Ware herders gevraagd

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Jezus heeft medelijden met de menigte, zo leert ons het evangelie van vandaag, omdat ze als schapen zijn zonder herder. Hij wil hen langdurig onderrichten en hen uit hun noodsituatie bevrijden. Hij wil hen tot herders maken die zelf bevrijdend optreden.

Ten tijde van Jezus was er in Palestina geen te kort aan priesters, zelfs niet aan hogepriesters, want er was een hele stam, een hele familie die voor het ambt van hogepriester was aangewezen. De Joden hadden hun specialisten inzake wetgeving: de wetgeleerden. Zij hadden hun moralisten, die precies voorschreven wat men moest doen: de farizeeën, hun grote rechtsgeleerden. En toch zegt Jezus: de mensen zijn als schapen zonder herder. Het volk werd beladen met een ondraaglijke last van minutieuze voorschriften. Puur formalistische bepalingen, die maakten dat ze de bron van levend water niet meer konden vinden. Hun wegwijzers waren verboden en bedreigingen in plaats van bemoediging en begrip.

Jezus begon de menigte langdurig te onderrichten, maar niet zoals de schriftgeleerden. Waarin lag het verschil? Jezus zei niet dat ze zelf het heil moesten verdienen, Hij zei dat het Rijk Gods een gave is. Hij sprak niet van wetten, maar van barmhartigheid. Hij sprak niet van zuivering, maar van genezing.

Telkens als ik dit evangelie lees denk ik: eigenlijk is er nog niet zoveel veranderd. In onze kerken en gemeenschappen is de situatie haast dezelfde als ten tijde van Jezus: anderen religieuze lasten opleggen, die men zelf niet met een vinger wil aanraken. Hoeveel discussies worden er niet gevoerd, hoeveel gevechten geleverd om de leer tot in de puntjes te bepalen. Hoeveel veroordelingen uitgesproken, die muren optrekken en deuren sluiten. Zou het niet goed zijn als wij ons ook eens langdurig zouden laten onderrichten door Jezus, die men niet kan vastpinnen in de nis van definitie, in een uitstalraam van een dogma of in een brandkast van de waarheid.

Ik denk dat Jezus ook vandaag veel medelijden zou hebben met de schapen, die uit de schaapstal gesloten worden omdat de wet het nog steeds haalt op de liefde. Schapen, die gewond zijn door de slagen van het leven of ziek zijn van eenzaamheid en geen schaapstal vinden waar ze verzorgd worden en geborgen zijn. Hoeveel herders worden niet bekoord om zich op te sluiten in de veilige schaapstal om hun trouwe en volgzame schapen te voeden, in plaats van naar buiten te gaan om het honderdste schaap te zoeken, dat van honger dreigt om te komen of dreigt verscheurd te worden door de wolven?

Als Jezus hier vandaag het woord zou voeren zou Hij niet spreken over wetten en voorschriften, maar over de liefde van de Vader. Hij zou er niet de nadruk op leggen dat wij de hemel moeten verdienen. Hij zou ons zeggen dat wij die zullen krijgen, allemaal omdat God ons’ allen liefheeft. Hij zou zeggen: je hoeft niet volmaakt te zijn, zondaars en tollenaars zullen er het eerst binnengaan en de poort zal openstaan voor iedereen die binnen wil komen. Hij zou ons misschien vragen om de mantel van onze goede gewoonten af te leggen en die te geven aan de armen onder ons. Hij zou ons vragen om onze menselijke zekerheden prijs te geven om nog uitsluitend te vertrouwen op de goedheid van de Vader.

Zoeken in Preken Online