De katholieke kerk in ons land heeft geen eigen persagentschap meer. Zij beschikt ook niet over een eigen krant. Zij heeft geen eigen televisiekanaal, geen eigen radiozender.
De kerk beschikt niet over een reclamebureau, zelfs niet over een studiedienst.
Zij moet het stellen met een parochieblad en een beetje KTRO dat steeds maar naar een onmogelijk uur wordt verschoven.
Misschien is het dat wat Jezus bedoelde toen Hij zei: een stok is voldoende, geen reistas, geen geld in de gordel, geen reservekleding. Alleen de kracht van uw woord, de kracht van de boodschap moet volstaan.
Geloofsoverdracht mag niet overdonderen, alleen maar overtuigen.
Als iemand de boodschap niet aanvaardt, dring ze dan ook niet op. Ge moet u dan niet kwaad maken, ge moet geen amok maken: Ga dan stilletjes weg en veeg het stof van uw voeten.
In ’t Vlaams zouden we zeggen: Kuist uw schop af.
Als een godsdienst dient om macht te verwerven, dan komen er moeilijkheden van. Dan wordt er gevochten, dan vloeit er bloed. Het evangelie stuurt aan op tolerantie, niet op fanatisme.
Als christenen worden uitgezonden naar hun medemensen toe, dan is het om hen te genezen, niet om ze in te lijven en te onderwerpen.
Vandaag leven wij meer dan ooit in een mozaïek van overtuigingen. In elke vriendenkring, in elke familie, op elke werkvloer staan we als christen tussen vrijzinnigen, of moslims, boedhisten, getuigen van Jehova en vooral heel veel mensen die geestelijk dakloos zijn. Zij hebben het geloof van hun jeugd verloren maar er is niets in de plaats gekomen, alleen een grote onverschilligheid.
Geen van hen zal overtuigd worden door de pracht en de praal van een machtige kerk, integendeel.
Christenen moeten hen alleen maar nieuwsgierig maken, hen de vraag doen stellen: Maar waar halen die christenen de kracht vandaan om ook in de moeilijke omstandigheden de moed niet te verliezen en te blijven vertrouwen? Waar halen zij de kracht vandaan om ook in tegenwerking en verraad te blijven liefhebben?
Elke christen kan een medicamentje zijn om deze wereld te genezen van het zinloze, van het wanstaltige, van het vernietigende dat onze beschaving aantast.
Niet in de macht van de organisatie ligt de vitaliteit van het geloof. Wel in de warmte van het hart, en in de rijkdom van de geest van elke eenvoudige gelovige.