Voor elkaar een gave zijn

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Als je in Galilea op de plek komt waar volgens het evangelie Jezus met vijf broden en twee vissen vijfduizend mensen van voedsel voorzag, is het niet zo moeilijk om je daar een immense picknickplaats bij voor te stellen; het landschap lijkt er voor gemaakt. Vredig ligt het meer van Tiberias aan je voeten. Toeristen, op geestelijke vakantie, worden met bussen uitgeladen om het teken te gedenken dat Jezus daar stelde. Je hebt er zó vijfduizend als je even wacht. Tabgha, heet het daar. De vijf broden en twee vissen worden in souvenirvorm grif gekocht.

Toch is juist dit vredige vakantielandschap bedrieglijk. Ga enkele kilometers oostwaarts en de Golanhoogte met al zijn politieke spanningen ligt daar; gebied waar het gaat om moeizame vredesvoorwaarden en pijnlijke oorlogsherinneringen; waar het lot mensen van huis en haard dreigt te verdrijven en voor onoplosbare dilemma’s stelt. Gebied dat Syrisch en Israëlisch bloed heeft gekost. Wat doe je? Ga je heerlijk picknicken met het geloof in Jezus als steun in de rug, of verdiep je je in de actualiteit van de ‘struggle for life’ die mensen voeren? Wat doen wij christenen met die tegenstelling? Zijn christenen mensen die elkaar idyllische plaatjes voorhouden tijdens hun zondagsviering, of heeft hun evangelie ook te maken met de pijn en het tekort? De tegenstelling is schijn. Dat het verhaal van de voeding van de duizenden met heel weinig voorraad in het evangelie wel vier keer verteld wordt, geeft al aan dat het een kernverhaal is. Een verhaal dat een picknick en een uitdaging tegelijk is. Johannes maakt dat extra duidelijk doordat hij een klein jongetje ten tonele voert. In het oog van Andreas zijn de vijf broden en twee vissen van dat kind te verwaarlozen. Hoe aardig het ook van dat joch mag zijn om ze ter beschikking te stellen.

Andreas zit met zijn serieuze grote-mensen-probleem: hoe helpen we vijfduizend mensen aan eten? Dat kind met zijn broodjes onderstreept dat probleem alleen maar. Een druppel op de gloeiende plaat, noemen wij dat. En dat is nu precies waar de evangelist Johannes ons wil hebben. Want zoals Andreas denken wij ook. Ook wij denken dat zeven voor vijfduizend nooit kan kloppen; ook wij denken dat onze noden, onze conflicten, onze crises niet gebaat zijn bij het kleine gebaar van een kind, bij een bloemetje op een verjaardag, door blauwhelmen met vredes-opdrachten. Precies die denkfout is het waar Jezus volgens Johannes op wijzen wil, door dat jongetje ten tonele te voeren. Want wat gebeurt er als dat kind tegen Andreas zegt: ‘Maar meneer als u honger hebt, mag u best met ons mee-eten’? Dan gebeurt er iets waar het bezorgde denkhoofd van Andreas niet bij stilstaat: dat er namelijk geen getal bestaat dat groot en diep en rijk genoeg is om de volheid weer te geven van dat aanbod. Dat die broodjes en die vis, dat die bloem of die kus, hoe nietig ook, volmaakt duidelijk maken waar het in wezen om gaat: dat er een verbondenheid bestaat dwars door alle tekort en nood die elke berekening tart. Wat er daarna ook in Galilea gebeurd mag zijn, dit kind dat zijn brood afstaat is het begin. Er waren vier evangeliën voor nodig om dat helder te krijgen: het zijn niet de getallen, niet de berekeningen, niet de zekerheden die ons verzadigen. Eén volmaakt gebaar van geven en elkaar gegeven zijn, is diep in ons begraven, de kern, waartoe Jezus ons uitdaagt. En dan maakt het niet uit of dat gebaar gemaakt wordt met een fles mineraal water, of met een jerrycan. Dan is dat niet afhankelijk van de grootte of de kwaliteit van wat we geven. Dat wij zó voor elkaar bedoeld zijn; dat we net als hij kunnen, en durven zeggen, neem maar, eet maar ook al heb ik weinig, dat is het grote geven. Dat is het grote geven waarvan ons vandaag ook in het oude boek Koningen verteld wordt bij de profeet Elisa. Dat oude bevrijdende gebaar waarbij niet gekeken wordt naar het haalbare. Dat is het wat christenen van het begin af in Jezus hebben herkend. Dat zou ook de vrucht van ons geloof moeten zijn. Daaraan zou men ook ons als christenen moeten herkennen.

Zoeken in Preken Online