* Deze eerste zending van de apostelen was voor de twaalf een eerste proef. Jezus zond ze uit per twee opdat ze elkaar tot steun zouden zijn; verkondiging gebeurt in groep. Ook omdat ze moesten getuigen; betrouwbare getuigen waren bij wet minstens met twee (Dt. 17,6; 19,15).
* Bemerk: Jezus zendt hen met een opdracht (iets positiefs) en met een verbod (iets negatiefs).
- Eerst lezen we de opdracht : “Hij gaf hun macht…”\
- En daarop volgt onmiddellijk: “…om onreine geesten uit te drijven.” En wat verder: “Ze dreven (dus) veel demonen uit.” Er moest eerst een groot opruimingswerk gebeuren: opruimen al wat de boodschap in de weg zou staan. Evangelisatie zal nooit goed in de markt liggen. Ze zal een strijd kennen. De apostelen zullen het hoofd bieden aan tegenkrachten. “Ik zend u als lammeren tussen de wolven…” (Mt 10,16) Die tegenstand zal niet alleen komen vanuit de hoek van de mensen die weigeren omdat ze niet weten; maar in het evangelie lezen we over een weerstand tegen Jezus die van veel verder komt. Een duistere diepte, die in ons Onzevader zacht en vaag vertaald wordt door “het kwade”: “Verlos ons van het kwade”. Jezus werd duidelijk door “de kwade” uitgedaagd.\
- “Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.” Er was toen nog geen sprake van het uitdragen van de geloofsbelijdenis. Dat komt pas veel later. Hiermede trekt Jezus enkel door wat Hij zelf als aanzet van zijn prediking had gegeven: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij: bekeer u en geloof in de goede boodschap.” (Mc.1,15) Dit sluit weer aan bij het optreden van de Voorloper, die een doopsel van bekering had gepreekt (Mc 1,4). Bekering is nooit af. Ommekeer zal altijd nodig zijn. Altijd opnieuw moet de mens zijn afgoden ontdekken. Eens waren ze goden van steen, hout of metaal. Vandaag zijn ze de zovele prioriteiten die de plaats van God innemen; de afgoden voor wie wij in de huidige welvaart- en genotcultuur gestaag door de knieën gaan.\
- “Zij zalfden zieken en genazen hen.” De komst van het Rijk Gods betekent een geleidelijke maar fundamentele verandering in de samenleving. Waar de schepping op zoveel niveaus gebrokenheid vertoont, moet ze weer heel worden, in harmonie gebracht worden met God. Het gaat om de totale genezing van de wereld, waarin liefde open bloeit in belangloze gave, waarin waarheid vrede schept. Daartoe moet God zijn plaats terugvinden in een gedesacraliseerde maatschappij. Het zuiver profane bestaat niet, tenzij in gebrokenheid. Het sacrale moeten we in het profane weer oplichten. - Juist daarom waren de fysieke ziekengenezingen van Jezus en deze van zijn apostelen enkel de uiterlijke signalen van een veel dieperliggend herstel bij mens en wereld. Hierin vinden we de wortels van de leer over diverse vormen van handenoplegging, en speciaal de wortels van de ziekenzalving, die juist aan levenden moet worden gegeven. Het gaat om praktijken die op verantwoorde wijze hun plaats in onze geloofsgemeenschap mogen hervinden.
- Maar even belangrijk lijkt het wat Jezus hun verbiedt: \
- Ze mogen voor hun reis niets meenemen, tenzij een stok, en een paar sandalen; maar geen voedsel noch reiszak, geen kopergeld en geen dubbele kleding. Geen materieel houvast, zelfs geen menselijke zekerheid. Hun verkondiging mag alleen steunen op het vertrouwen in Gods voorzienigheid en op zijn kracht. Het Woord draagt zichzelf. Helemaal in de lijn van hun Meester.\
- Hiervan was Paulus doordrongen: “Heel onze bekwaamheid komt van God.” (2 Kor.2,5) - " Deze schat dragen wij in aarden vaten, opdat duidelijk zou blijken dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons."( 2 Kor. 4.7) - Paulus nam niet alleen afstand van materiële middelen, maar ook van een pure menselijke wijsheid en talent: “Ik kwam niet tot u met vertoon van welsprekendheid of geleerdheid… Het woord dat ik u verkondigde… getuigde van de kracht van de Geest, opdat uw geloof niet zou steunen op menselijke wijsheid, maar op de kracht van God.” (1 Kor. 2, 1-5)\
- Ook vandaag is het gevaar niet veraf dat wij onze geloofsverkondiging vooral van menselijke middelen laten afhangen. Daar is de waaier van onze materiële apparatuur. De rijkdom in de Kerk heeft vaak haar boodschap verzwakt of versmacht. Daarom daagden er steeds weer profetische figuren op die een contesterend teken gaven, zoals Franciscus en Clara, Charles de Foucauld… , religieuze gemeenschappen die radicaal de armoede beleefden, en daardoor alleen al getuigenis gaven. - Gevaar is ook dat wij het naakte evangelie afbuigen naar wat mensen smaken, of Gods Woord vervangen door menselijke theorieën. Onlangs nog wees de paus erop hoe ideologieën vandaag het grootste gevaar betekenen voor de Kerk. In het grote ethisch debat (rond euthanasie, abortus, gezin…) heeft de Kerk de tijdsgeest niet met zich mee, zij heeft de media weinig op haar kant. Ze riskeert zelfs hiervoor veroordeeld te worden. Maar op lange termijn zal men haar gelijk moeten geven. Ze speelt geen achterhoedegevecht. Een meerderheid, door de media gesteund, denkt vandaag op korte afstand, is kortzichtig, en zal door de geschiedenis geen gelijk krijgen.
* Daarom kan een ware nieuwe evangelisatie bij ons, alleen gebeuren door een grote innerlijke zuivering bij allen, die het evangelie willen uitdragen. Hun ware kracht ligt in hun diepe verbondenheid met Heer. Die kracht wordt hun gegeven in het gebed, in de aanbidding van de H. Eucharistie en in hun toewijding aan de Moeder van de Kerk, die immers ook beeld is van de Kerk.