Jezus genas zieken en dreef duivels uit. Dat waren zijn meest courante wonderen. Maar niet iedereen in Israël was ziek of bezeten. Niet iedereen had dus dit soort hulp van Jezus nodig. In het verhaal van de broodvermenigvuldiging wordt het anders. Al die mannen, vrouwen en kinderen die naar zijn woorden geluisterd hebben, krijgen honger. Zij moeten, zoals iedere gezonde mens, minstens één keer per dag voldoende kunnen eten. Het dagelijks brood hebben we inderdaad allemaal ‘broodnodig’. We zijn wezens van behoefte en dat voelen we in de eerste plaats in een knagende maag. Behoeften moeten bevredigd worden. Ze zijn dwingend.
Jezus wacht niet tot die mensen over hun honger beginnen te praten. Hij lokt zelf de vraag uit: ‘Waar zullen we brood halen om al die mensen te eten te geven?’ Er blijkt wel wat mondvoorraad voorhanden te zijn, maar dat is veel te weinig. Er is altijd te weinig om aan de menselijke behoeften te voldoen. De wet van de schaarste, heet dat. De economie is daarop gebaseerd. Ook de meest spontane van alle menselijke reflexen steunt op dat besef van schaarste: eerst zorgen voor jezelf. ‘Elk vecht voor zijn eigen brokken,’ zegt de volksmond. Geleerden noemen dat het instinct van zelfbehoud.
Tegen die spontane reflex gaat Jezus nu vierkant in. In plaats van die jongen zijn broodjes te laten opeten, neemt Hij ze van hem over. Dan volgt een merkwaardig zinnetje dat Bijbelvaste lezers wel onmiddellijk zullen herkennen: ‘Daarop nam Jezus de broden, en na het uitspreken van het dankgebed deelde Hij ze uit onder de aanwezigen.’ Jawel, diezelfde woorden staan in andere evangeliën te lezen in het relaas van het Laatste Avondmaal, vlak voor Jezus’ dood. In het Johannesevangelie fungeert de broodvermenigvuldiging als instellingsverhaal. Al is er toch een klein verschil. Jezus zegt hier niet: ‘Dit is mijn lichaam, voor u gegeven.’ Dat zal Hij dadelijk wel zeggen, in de zogenaamde broodrede, die hier onmiddellijk op volgt.
Het wonder van de broodvermenigvuldiging gaat niet zomaar over boterhammen en beleg. Het gaat over de hele behoeftewereld van de mens. En over de schaarste die ons dwingt voor onszelf te zorgen. Wat we zelf nodig hebben om in leven te blijven, gaan we toch immers niet aan anderen geven! We kunnen het ook niet helpen dat wij wezens van behoefte zijn! Dat laatste zal ook Jezus niet ontkennen. Maar Hij zal er wel iets mee doen waar wij spontaan niet aan denken. Hij zal zichzelf in het centrum van die menselijke honger stellen. Hij zal van zichzelf zeggen dat Hij het echte brood is en dat we Hem zo nodig hebben als brood. Bovendien zal Hij de ijzeren wet van de behoeften doorbreken. Neen, het is niet ieder voor zich! Ook wanneer er - zoals altijd - een tekort aan middelen is, moeten we met elkaar delen. Dan kan het wonder van de liefde geschieden: dat er voor iedereen genoeg is en dat er zelfs nog ruime overschot blijft.