God in flarden

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Of de brief aan de Efesiërs op naam mag worden gezet van Paulus of niet, is voor exegeten een belangrijke kwestie. Tot daar toe. Wat hier geschreven staat, is boodschap voor ons. En niet zomaar een boodschap. Het is zeker geen fanatiek gesloten boodschap. Deze brief opent vele deuren. Voor het zeer moeilijke gesprek tussen de vele religies staat hier een gouden woord: één Heer, één geloof, één doop.

Op het eerste gezicht is dit niet een open woord. Het affirmeert eenzijdig en dogmatisch wat de christenen geloven in het spoor van hun joodse voorouders. Zo gezien is het geen oecumenische tekst. Het is eventueel zelfs een pamflet voor traditionalisten en integristen. Gevaarlijke literatuur dus. Het is een tekst die de deuren sluit.

Toch ben ik daar niet van overtuigd. Ik ben geneigd te denken dat hier integendeel deuren worden geopend. Er zijn wel vele godsdiensten maar er is maar één God. Om die éne God draait het hele religieuze dispuut.

Voortdurend hoor ik mensen zeggen: al die verschillende godsdiensten, het gaat allemaal over hetzelfde. Daar ben ik het spontaan niet mee eens. Daarmee ben ik het zelfs grondig oneens. Als ik al de propagandisten hoor aanbellen aan mijn deur, kan ik alleen maar zuchten: ‘Och, wij dienen niet dezelfde God.’ Het is gewoon niet waar dat alle godsdiensten en confessies en sekten met hetzelfde bezig zijn. Dat is een gevaarlijke leugen. De verschillende godsdiensten zijn met verschillende dogma’s bezig. En ik heb met zeer vele tijdgenoten geleerd niet langer te knielen voor één waarheid die mensen tot knechten of slaven degradeert. De tekst van onze brief aan de Efesiërs wil ik daarom goed en juist lezen. Zonder enig dogmatisme. Zonder enige intellectuele dwang.

Wanneer ik nu alle dogmatisme van mijn tafel veeg, waar gaat het dan eigenlijk om? Dan gaat het erom dat er vele, vele mensen zijn die iets van Gods geheim willen proeven. Die mensen zoeken de ultieme zin van hun bestaan. Dat noemen zij God, met grote of met kleine letters. Dat is de oerdrift van de mens. Met die gekke verlangens van de mens moet je echter schroomvol omgaan. De uiteindelijke vraag is immers wat de mens van zichzelf wil verstaan. Waarom wil de mens altijd een ‘groot tegenover’? Is de godsdienst zijn alibi of zijn antwoord? Dat is de vraag.

Mensen zoeken die éne God. Dat is een authentieke nood. Het ongeluk is dat wij te makkelijk en te vlug antwoorden geven. Godsdiensten weten te veel. Ze geven te veel antwoorden. Ze vergeten steeds opnieuw onze vragen. Daarom gebeurt het dat wij antwoorden geven waar geen vragen zijn. Daarom ook falen zovele godsdiensten vandaag. De énige vraag is eeuwig en altijd: waar zijt Gij te vinden? In wezen zijn alle religies en alle religieuze bewegingen met deze vraag bezig. Ze kunnen het echter niet laten a priori het antwoord naast hun vraag te plaatsen. Daarmee houdt God op een vraag te zijn. Daarmee houdt de mens op een vragend wezen te zijn. God is altijd… te vinden. Gelovige mensen leven altijd met een grote vraag. Ze zullen ook sterven met een vraag op hun lippen. Gelovigen zijn nieuwsgierige wezens.

Behoed ons voor het te vlugge weten.

Zoeken in Preken Online