Er zijn bepaalde onderwerpen in de heilige Schrift die zo fundamenteel blijken te zijn dat ze telkens weer terugkeren. Dat zijn onderwerpen die beslissend zijn voor het welzijn van de mensen. Een van die onderwerpen is de dienst van de leiding.
De apostelen zijn terug van hun eerste zendingsreis. Ze hadden de macht gebruikt die Jezus hun had gegeven over de slechte geest. Ze hadden voor de zieken gezorgd, en hen gezalfd. Nu vraagt Jezus hun om wat rust te nemen, wat afstand te nemen van wat ze gedaan hadden. Lang wordt aan hen geen rust gegund, want reeds dringen de mensen op. Dan laat Jezus zien, wat een echte herder doet, wat de dienst van de leiding betekent.
De meesten van ons hebben ergens gezag, geven ergens leiding, hebben een functie. En dat is inderdaad een precaire aangelegenheid. Zelfmisleiding ligt zo dicht in de buurt dat het begrijpelijk is dat de Bijbel op dit onderwerp tientallen keren terugkomt. Want leiding geven is nooit een waarde op zich, maar staat altijd in dienst van anderen. Leiding geven is niet iets, dat ons voordeel brengt, maar dat anderen voordeel brengt.
Nu zegt iedereen die leiding heeft, gezag draagt of een functie heeft: ja, ja natuurlijk, dat is duidelijk, dat wist ik al. En toch is de Bijbel zo brutaal om ons te zeggen: U denkt dat u het weet, maar u weet het niet. Want u draagt uw gezag om zélf gehoorzaamd te worden, en u voelt zich gegriefd als naar uw gezag niet wordt geluisterd. Kijk hier zit de moeilijkheid: natuurlijk moet er naar ons gezag worden geluisterd, door onze kinderen of door anderen die onder onze leiding zijn geplaatst. Maar dat is nooit ten bate van ons, maar ten bate van die anderen. Gezag, leiding: het wordt door ons alleen maar uitgeoefend. Het mag ons geen enkel voordeel brengen. Het geeft ons geen recht over die anderen.
Veel gezagdragers, veel leidinggevende mensen, veel mensen met een leidende functie zijn het hiermee theoretisch volkomen eens. Zij zijn ook bijzonder aardige mensen, totdat… iemand onvoldoende eerbied voor hen heeft, totdat iemand hen echt als gelijke durft te beschouwen, totdat iemand hen tegenspreekt. Dan blijkt dat zij hun gezag niet zagen als een dienst aan anderen, maar als een eer voor zichzelf. Doch dan zit het fout. Daartegen gaat de Bijbel te keer. Daarom zegt Jahwe in de Bijbel: Ik zal zelf herders aanstellen over mijn kudde, die zo leiding geven dat mijn schapen niet vrezen of beven.
Wij hebben ergens leiding, wij dragen ergens gezag, als vader of moeder, als hoofd of als arts, als pastor of verpleger, als chef of directeur. Wij moeten er goed aan denken: ons gezag heeft geen waarde op zich, het mag onszelf geen enkel voordeel brengen. Het mag alleen iets betekenen voor anderen. Daarom moeten we ook spreken van de dienst van de leiding.
En mochten wij momenten kennen waarop wij ons persoonlijk op de teentjes getrapt voelen; of mochten wij momenten vrezen, waarop wij razend zouden kunnen worden, en wij het niet zouden kunnen verkroppen dat de leiding aan een ander wordt toevertrouwd: laten wij er dan maar zeker van zijn dat de leiding die wij gaven niet was ten bate van anderen, maar ten bate van onszelf. Dan was het geen dienst van de leiding, maar macht van de leiding.
Jezus heeft zijn apostelen hierop meer dan eens gewezen. Hij heeft het hun ook voorgedaan. Hij is een echte herder geweest voor de mensen.