De lezingen van deze zondag spreken over roeping en zending. Wie door de Heer geroepen wordt, wordt op zijn beurt gezonden.
Het is vreemd dat Jezus bij de zending van zijn apostelen niet zozeer spreekt over de inhoud van de verkondiging. Het gaat bij Jezus niet op de eerste plaats om geloofswaarheden, maar veel meer om een geloofshouding; niet zozeer over geloofsleer, maar veeleer over geloofsoverdracht. Het eerste en voornaamste dat zijn getuigen de mensen moeten doen aanvoelen is: God wil dat het jullie mensen goed gaat, iedereen zonder uitzondering. Hij wil dat alle mensen gelijke kansen krijgen en dat niemand onrecht wordt aangedaan.
De glorie van God bestaat in het geluk van de mensen. Gods glorie verkondigen gebeurt dan ook op de eerste plaats door zich daadwerkelijk in te zetten voor het welzijn van elke mens.
Misschien merkt nu iemand op: “zich inzetten voor de ander maar dat doen de ongelovigen toch ook?” God zij dank, zou ik zeggen, want ook de ongelovigen staan onder de werking van Gods Geest en delen zodanig ook in de zorg van God om alle mensen gelukkig te maken.
Wij mogen geen muren optrekken tussen gelovigen en ongelovigen. Alle mensen van goede wil worden samen uitgenodigd om van deze wereld een stad van vrede te maken. Dat is geen monopolie van de christenen. Wij moeten ons verheugen over elk menswaardig project waar mensen zich samen voor inzetten om het te realiseren.
Onze zorg voor het welzijn van medemensen mag zich zeker niet beperken tot een of andere grootscheepse actie per jaar. Het gaat bovenal om onze bekering, om een verandering van mentaliteit, om een levenshouding zoals Jezus ze ons heeft voorgeleefd. Al doen we ongeveer hetzelfde als de ongelovigen wij putten uit heel andere levensbronnen dan zij. Wij proberen ons te houden aan de raadgevingen van Jezus, die vaak haaks staan op de visie van mensen met een andere levensbeschouwing. Jezus zond zijn leerlingen twee aan twee uit. Zijn voorkeur gaat uit naar kleine groepen, twee aan twee. Elders spreekt Hij van twee of drie die in zijn Naam samen zijn. Bij de verkondiging gaat het om een getuigenis van mens tot mens, van persoon tot persoon - en dat is iets anders dan een supershow op het televisiescherm. Bevrijding gebeurt nu in en door kleine gemeenschappen, niet door mondiale acties, hoe goed die ook kunnen zijn.
Jezus zond zijn leerlingen op weg met een minimum aan bagage. Geen voedsel, geen reiszak, geen geld… De leiders van de volken willen een nieuwe wereldorde opbouwen met een maximum aan middelen. Kijk maar eens als zij op zending vertrekken naar de Zuidpool, in de ruimte… Jezus ziet het zeker anders. De bouwstenen van het Godsrijk zijn geen materiële dingen, het zijn vrede, liefde, solidariteit en gerechtigheid; ze worden doorgegeven via een gelovig levensgetuigenis.
Overdaad, opsmuk, materiële rijkdom behoren niet tot de levensstijl van Jezus. Goed, maar wij ervaren dat de mens nu ook niet van brood alleen kan leven. Als wij naar het voorbeeld van Jezus arm en weerloos in onze maatschappij willen leven, dan zullen wij vlug in de marge terechtkomen. Is daar misschien ook onze plaats? Daar vinden wij toch ook de weerloze, marginale mens in nood, daar vinden we hen tot wie Jezus’ troostende boodschap moet gebracht worden.