Gastvrijheid

B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Als Jezus de twaalf aanstelt als apostelen heeft hij daar volgens Marcus twee bedoelingen mee (3,14). Hij doet dat op de eerste plaats ‘om ze bij zich te hebben’. Hij wil niet alleen blijven. Hij heeft gezelschap nodig. Op de tweede plaats heeft hij vanaf het begin de bedoeling om ‘ze uit te zenden en de macht te geven duivels uit te drijven.'

Nu ze een tijd bij hem geweest zijn, beter geïnstrueerd en ingewijd zijn in waar hij in deze wereld voor staat, stuurt hij hen er nu op uit. Ze worden niet zomaar uitgestuurd. Ze krijgen een serie richtlijnen mee. Regels die niet alleen maar bedoeld zijn voor deze ene keer. Regels die blijven gelden voor alle verdere missies en opdrachten.

Volgens die richtlijnen dienen ze zelf voor hun reiskosten te zorgen. Ze moeten zich voorzien van de normale transportvoorzieningen van hun tijd en stand. Ze dienen een staf en een paar sandalen aan te schaffen. (Lucas vermeldt die sandalen in zijn evangelie niet; Matteüs verbiedt ze zelfs!) Verder hebben ze nergens voor te zorgen. Ze mogen dat zelfs niet. Ze mogen niets meenemen voor hun verdere levensonderhoud: geen eten, geen knapzak, geen extra kleding, en ook geen geld. Dat betekent dat ze helemaal op de gastvrijheid van hun eventuele gastvrouwen en gastheren aangewezen zijn. Er is nog een andere regel, als ze door een familie ontvangen zijn, dan moeten ze bij die familie blijven en niet doorverhuizen naar anderen. Het verhaal vertelt niet of zijn apostelen aan die regels trouw waren. Wat we wel weten is wat er ook nu nog gebeurt, als men niet trouw is aan die regels.

Natuurlijk zijn missionarissen en zendelingen altijd gasten geweest. Maar dat betekent niet dat ze zich steeds als gasten gedroegen en zeker niet op de manier waarop Jezus dat van hen verwacht. Het tegendeel is eerder waar. Vooral in een meer koloniaal verleden forceerden ze hun gastheren en gastvrouwen hun taal te spreken, hun kleren te dragen, en hun gebruiken te respecteren. In plaats van iets te leren van de culturen waarmee ze in contact kwamen, waren ze daar dikwijls niet in geïnteresseerd. Soms maakten ze die zelfs belachelijk.

Hoewel die benadering nu wel verleden tijd is, blijven ook nu missionarissen vaak zo veel mogelijk vasthouden aan hun eigen levensstijl, en hun eigen soort dieet.

Dit is goed te begrijpen, en wij die thuis zijn - en blijven - zijn de laatsten om die missionarissen en zendelingen ook maar enig verwijt te maken. Maar de moeilijkheid zit dieper. Het is niet alleen maar een kwestie van enkele individuele missionarissen. Het is dikwijls de houding die de kerk als instituut aanneemt. Dat instituut wil alleen maar op háár condities ontvangen worden. Binnen de kerk meent de kerkelijke leiding vaak, dat de manier waarop zijzelf tot nu toe Jezus ontving in de tot voor kort westerse kerk de enig mogelijke manier is. De kerk gehoorzaamt aan de richtlijnen op die manier niet.

Volgens die regels moeten we ons toevertrouwen aan de gastvrijheid van hen die we op onze tocht met Jezus en met elkaar tegen komen. Dat doet de kerk niet. Ze doet dat zelfs niet op een simpel vlak als dat van eten en drinken. Jezus vraagt ons zelf geen eten mee te nemen op onze tocht. In het evangelie van Lucas vraagt hij zijn leerlingen zelfs uitdrukkelijk te eten wat hen voorgezet wordt (Luc. 10,7). In ons kerkelijke verband doen we dat niet. We vertrouwen zelfs het brood en de wijn dat we daar vinden niet. Jarenlang heb ik zelf bij de eucharistie midden in Afrika hosties gebruikt die gebakken werden op het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel, Noord-Brabant.

Dit niet naar Jezus’ richtlijnen luisteren heeft zijn gevolgen. De anderen kunnen zich op die manier nooit echt bij hem thuis voelen. Je kunt dat ook op een academischer manier zeggen. De inculturatie van zijn persoon, zijn leer en zijn leven wordt zo praktisch een onmogelijkheid.

Tot voor kort was dat vooral voelbaar in die gebieden die ver van ons en vooral van Rome afliggen zoals Afrika. Het geldt nu ook voor het westen. Probeer eens met de mensen rondje, of met de jongere mensen onder ons, op de geijkte kerkelijke manier over Jezus te spreken.

Wie van de huidige opvolgers van de apostelen is bereid zich aan hun gastvrijheid toe te vertrouwen?

Zoeken in Preken Online