Vluchten kan niet meer

B-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

De mens is een eeuwige vluchteling. Ofwel vlucht hij de stilte, ofwel de drukte in. Het eerste brengt hem tot rust, het tweede maakt hem tot vluchteling in het kwadraat. Het is het dilemma van ieder mens. Als wij zorg dragen voor onszelf, voor elkaar en voor de wereld, worden wij moe. Zowel Jeremia als Marcus hebben het daarover. Jeremia gebruikt daarvoor het beeld van de herder. De herder is de mens die zorgzaam omgaat met de schapen. Hij heeft een hart voor de schapen. Hij ligt wakker van die zorg. Een echte herder slaapt met de ogen open.

Maar wat doet die herderlijke mens met zijn eigen zorgen? Slaat hij op de vlucht omdat de zorgen van anderen hem te zwaar wegen, of bezint hij zich op zijn roeping? Wordt hij een harteloze huurling of een hartelijke herder? Jeremia is op dat punt heel formeel. De herder die vlucht, begaat vluchtmisdrijf. Hij laat de schapen over aan hun lot. En dat lot is tragisch. Het is dus niet niets als de herder een vluchteling wordt. Dat is een ramp voor de schapen. Dan lopen ze verloren omdat de herder eerst en exclusief aan zichzelf dacht. Tegen zoiets fulmineert Jeremia.

Nu moet je weten dat Jeremia zelf een angstig mens was. Hij had zoveel liever iets anders gedaan. Het kostte hem zo veel zoveel te moeten spreken. Hij was zo graag tot zwijgen geroepen geweest. Verantwoordelijkheid nemen en beslissingen, dat was noch zijn eerste noch zijn tweede natuur. Hij was liever gevlucht. Dat is het kenmerk van de echte profeet. Iedere profeet gisteren, vandaag en morgen, zou liever een gewone sterveling zijn, gewoon een mens in de rij. Jeremia moest voortdurend uit het gelid de straat op, het politieke forum op. Letterlijk allemaal tegen wil en dank. Maar hij deed het omdat hij een zaak diende die groter was dan hijzelf. Dat is de enige waarborg voor profetische authenticiteit.

Om deze vraag draait uiteindelijk de hele zorg van het christendom. Als het echt iets te betekenen kan hebben, draagt het christendom zorg voor de mens. Ofwel slaan we op de vlucht en steken we onze kop in het zand, ofwel gaan we de rust van de herbronning in. Zoiets heet sinds enkele eeuwen op retraite gaan. Dat staat ook in de tekst van Marcus: ‘Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn.’ De laatste zorg van de herder betreft niet zijn eigen rust, maar de rust van de schapen. Christenen zoeken de rust op… even. Het eigen rusten koesteren betekent dat wij de schapen in de steek laten. Onze rust is het laatste niet.

Op dat punt is de boodschap van deze dag heel formeel. De herderlijk-bezorgde mens treedt uit de eenzaamheid van de stille abdij en meteen staat de menigte voor zijn deur. Vluchten kan niet meer… ‘De schapen zijn zonder herder.'

Niemand op aarde verstaat dat zo goed als vader en moeder. Zij zijn de geboren herders van het leven. Als zij vluchten, is het om terug te keren. Als zij vluchten om weg te blijven, klopt het niet. Bij Jeremia vluchten de huurlingen om weg te blijven voorgoed. Bij Marcus vluchten de herders om terug te keren. Zij zijn weg, heel even om des te beter thuis te zijn. Om echt thuis te zijn gaat een mens wel even van oost naar west.

Oost west, thuis best. Echt waar.

Zoeken in Preken Online