In onze samenleving wordt het christelijk geloof beschouwd als een filosofische of levensbeschouwelijke overtuiging, naast vele andere, want onze samenleving is pluralistisch. Toch verschilt het geloof fundamenteel van filosofie. Om dat duidelijk te maken moeten we teruggaan in de geschiedenis.
De Griekse wijsgeer Socrates (469-399 v.Chr.) wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de westerse wijsbegeerte. Hij heeft geen geschriften nagelaten. Hij liep altijd op straat, sprak mensen aan en stelde voortdurend vragen. Hij wilde zijn tijdgenoten zo ver brengen dat ze zelf zouden gaan nadenken en op zoek gaan naar de waarheid. Dat is filosofie tot op vandaag gebleven: zelf nadenken om de waarheid op het spoor te komen. Volgens Socrates’ geniale leerling Plato sluimert die waarheid diep in de ziel van ieder mens. Socrates vergeleek zichzelf met een vroedvrouw die mensen helpt bij het ter wereld brengen van kennis en waarheid.
Ons christelijk geloof gaat terug op Jezus. Ook Hij heeft niets geschreven. Ook Hij sprak voortdurend mensen aan en zette ze aan het denken. Maar volgens Jezus kan de mens niet op eigen kracht en door persoonlijk nadenken de waarheid vinden. Die waarheid ligt ook niet ergens diep in onze eigen ziel verscholen. De waarheid komt van buiten ons. Hij schonk ze ons: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven,’ zei Hij. En in laatste instantie had ook Jezus de waarheid niet uit zichzelf. In zijn afscheidsgebed zei Hij rot de Vader: ‘De woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven’ (1Joh 17,8).
Socrates zei dat de mensen zelf moesten nadenken om de waarheid te vinden. Jezus zei dat we naar Hem moesten luisteren om de waarheid te vinden. Dat maakt het grote verschil tussen filosofie en geloof. Daarmee is helemaal niet gezegd dat een gelovige niet moet nadenken of filosoferen. Integendeel! Het laatste woord over de zin en het doel van ons bestaan komt echter niet van ons, maar van God. Hij spreekt tot ons in zijn Getuige bij uitstek: Jezus, de Heer. Die werd gezonden door de Vader om ons tot de waarheid te brengen.
Jezus koos leerlingen en zond ze uit om te prediken. Zijn apostelen kozen op hun beurt mensen uit om de verkondiging voort te zetten. Zo is dat doorgegaan. Tot op vandaag. Wij hebben Jezus Christus niet ontdekt door zelf na te denken. Anderen hebben zijn Blijde Boodschap aan ons doorgegeven. Zoals missionarissen nog altijd doen. Het christelijk geloof is inderdaad in wezen missionair. Paulus vatte heel dat gebeuren als volgt samen: ‘Hoe kunnen wij geloven in iemand zonder van hem te hebben gehoord? Hoe kunnen we over iemand horen, als niemand hem verkondigt? En hoe kunnen ze verkondigen, als ze niet gezonden zijn? (…) Het geloof komt dus voort uit de boodschap, en de boodschap geschiedt in opdracht van Christus’ (Rom. 10,14-15.17).