het geval is in de liefde zullen wij pas ervaren wat Jezus voor ons betekent als wij ons aan Hem toevertrouwen. Dan zal het ons duidelijk worden dat Hij het diepste antwoord is op al onze levensvragen.

Jezus wordt voor ons ‘kleding’, want in het doopsel werden wij bekleed met de gerechtigheid van Jezus zelf. Hij wordt voor ons ‘voedsel’, want Hij is voor ons ‘levend brood’. Wie van dit brood eet, dat wil zeggen, wie leeft van uit de gezindheid van Jezus, zal leven door Jezus, zoals Jezus leeft door de Vader.

Jezus wordt voor ons een ‘thuis’, want “wie van dit brood eet, die blijft in Mij en Ik in hem”.

Jezus wil voor ons ‘leven’ worden, want Hij is het levende brood dat uit de hemel is neergedaald “als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.

Van al deze beloften is de broodvermenigvuldiging een teken. Van die twaalf manden met brood - de overgebleven brokken - eten wij nog steeds in de viering van de Eucharistie. Wij komen alleen een beetje later en de tafel is langer geworden, maar hetzelfde Brood wordt gegeten:

Jezus de Heer. Jezus mag van ons verwachten dat wij dit teken verstaan: “Brood gebroken, uitgedeeld van hand tot hand, teken van zijn liefde.” Dit Brood, dat wij in eenheid en liefde samen delen, is reeds een voorgave op het eeuwig feestmaal dat wij zullen vieren, als Hij wederkomt.

Zoeken in Preken Online