Kom op!

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Er zijn altijd en overal mensen te vinden die ziek zijn, mensen die problemen hebben, mensen die treuren. En dat zal hier op aarde ook wel zo blijven. Verdriet en pijn vanwege tegenvallers, vanwege ziekte of sterven, zijn een deel van ons leven. In meerdere of mindere mate krijgt ieder mens zijn deel.
Er zijn onder ons mensen die eenzaam zijn, omdat ze zich in hun verdriet of pijn, in hun ziekte of bij hun moeilijkheden alleen gelaten voelen of onbegrepen. Verlaten van God en de mensen. Is dat ook iets, wat bij het leven hoort? Is dat ook iets, waar je nu eenmaal niets aan kunt veranderen? Of kunnen we daar als mens en medemens misschien verbetering in brengen?

Wanneer een mens ziek is of verdrietig, in de problemen zit of zelfs diep in de put, is het soms moeilijk om er op af te stappen. Want - zo horen we - ik weet niet wat ik dan moet zeggen. Ik weet niet hoe hij zal reageren als ik kom. Ik ben bang dat ik iets verkeerds zal zeggen. Kan ik hem of haar helpen? Twijfels over jezelf en angst en onwetendheid of onmacht om met je gevoelens om te gaan (stel je voor dat iemand gaat huilen), zijn voor veel mensen een reden om dan maar niet op bezoek te gaan. Er is vaak een hoge drempel.

Dat is vandaag het probleem van de leerlingen. We hebben te weinig voor zovelen. In ons verhaal bedoelen ze: te weinig brood, maar er speelt veel meer. Voortdurend krijgen de leerlingen te maken met de twijfel of ze het wel zullen halen. Ze zien en horen hun Heer optreden en omgaan met mensen; ze zien Hem genezingen verrichten. Het ligt toch voor de hand dat ze denken en soms ook zeggen: dat halen we niet. Daarvoor zijn we niet toegerust. We hebben niet voldoende in onze mars.
Maar er is ook een andere kant. Die kun je vaak zien en beleven, wanneer je bij een bezoek over de drempel bent heengestapt: de vreugde of glimlach hij je komst, de opluchting die je merkt wanneer iemand zijn of haar belevenissen of gevoelens kan vertellen; wanneer iemand zijn tranen mag laten zien. Ook al zeg je niet veel, doe je niets dan luisteren en kom je letterlijk en figuurlijk met lege handen, je deelt wel iets samen: jouw medeleven, jouw belangstelling vanuit je hart: je deelt je leven.

Waar mensen iets van hun tijd en interesse, iets van hun leven delen, daar kan een wonder gebeuren: daar ontstaat warmte, vertrouwen, daar groeien mensen aan elkaar en worden ze rijk. Rijker dan met geld te betalen is. Zowel in de tijd van de profeet Elisa als in de tijd van Jezus wordt beschreven hoe God aanwezig is in mensen die delen met elkaar. Ze delen het brood, het brood des levens en ze worden verzadigd. Met hoe weinig je ook over de drempel komt, het is altijd genoeg wanneer het maar uit een goed hart gegeven wordt. Al zijn het maar twintig broden voor honderd man, al zijn het maar twee vissen en vijf broden voor een hele menigte, al is het maar een welgemeende vraag “Hoe gaat het met je?” Kijk eens naar wat jij kunt, onderzoek je talenten. Je bent zachtmoedig, wel, je kunt er wonderen mee beginnen. Je bent vredelievend, ook daar kun je wonderen mee doen, Je hebt hoop op een nieuwe, andere wereld. Die hoop breidt zich uit naar andere mensen. Jij met je verdraagzaamheid, jouw talent, het laat zich vermenigvuldigen tot ontwapening toe. Zo gebeuren wonderen.

Je vraagt je achteraf soms af: wat heb ik eigenlijk gedaan? Bijna niets. En toch: bijna niets kan heel veel goed doen. Bijna niets kan contact maken, warmte bezorgen, een goed gevoel geven hij betrokkenen. Er is niet veel nodig om een stukje hemel op aarde te laten zien. Zolang het maar uit ons hart komt.
Wat wij hen te bieden hebben, wordt door God tot een wonder gemaakt.

Zoeken in Preken Online