Een tegendraadse boer

B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Op vele plaatsen zijn mensen bang van boerenbetogingen. Of dat terecht is, laat ik in het midden. Ik ga er liever van uit dat boer zijn geen schande is. Voor mijn part hoeft een boer geen landbouwer te worden. Hij is iemand, ook zonder deze beschaafde titulatuur. Hij mag er wezen. Alleen, van een boer verwacht men doorgaans niet dat hij optreedt op het publieke forum. De boer, hij ploegt en zaait en maait. Zijn handen staan naar dat werk. Dat siert hem. In verfijnde salons beweegt hij zich minder vlot. Dat is niet zijn stijl. Hij heeft zijn eigen stijl.

Amos was een boer, een schapenfokker, een vijgenkweker. Een man van 2.700 jaar geleden. In ons boek dat bijbel heet, treedt hij niet op als iemand die een wetenschappelijke uitzending verzorgt voor boer en tuinder. Hij treedt op als profeet. Dat is geen gezicht. Zo werd zijn optreden ook ervaren. Zo werd hij ook afgewezen. Zoals altijd door de mensen die hij niet spaarde met zijn rauwe rake woorden. Hij richtte zich tegen de hooggeplaatsten van Jeruzalem en Samaria, maar vooral tegen het staatsheiligdom, de basiliek van Betel. Hij heeft het over de vadsigheid, het onrecht en de pronkzucht van de rijken. Toch propageert hij geen klassenstrijd. Hij had namelijk Karl Marx niet gelezen… zodus. Hij had de instructies van Jahweh God gelezen. Hij had het daarom tegen een godsdienst met vuile handen. Het sacrale werd ont-eerd, ont-luisterd en ont-aard. Daar was het hem om te doen. Het was heilige toom. Amos is kwaad. Heel kwaad.

Amos deelt in Gods toom. God ziet wat er gebeurt: vloek maar, Amos! Wat ziet God? Wat ziet Amos? Het onrecht schreit en de tempeldienaars lachen. God kan dan niet langer luisteren naar de gebeden van mensen die op ivoren rustbedden liggen terwijl de kleine mens verdreven wordt van zijn kleine akkers. Die ivoren bedden werden tussen haakjes gekocht door de onteigening van de mensen die waren zoals Amos: vijgenkwekers die leven van de zon uit de hemel en van het eigen zweet. Daarom is de cultus teveel galacultuur geworden rondom het altaar en dan wordt elke psalm in de tempel vals gezongen. De woorden zijn wel mooi maar ze worden lelijk uitgesproken door mensen met een dubbele tong. Er is geen heilige eenvoud meer. In Gods ogen is dat onuitstaanbaar. Weg ermee. Reinig mijn tempel.

Met Jezus zitten we op dezelfde golflengte. Marcus bericht daarover. Hij spreekt over de leerling die sandalen draagt en geen dubbele kleding. Geen praal, geen geëtaleerde glorie, geen plechtige begroetingen met veel wierook en lange omslachtige rituelen. Hij loopt niet de straat op met processiegewaden. Hij draagt sandalen. De zolen zijn geregeld versleten van het danige gebruik. Zo is de leerling. Hij zit niet op een troon. Hij gaat. Van hier naar daar. Rechtdoor. Zijn stijl is gemarkeerd door voorwaartse vrijheid. Zo ligt het verhaal van Marcus in het verlengde van het verhaal van Amos. Ere-dienst verloopt zonder eer voor de bedienaar. En het product “godsdienst” wordt te koop aangeboden op de markt van het leven door vrije, flexibele mensen… op sandalen. Zodoende schuwt de leerling de publiciteit. Hij heeft geen applausmeter nodig om eenvoudig het goede te doen.

Hij is als de boer… Hij ploegt voort…

Zoeken in Preken Online