Rembrandt zondag - overweging bij "De verloren zoon" (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Jaren geleden kocht ik als cadeautje voor mijn dochter dit kleine boekje van ‘de verloren zoon’. Het is een verhaal uit de kijkbijbel, bedoeld voor kleine kinderen en het wordt heel kort en simpel verteld. Ze vond het prachtig en wilde het vaak voorgelezen hebben of de plaatjes kijken. Toen ik over ‘de verloren zoon’ aan het nadenken was, ben ik haar eens gaan vragen
waarom dit verhaal zo haar voorkeur had. Dat vond ze moeilijk uit te leggen. Het had iets te maken met die zoon die terugkwam en terug mocht komen. Met vergeven worden en altijd welkom zijn. Maar wat het nu precies was geweest, dat wist ze niet. Misschien de herkenbaarheid?
In ieder geval is het een verhaal dat veel mensen door de eeuwen heen heeft aangesproken en ook nu nog aanspreekt. Henri Nouwen schreef er enkele jaren geleden een heel boek over en in de 17e eeuw schilderde Rembrandt dit prachtige schilderij dat u ziet op de voorkant van uw boekje. Wat raakte hen, wat raakt u, wat raakt mij in dit verhaal?
Het is in ieder geval een verhaal dat heel dichtbij komt. We voelen ons allemaal wel eens ‘de verloren zoon’ in ons leven, en dan verlangen we naar die liefdevolle vader. Zou dat het zijn? Of is het nog meer?
Bij de vormselvoorbereiding afgelopen jaar in Amersfoort Noord is dit verhaal ook gelezen. We hebben de jongeren toen gevraagd wie ze zouden willen zijn. Als je een figuur zou moeten kiezen die je het meeste aanspreekt, waarvan je denkt dat hij het beste bij jou past, wie zou je dan kiezen?
Die vraag wil ik nu ook aan u stellen. Van u allen hier aanwezig zouden wij graag willen weten naar welke van de drie hoofdfiguren uw voorkeur uitgaat:
* De zoon die zijn erfdeel opeist, weggaat en terugkeert
* De zoon die altijd thuisblijft en zijn plicht doet
* Of de Vader die beide zonen met open armen tegemoet treedt?

Vóór deze dienst heb ik uitgebreid over het verhaal van ‘de verloren zoon’ nagedacht. En mezelf dezelfde vraag als u gesteld: met wie voel ik me het meest verwant, op wie lijk ik het meest. En toen kwam de vraag bij mij op of ik niet beide in me had? Want als ik goed naar mezelf kijk heb ik wel iets van de zoon in me die weg wil en nieuwe dingen wil ondernemen, die geconfronteerd wordt met zijn fouten en terugkeert naar waar hij vandaan komt, waar hij gestart is. Maar ook heb ik vaak iets van de oudste zoon in me die thuis blijft en zijn plicht doet. En die jaloers is op anderen die dingen doen die ik eigenlijk ook zou willen.
De jongste zoon eist zijn erfdeel op (terwijl de vader nog leeft), iets wat totaal ongebruikelijk was en vertrekt naar een ver land. Hij snijdt de banden met zijn ouderlijk huis door. Het verre land kunnen we zien als een verlangen naar roem, rijkdom, liefde, waardering. Naar alles wat we zouden willen bereiken. We kijken daarbij te vaak naar anderen, we spiegelen ons aan anderen en zien over het hoofd wat we zelf allemaal al hebben. Maar macht, status en aanzien kunnen onze diepste behoeften niet bevredigen. Als we dat inzien, voelen we ons arm. Dan is ons geld op, net als bij de jongste zoon. Dan komen we tot onszelf en willen we terugkeren naar waar we ooit begonnen zijn: thuis, bij de liefde van de Vader. Zo zijn veel mensen op zoek naar hun oorsprong, naar iets dat meer waard is dan geld en macht. Naar een spirituele thuisbasis. Voor u en mij hier aanwezig is dat ons geloof, de ene keer sterker en duidelijker dan de andere, maar toch altijd ergens aanwezig. En iedere keer als wij daar naartoe terugkeren, zijn wij welkom. De vader geeft zijn kinderen de vrijheid te gaan, geeft zijn zegen mee als wij het huis verlaten en dat steeds opnieuw doen, maar ziet altijd naar ons uit, wacht op ons met uitgestrekte armen.
De oudste zoon is nog op het land als de jongste terugkeert. Hij komt pas tot de ontdekking dat hij terug is en er feest is als hij terugkeert van zijn werkzaamheden. Hij is jaloers en blijft buiten staan. Hij is boos, wil niet naar binnen. Hij is toch altijd plichtsgetrouw geweest, wat is dit dan nu? Hij voelt zich tekort gedaan, niet gewaardeerd. Hij is op dit moment net zozeer een ‘verloren zoon’ als zijn jongste broer. Zijn hart is verhard, hij oordeelt over zijn broer en is niet in staat blijdschap te voelen: geen blijdschap om de terugkeer van zijn broer en de vreugde van zijn vader, maar ook geen blijdschap om alles wat hij zelf heeft juist doordat hij is thuisgebleven. Hij heeft geen oog voor de zegeningen die hem dagelijks overkomen.
Ook naar hem komt de vader toe. Hij houdt van beide kinderen evenveel en wil ze allebei bij hem hebben. Zo komt God de Vader naar ons allen toe om ons te vinden en thuis te brengen, hoe wij ook zijn. Als Schepper van hemel en aarde wil Hij bovenal Vader zijn, moeder zijn. Zijn of haar liefde is er altijd geweest, vanaf het begin en zal er altijd zijn. Onze God, die zowel Vader als moeder is, vergelijkt nooit. Alle kinderen zijn hem, zijn haar even dierbaar, ondanks hun tekortkomingen.
Henri Nouwen, aan het begin van de dienst al genoemd, doorloopt in zijn boek alle figuren van dit verhaal. Hij identificeert zich eerst met de jongste zoon en komt dan tot de ontdekking dat hij toch ook veel in zich heeft van de oudste zoon. Maar hij gaat nog een stap verder, een boeiende stap die ik u niet wil onthouden. Hij komt tot de conclusie dat zijn levensweg via de jongste en oudste zoon leidt naar het vader-zijn: mijn ware identiteit, zo zegt hij, is dat ik Gods kind ben. Terugkeer naar de vader houdt in ‘vergeving ontvangen, thuiskomen’. Maar wil en kan ik ook zelf vergeving schenken? Wil ik ook anderen met open armen ontvangen? Een opdracht van Jezus is immers: ‘wees barmhartig zoals jullie hemelse vader barmhartig is’. Daartoe zijn wij geroepen. Daarin ligt de opdracht aan ons allen: om uiteindelijk te worden als die vader die zijn kinderen met open armen ontvangt. Als kinderen zijn wij erfgenamen van deze vader en zo ook erfgenamen van zijn liefde en vergeving om dit als zijn opvolgers uit te dragen naar anderen. Dan zijn wij anderen werkelijk nabij, zoals ook de Heer ons nabij is. Dan rusten wij onder elkaars vleugels, zijn wij menselijk voor elkaar aanwezig, dragen en dienen wij onze medemens. En komt het lied dat wij nu gaan zingen heel dichtbij onszelf. In ons mensen immers wilt Gij, God, wonen.

Zoeken in Preken Online