Er bestaat een overbekend woord van Jezus: “Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt en Ik zal uw last verlichten” (Mt. 11,28). Hoe doet Hij dat, onze lasten verlichten? Neemt Hij ze van ons over, of leert Hij ze ons dragen? Of leert Hij ons misschien wel, dat we helemaal geen lasten hoeven te hebben?
In die laatste richting wijst ons het evangelie van vandaag. Maar eerst neem ik u mee naar een catecheseles op school: de leraar geeft aan de kinderen de volgende opdracht. “Neem aan, dat jouw vader en moeder moeten emigreren naar een ander land, ver van hier. Schrijf eens tien dingen op, die je dan graag zou meenemen.” De kinderen beginnen te schrijven: materiële dingen meestal: de cd-speler, de video, de computer, speelgoed, de hond. Dan wordt er gezegd: zoveel kun je niet meenemen, je krijgt maar een heel klein koffertje om het in te doen. Van de tien dingen mag je er maar drie overhouden. De kinderen beginnen te schrappen, het kost hen moeite om verschillende dingen achter te laten.
Dan komt de laatste opdracht: op Zaventem is het vliegtuig zo vol, dat je koffers moet achterlaten. Je mag maar één ding overhouden om mee te nemen. Eén lievelingsvoorwerp. Schrap dus nog twee dingen weg, en houd er één over. En dit was het resultaat van het werkstuk: de kinderen hielden zonder uitzondering iets over, dat verbondenheid aangaf: het knuffeldiertje van oma, een fotoalbum, een hamer van ome Jan gekregen. Stuk voor stuk dingen die te maken hadden met relatie, vriendschap, geborgenheid. De kinderen voelden: dit is het enige, dat je tenslotte nodig hebt.
Nu de leerlingen van Jezus. Zij gaan vandaag ook op reis. Moeten de hele wereld in. Wat nemen ze mee en wat kunnen ze tenslotte missen? Als je deze reis wilt voltooien, zegt Jezus, moet je geen bagage meenemen of teveel kleren, want daar kun je niet mee vooruit. En vooral geen portemonnee, want de verleiding om die te vullen is onweerstaanbaar. Voor je het zelf in de gaten hebt, ben je een broodprofeet, waarover de eerste lezing spreekt. Dan wordt je binnen de kortste keren iemand die de machtige naar de mond praat. Je verliest je onafhankelijkheid en je kunt niet meer zeggen, wat je hart je ingeeft.
Ga met weinig op stap, zegt het evangelie, als je het goede in deze wereld wilt opdelven. Een stok om op te steunen en sandalen, dat mag. Bovendien is de mens geroepen tot gemeenschap! Daarom worden ze ook twee aan twee uitgezonden. Een mens alleen in de wereld wordt gauw ondergesneeuwd. Een mens kan niet tegen de eenzaamheid. Stuur hem niet alleen weg en laat hem ook niet alleen, want hij is ten dode opgeschreven. Een mens is bedoeld voor een ander mens. En als je, zegt Jezus, een huis binnengaat, ga er dan niet meer weg, maar blijf er en vorm er gemeenschap met meer mensen. Dat doe je niet in een uur, niet in een dag. Blijf daar tot je weer afreist. Niet dus tot je ruzie krijgt of een conflict hebt met elkaar. Goede relaties met elkaar, met Mij, daar gaat het om.
Beste mensen, het is vakantietijd. Overal gaan mensen op stap. Ga met niet teveel bagage en met niet teveel geld, maar wel met jezelf, met je goeie hart en je fantasie. En voor allen geldt: kom dus op gang, zegt de Heer; ga, laat je gaan, pelgrim naar beter, mens met een missie. Het gaat niet om wat je hebt, maar om wie je bent. God kan je reisgezelschap zijn en met liefde in je koffer ben je overal welkom.