Er oog voor hebben

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Het is een vreemd verschijnsel. Mensen die zich heel hulpeloos voelen, nauwelijks voor zich zelf kunnen opkomen, willen toch niet geholpen worden. Wat is dat voor een verschijnsel: “Ik doe het zelf wel, ook al kan ik het niet?”
Wat heerst er veel wantrouwen ten aanzien van de hulp van andere mensen. Waarom zijn we liever schapen zonder herder dan schapen mét herder. De eerste lezing van vandaag geeft een mogelijk antwoord. Het herderschap, het leiderschap, het staan voor mensen om ze te besturen, wordt vaak op de verkeerde manier uitgeoefend. In heerszucht, in bedilzucht, in onderdrukking van de ondergeschikten.

Als men aan het volk van Israël vroeg of het ooit een goede koning had gekend, was het antwoord: een van wie wij het zeker weten: David! Dat was nog eens een koning, die begaan was met zijn volk, die liet ons tot ons recht komen. Maar de andere koningen waren prulkoningen! Die hebben de baas willen spelen ten koste van ons. Die hebben alleen zich zelf verrijkt. Lees de boeken van de Koningen er maar op na. Het zijn stuk voor stuk karikaturen, figuren om te laten zien hoe het niet moet! Ze zijn vaak verblind door hun macht, ze verrijken zich ten koste van de armen, ze hebben geen oren voor de werkelijke behoeften van hun mensen, ze jagen de jongemannen in de dood door de vele oorlogen die ze zo nodig moeten voeren. In één woord: het zijn schertsfiguren, waar je eigenlijk om moet lachen, als het niet zo triest was.

De ‘koningen’ uit de bijbel laten zien, hoe machthebberei, die niet door het volk wordt gecontroleerd, ontaardt, de verkeerde weg opgaat, zichzelf onmogelijk maakt. In onze tijd is het vaak niet anders. Werkelijk herderschap kan geen machthebberei zijn, geen verrijking van zichzelf, geen leven ten koste van anderen, van minderheden in oost en west.
Toch gebeurt het nog overal. Wat te denken van het optreden van het machtige Amerika ten opzichte van zoveel kleine staten? Wat te denken van onze eigen regering die de armsten, de ondersteuningsgerechtigden, altijd weer het hardste treft? Die de argwaan ten opzichte van asielzoekers alle kansen geeft?
Laten we het maar hardop tegen elkaar zeggen: goed leiderschap, herderlijk met mensen omgaan, zodat niemand te kort komt, zodat de ‘voorkeur voor armen’ (waarover zo mooi wordt gesproken) niet blijft steken in mooie woorden, maar ook werkelijk de armen uit het slop haalt… Goed herderschap is moeilijk, we denken graag allereerst aan onszelf, aan ons eigen voordeel.

Wij geloven in Jezus van Nazaret. Hij noemde zichzelf ‘dé goede herder’. Hij had aandacht voor mensen, hielp waar Hij kon, en bracht anderen er toe om mee te helpen. Vandaag horen we hoe de apostelen, de uitgezondenen, terugkeren van hun missie, hun ‘stage’ en verslag moeten uitbrengen van hun werken. En dan blijkt dat de leerlingen, als ze doen wat Jezus deed, werkelijk de mensen van dienst zijn geweest. Daarmee wordt dan heel helder aangetoond, dat leiderschap, herderschap, niet een kwestie is van overheersen, mensen naar je hand zetten, mensen onderdanig en afhankelijk maken. Maar de nood zien, zien waar die vandaan komt en de ‘kwade machten’ die de nood veroorzaken, bestrijden. In één woord: medelijden! Letterlijk: het lijden, samen met anderen, waardoor het lijden van die anderen ook jouw lijden wordt. Samen gedragen kan het de wereld uit geholpen worden. De herder die Jezus voorstelt is niet ‘de baas over’, maar de ‘meegaander met’. Als het moet, tot in de dood. Als het moet.

Zoeken in Preken Online