De koning heeft in zijn toespraak t.g.v. 21 juli, de jeugd aangemoedigd om meer wetenschappen te gaan studeren. Die aansporing zal wel heel doordacht en goed bedoeld zijn.
De gedachte dat wetenschap de wereld kan redden stamt uit de negentiende eeuw. Toen leefde men in de illusie dat de wetenschap op korte termijn alle problemen zou oplossen: technische, medische, psychologische en sociale problemen: Met de wetenschap zou de mens alle problemen onder controle kunnen krijgen en tot een oplossing kunnen brengen. De wetenschap zou de hemel op aarde brengen.
Met de twintigste eeuw is de ontnuchtering gekomen: De wetenschap stond in dienst van twee wereldoorlogen, van een mechanische uitroeiing van een volk, van een alles verwoestende atoombom.
Tot op vandaag heeft de wereld door diezelfde wetenschap te kampen met een levensbedreigende vervuiling van water, aarde en lucht. Net door de wetenschappelijke ontwikkeling is nu elke oorlog zo bedreigend voor mens en milieu en dat voor heel onze planeet.
Daarnaast heeft de wetenschap ons ongetwijfeld enorme voordelen gebracht.
Focussen op wetenschappelijke ontwikkeling kan economisch interessant zijn, maar kan ook de kloof tussen arm en rijk op de wereld nog groter te maken.
Wetenschappelijke ontwikkeling is één. Wat je er mee doet, is twee. Zouden wij naast de wetenschappers nog niet meer nood hebben aan mensen die de weg wijzen naar een grondige verandering in ons denken en in onze manier van leven? Is de tijd niet gekomen dat we niet meer gaan denken in termen van rijk worden, maar van verantwoordelijk zijn voor elkanders geluk?
Hebben wij geen herders nodig? En bij mijn weten wordt die vraag nooit gesteld van hogerhand en wordt de jeugd daartoe nooit uitgedaagd.
“Toen Jezus aan land ging zag hij een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder.”
Uitgerekend op die locatie, in het noorden van Israël, komen nu de raketten neer van de Hezbolah. De wereld is er sindsdien niet veiliger op geworden.
Toen was er blijkbaar nog voldoende ruimte en vrijheid om hen uitvoerig te onderrichten.
Jezus weet wat er in de mens is, Hij weet dat zijn diepste honger niet kan gestild worden door materiële vooruitgang alleen, maar dat hij behoefte heeft aan zingeving, aan begrip en aan liefde.
Jezus is geen uitvinder, hij is een herder en roept mensen op om in zijn spoor herder te zijn voor anderen.