In het spectrum van eschatalogische en esoterische ideologieën is de christologie geen empirische wetenschap, maar een mysterium fidei, en het magisterium van de Kerk kan dit in dogma confirmeren, als u begrijpt wat ik bedoel. Nee dus. Nou ja, ik weet het zelf ook niet precies. Maar soms hoor je van die geleerde mensen, bisschoppen en theologen, een taal spreken die voor de gewone man echt niet te begrijpen is. Die zou terecht kunnen zeggen: laat die moeilijke woorden nu eens thuis en vertel me wat je bedoelt in een taal die ik ook kan verstaan. Al dat geleerde gedoe is maar overbodige bagage.
Een ander voorbeeld: het komt een enkele keer voor dat een begrafenisverzorger bij een familie komt om een uitvaart te regelen, het eerste wat hij uitpakt is zijn laptop, zijn eerste vraag is: waar is hier een stopcontact en dan begint hij de gegevens in te typen. Dat is de moderne tijd. Maar ik heb zelf wel eens de neiging om te zeggen:’ man, laat dat ding thuis, hoe gemakkelijk het ook is. Het is een onpersoonlijk ding en juist in die omstandigheden gaat het om heel persoonlijke contacten.
Nog een voorbeeld. Ik was eens bij iemand in het ziekenhuis die stervende was. De familie zat er wat stilletjes bij. Maar de verpleegster die erbij was vond het nodig om ongeveer elke twee minuten de pols te voelen en om de vijf minuten de bloeddruk op te nemen. Dat waren op dat moment totaal overbodige en hinderlijke handelingen. Natuurlijk, iets doen is veel gemakkelijker dan stil bij een bed zitten, maar het kan de sfeer van dat laatste samenzijn heel erg verstoren.
Zo zijn er natuurlijk nog een hele rij voorbeelden te geven die min of meer in dezelfde sfeer liggen, voorbeelden van hoe het niet moet. Zo vaak zijn er overtollige woorden, overtollige handelingen die echt persoonlijke contacten in de weg staan, die de zaak waar het omgaat meer verduisteren dan verlichten, die soms een façade zijn waarachter we ons verbergen, en onze onzekerheden, onze twijfels proberen te verdoezelen, die soms een aanwensel zijn waarvan we menen dat we niet anders kunnen. Maar in feite is het meestal overbodige ballast en zouden contacten tussen mensen veel beter lopen als ze die ballast thuis konden laten.
Hier gaat het ook over in het evangelie. Jezus stuurt zijn leerlingen op pad om zijn boodschap uit te dragen. Ze krijgen de opdracht om zo min mogelijk bagage mee te nemen. Alles wat ze extra meenemen, belemmert hen in hun taak. Het gaat hier in feite niet zozeer over die materiële bagage, maar veeleer over de geestelijke bagage die mensen meesjouwen. Jezus’ boodschap kan mensen alleen dan aanspreken als ze verstaanbaar gebracht wordt, niet alleen in woorden maar ook in daden, maar elke taal wordt vroeg of laat onverstaanbaar als er teveel overtollige ballast in meegedragen wordt.
Dat was in Jezus’ tijd de werkelijkheid, dat is het ook nu. Als in deze tijd velen zich niet, niet meer, aangesproken voelen door die oude maar ook nu nog actuele boodschap van het evangelie, dan moet de kerk, moeten de kerkleiders, kerkmensen, zich de vraag stellen: spreken we wel een verstaanbare taal? Letterlijk. Of spreken we allerlei formules uit, dogma’s. regels die de kern van ons gelovig-zijn meer verhullen dan openbaren? Leggen we niet teveel nadruk op franje, op allerlei minder belangrijke dingen, vaak tijdgebonden tradities die echter niet wezenlijk zijn, die in feite vaak een overbodige ballast zijn waardoor mensen niet meer geïnteresseerd zijn in de eigenlijke boodschap?
We moeten echter niet alleen naar de leidinggevenden in de kerk kijken, we moeten ook naar onszelf kijken, en onszelf de vraag stellen: spreken wij een verstaanbare taal als het gaat om de boodschap van Jezus? Praten we eigenlijk wel ooit over ons gelovig zijn of staan we dan meteen met een mond vol tanden, of praten we anderen na die kritiek hebben op de kerk zonder ooit dieper over deze zaken nagedacht te hebben? Bovendien gaat het niet zozeer over de dingen die we zeggen maar nog veel meer over de dingen die we doen, heel concreet met elkaar en voor elkaar. Kunnen anderen daaruit verstaan wat ons bezielt, wat ons motiveert? Of dragen ook wij teveel ballast, teveel bagage, met ons mee? Maken we ons dikwijls druk over allerlei materiële en immateriële dingen, waardoor die boodschap van Jezus niet meer duidelijk herkenbaar is in onze manier van leven. Want laten we niet vergeten: getuigen van zijn boodschap, zijn idealen, is niet alleen een opdracht voor bisschoppen en pastoors en theologen maar voor ons allemaal, voor ieder die zichzelf ziet als een gelovige.
Vijftiende zondag door het jaar (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen