Jeremia en wat verantwoordelijkheid is

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Jeremia, de man van Anatot, meer dan 2500 jaar geleden. Een beetje een tragische figuur, die liever iets anders was geweest dan profeet. Iemand die tot de voorlaatste minuut nee zegde en uiteindelijk toch aanvaardde. Hij zegde nee omdat hij te zwak was en te klein. Hij zegde ja omdat Jahweh het hem vroeg. Hij kreeg gezag, hij nam het niet. Dat is groot maar ook pijnlijk. En die pijn is steeds gebleven. Een beetje een tragische figuur, die steeds gewrongen zat in conflicten en die niets liever wilde dan vrede. En die - dat is zowat het refrein van zijn leven - het onoplosbare oplossen moest.

Het onoplosbare was dat zijn volk belasting weigerde aan de koning van Babel en dat hij adviseerde om dat toch maar te doen. Hij was meteen een verrader, een collaborateur. Wat? Compromissen sluiten met de bezetter? Hij werd zelfs gevangen gezet door de religieuze leiders van zijn eigen volk. En bevrijd door de vijand. Stel het je voor. Een politieke profeet, maar een profeet met de verkeerde strategie, de strategie van de capitulatie.

Waarom sloot hij vrede met de vijand? Omdat volgens hem de vijand niet buiten zat. De vijand zat bij zijn eigen volk op de troon. De leiders die de vijand van buiten wilden weerstaan, weerstonden niet aan hun eigen ambitie. Zij kwamen zogezegd op voor de belangen van hun volk, maar in hun hart hielden ze niet van hun volk. Ze waren als herders die hun schapen in de steek laten. En dat ergert de profeet duizendmaal meer dan een compromis te sluiten met de vijand van buiten. Volgens hem, de droeve introverte profeet, viel er geen compromis te sluiten met het eigen egoïsme. Daarvoor was hij profeet: om dat te zien en om het aan te klagen. Waarschijnlijk had hij weer eens liever niets gezegd… Toch zegde hij het. Met pijn maar toch sterk, in niet mis te verstane woorden.

De herder is zijn beeld. Een herder blijft bij zijn kudde. Hij houdt de schapen bijeen. Hij zoekt het verlorene. Hij heeft een hart voor de schapen. Zo zal Johannes het 700 jaar later zeggen.

Jeremia klaagt dus aan in naam van Jahweh God. Een andere spreekplicht of een ander spreekrecht had hij niet. Hij zei het dan maar. Bang was hij misschien wel maar laf in geen enkel geval.

Toch zou hij geen profeet zijn als hij ook niet beloofde. Dat is het waarmerk van de profeet. Hij klaagt wel aan, maar hij belooft ook. Hij belooft andere herders, echte herders. En eens zal er een grote herder komen. Dan zal het echt goed worden.

Waarom zouden wij dan vandaag niet bereid zijn om een vijand - die niet eens de echte vijand is - eventjes te paaien? Als intussen de echte kwaal maar de tijd krijgt om te genezen.

Dan moeten mensen wel aanvaarden, dat ze eerst in eigen hart moeten kijken. En verdragen, dat iemand zegt, dat het goed is zijn ogen open te doen voor het slapengaan.

Zoeken in Preken Online