De korte evangelietekst van Marcus heeft het over het medelijden van Jezus. Hij heeft medelijden met zijn apostelen, die net terug van een missie, niet eens de tijd krijgen om te eten. Hij nodigt hen uit om met hem naar een rustige plaats te gaan, ver van de drukte. Hij heeft medelijden met hen als hun poging om aan de menigte te ontkomen niet lukt. Hij zegt: ‘Gaan jullie maar verder; ik zal ze wel bezig houden’. En hij onderricht dan de menigte omdat hij medelijden heeft met hen, aangezien ze als schapen zonder herder zijn.
Een verhaal horend kunnen we er niet aan ontkomen om ons met de personen in het verhaal te identificeren. Dat is het wat het luisteren naar een verhaal zo interessant maakt. Je kunt dat vooral aan kinderen zien als je ze een verhaal vertelt. Ze luisteren zo graag naar een sprookje als Assepoester, omdat ze zich in dat meisje op de een of andere manier terugkennen. Volwassenen zien zo graag een toneelstuk als Antigone, omdat ze dat doen met die vrouw die zich tegen alles en iedereen bleef verzetten, om trouw te blijven aan wat haar bezielde.
Het is daarbij wel belangrijk om je met de juiste persoon te identificeren! Dat is ook het geval in een verhaal als onze evangelietekst. Niet alleen maar als je die zelf leest, en dus zelf ook uitmaakt welke rol je speelt of wilt spelen, maar ook als je als predikant of voorganger aan anderen voorstelt welke zelfidentificatie zij dienen te maken.
Wie ben ik in dit verhaal van Marcus? Een van de leerlingen? Iemand uit de menigte? In het laatste geval ben ik een van de schapen waar Jezus medelijden mee heeft, omdat het geen herder heeft. De neiging om dat laatste te doen kan groot zijn bij een privélezing van ons verhaal; ze is dat zeker bij degene, die vanaf een verhoging anderen toespreekt. In die gevallen ben ik zelf, en zijn die anderen voor mij schapen die hard een herder nodig hebben.
Daar zit beslist wat in. Is dat de beste, of ook maar de juiste keuze? In de context van wat we uit de evangeliën over Jezus weten is dat nauwelijks aan te nemen. Hij is iemand die steeds maar weer mensen bevrijdt van lichamelijke en geestelijke gebondenheden en stremmingen. Hij is iemand die vrouwen en mannen op een dergelijke manier affirmeert dat ze tot zichzelf komen. Het is nauwelijks aan te nemen dat hij ons wil blijven zien als een domme, niet al te fris ruikende blatende kudde, die wat moeizaam reagerend zich sloom een weg zoekt door het leven.
Het is niet op die manier dat hij zijn leerlingen tijdens zijn leven erop uit stuurde. Die kregen zonder meer zijn eigen missie mee. Die dienden op hun beurt zijn rol, die van herder, te spelen.
We horen het vaak zeggen, en misschien zeggen we het wel tegen ons zelf, dat we ‘als Jezus’ moeten zijn. Die wetenschap schijnt steeds weer weg te vallen tegen de indruk dat hij zo anders is als wij. Een heel bijzonder mens. Iemand voor wie we daarom op onze knieën moeten vallen. Iemand in wiens tegenwoordigheid we geacht worden onze mond te houden. Iemand die het van ons overneemt. Iemand die juist daarom door velen als een onuitstaanbare hinder gezien wordt op weg naar menselijke emancipatie. Het is niet zo moeilijk te raden waarom dit gebeurt. Het is zelfs niet moeilijk te raden waarom zo velen onder onszelf geneigd zijn dat te doen. Ieder leiderschap heeft moeite met emancipatiebewegingen; en voor onszelf is het vaak eenvoudiger geleid te worden dan zelf verantwoordelijkheid te nemen.
Is het dus de bedoeling van Marcus’ tekst dat we onszelf als schapen blijven zien? Dat is nauwelijks aan te nemen. Jezus heeft juist medelijden met de menigte omdat ze als schapen zijn. Daarom begint hij ze te onderrichten. Hij wil ze uit die situatie bevrijden. Hij wil ze van schaap tot herder maken. Herders die dan op hun beurt weer anderen die nog niet zo ver zijn helpen te emanciperen.
Het is zijn soort medelijden dat ons zou moeten bevangen als wij in onze wereld rond kijken. Er zijn zoveel mensen in die wereld die niet volwaardig menselijk kunnen leven, helemaal afhankelijk zijn en vaak ook afhankelijk worden gehouden. Wij moeten hun herders zijn, zoals Jezus dat voor ons is. Dat houdt in dat we ze geen afhankelijk schaap laten, maar tot zelfstandige herder promoveren. Daar kwam hij voor!