Van vijf en twee tot twaalf (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Vijf zondagen na elkaar laten we nu het Marcusevangelie even rusten. De liturgie brengt ons het beroemde hoofdstuk van Joh. 6: de broodvermenigvuldiging en de rede over het Levende Brood.

  1. Het gaat er - aansluitend bij het Cana-wonder (Joh 2,1-12) - om een ruime bezinning op de diepe realiteit van de H. Eucharistie. De tekst vervangt bij Johannes het verhaal van het Laatste Avondmaal. Daarop zinspeelt hij in de duiding: “Het was kort voor Pasen”. Ook het nemen en het danken van Jezus verwijst duidelijk naar de Joodse “berakha”, het ingetogen gebed van wijding en totale ontvankelijkheid voor wat God geven wil, dat voortleeft in ons eucharistisch hooggebed.\
  • Jezus staat met zijn leerlingen eerst voor de onmogelijke opgave: duizenden mensen te voeden met het onooglijke korfje van 5 broden en 2 vissen, dat een kindje bij zich heeft. Soms horen we hier de al te simplistische verklaring, dat het hier zou gaan om een zaak van broederlijk delen, waarbij de enen uit eigen proviand gedeeld zouden hebben met de anderen. Zo buigt men het rijke verhaal wel af tot een wonder van solidariteit; maar dan leest men de tekst niet zoals hij is. \
  • Het gaat hier om een teken waarbij Jezus verwijst naar het manna in de woestijn, dat tijdens de uittocht als dagelijks voedsel aan het Godsvolk werd gegeven, een voorsmaak slechts van het uiteindelijke Brood. Tevens roept Hij in herinnering de profeet Elisa die met twintig gerstebroden honderd mensen had verzadigd; en er was overschot: “Men zal eten en overhouden” (2 Kon. 4,42-44). Gerstebrood was het brood van de arme. Uit dit kleine korfje worden niet alleen deze 5000 mannen - zonder de vrouwen en de kinderen te tellen - gevoed, maar er blijven nog 12 korven over: de onstuitbare overvloed van Gods Liefde die zich mateloos in de geschiedenis doorzet. \
  • De Eucharistie staat in de verlenging van Jezus’ menswording. Alles begon er met wat zwak en klein is. God trad binnen in de broosheid van het menselijk bestaan. Hij kwam op het ongekende ja-woord van die kleine Vrouw in het ongeachte Nazareth. Jezus heeft zich helemaal gegeven tot in de vernedering van zijn lijden en sterven. Hij is verrezen en blijft reëel voortleven achter de simpele tekens van brood en wijn, opdat wijzelf zouden worden omgevormd in Hem, en opdat de hele mensheid eens Eucharistie zou zijn. Deze openheid van Jezus’ menswording op de wereld is essentieel in de Eucharistie. In de Eucharistie ontvangen wij Gods universele liefde. Ze is er voor allen. Ze is de dynamiek van de Kerk. Vanuit de Eucharistie groeit onze liefdegemeenschap. Dit is de symboliek van de schamele 5 gerstebroden en de 2 gedroogde vissen, die duizenden hebben gevoed, terwijl nog 12 volle korven overbleven. Twaalf: het godsvolk van de toekomst.
  1. De massa werd wild enthousiast en wilde Jezus tot broodkoning kronen. Juist dat wat Hij niet wou . Ze keken uit naar een Messias die hun alleen aards geluk zou verschaffen. Zij snapten het teken niet, zoals ze ook Jezus’ genezingen niet hadden begrepen. Zij gelijken op velen van ons, die van de Kerk alleen sociaal-economische hulpverlening verwachten. Zolang de Kerk dit deed, werd ze gerespecteerd; nu zij vele diensten als ziekenzorg, armenhulp, onderwijs… steeds minder patroneert, lijkt ze vaak met haar geloofsboodschap in de kou. De massa was en is verblind, en daardoor ongelovig. De grote Engelse historicus Michael Burleigh roept nu de Kerk op om in het materialistisch Europa haar geloofsboodschap te blijven verkondigen, juist om Europa te redden. \
  • Precies daarom heeft Jezus het hun verweten: “Niet omdat gij tekenen hebt gezien, zoekt gij Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild. Werk niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven…” (Joh 6,26-27) Dat verwijt werd bij Jezus courant. Toen de steden van Galilea zich niet bekeerden ondanks de vele wonderen die Hij er had verricht, barste Hij los: “Wee u, Korazin, wee u Betsaïda ! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaats gevonden… En gij, Kafarnaüm… Als in Sodoma de wonderen waren gebeurd die bij u zijn geschied, het zou tot op deze dag zijn blijven bestaan…” (Mt 11,20-24). En tegenover de Farizeeën haalde Hij uit: “Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken, maar geen ander teken zal gegeven worden dan dat van de profeet Jona.” ( Mt 12, 39) Jona preekte bekering !\
  • Omdat Jezus zag dat zijn indrukwekkend broodwonder verkeerd werd begrepen door het volk, en zelfs door zijn leerlingen, trok Hij zich terug in het gebergte geheel alleen, om te bidden. De onbegrepen reus zag wat anderen niet zagen. Hij wilde niet wat mensen wensten, omdat de mens zijn diepste verlangen, zijn diepste honger en dorst, zijn diepste nood onbewust verdrongen heeft. Dit onbegrip werd een constante in zijn leven. Het was het voorspel van zijn laatste terugtrekking, wanneer Hij zal plaats maken voor de Geest: “Het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden.” (Joh. 16,7)

Dit fiasco van de broodvermenigvuldiging treft ook vandaag iedereen van ons. Van welke Christus dromen wij ? Een Christus die we zelf projecteren naar onze kortzichtige en materiële begeerten ? Paus Johannes-Paulus II zei anno 1985 in Leuven: “Jezus is het antwoord”. Maar wat zijn onze vragen ? Van welke verlangens leven wij ? Onze verlangens zeggen ons wie wij zijn. Daarin leren we ons zelf kennen en vernemen we welke weg van vernieuwing voor ons nu openligt.

Zoeken in Preken Online