Wij zullen maar niet zeggen wie Job is. Job is de mens. Job is de mens die worstelt met God en de duivel. De mens die bekoord wordt, de mens die lijdt en zich vele vragen stelt. Hij is de mens van alle tijden. De mens die zich de vraag stelt: waar heb ik dat verdiend?
Hij heeft met die vraag afgerekend. Hij schrijft een nieuwe bijbel. Of liever: hij schrijft de bijbel nieuw. Als je hem begrepen hebt, moet je voortaan alles anders lezen. Zo belangrijk is die man.
Hij is een sleutelfiguur. Hij breekt met een taaie lange traditie, met woorden over vloek en zegen. Hij geeft geen oplossing maar hij spreekt anders over God, over het leven, over het noodlot, over het lijden, over Gods aandeel in dat lijden. Hij is revolutionair.
Vandaag lezen we de aanhef: Job is een godvrezend man, maar zal hij het blijven als hij ooit het lijden ontmoet? Zal hij God vervloeken als hijzelf vervloekt wordt? Zal hij door het lijden zijn geloof verliezen? Of zal hij anders over God gaan spreken?
Dat zijn de vragen van het boek. Eeuwige vragen, dus actuele vragen. De moeite waard om die man te volgen. Hoe hij worstelt, vragen stelt, twijfelt, klaagt, vloekt.
Hij heeft dat allemaal gedaan. Maar hij was een kritisch man, wel een godvrezende maar geen goedkoop-gelovige. Hij redeneert, hij schrijft een boek, een traktaat. En hij zou willen, dat iedereen hem op één punt gelooft: geloof de theologen niet, die God willen redden tegen de mens in. Hij wil ook niet het tegenovergestelde en de mens redden tegen God in. Hij wil geen atheïst worden omdat hij absurd en onrechtvaardig lijdt. Als dat niet van alle tijden is.
En Job is absoluut een eenzame in deze strijd: werkelijk alles zit hem tegen. Het leven zelf. Alles wordt hem ontnomen, letterlijk alles. Hij heeft niets meer. En de troosters van dienst, de geleerden in Gods naam, de theologen, zijn ook geen broeders, geen vrienden. Hij is alleen, absoluut alleen. Zoals een lijdend mens altijd alleen is.
Maar hij is ontzettend eerlijk. Hij is logisch. Hij gelooft niets wat in zijn ogen niet waar is. Hij gelooft alleen als de hemel hem antwoordt. Hij is één en al schreeuw. Het doet me denken aan een mens in depressie, een echte hel. Maar hij wil de hemel zien en weten of die nog open is. Dat is Job.
Je moet het hele boek lezen natuurlijk en dan weet je nog niets meer als je tenminste naar remedies zoekt. Alleen dit: hij heeft de vraag tenminste juist gesteld. Verder komt hij niet.
Voortaan zal niemand hem nog mogen overslaan: als je over God anders spreekt dan Job heb je jezelf geen dienst bewezen. Als je antwoorden zoekt, mag je hem overslaan. Maar als je weten wilt of je de vraag juist verstaat, dan is dit het eerste en juiste adres.
En als ik nu in naam van vele studenten mag spreken: als je de vraag juist verstaan hebt, ben je op weg gezet voor het antwoord. Meer mag je van Job niet verwachten maar het is al heel veel als je in het leven geen vragen stelt die naast de kwestie zijn.
Dat is Job.