We zouden dit stukje uit het Marcusevangelie louter kunnen lezen als een stukje geschiedenis, als iets dat ooit gebeurd is. En dan moet je zeggen: die leerlingen hebben geboft dat Jezus aan boord was, en dat Jezus hen gered heeft. Maar eigenlijk hebben wij er zelf niets aan. En dat klopt: want dat is ook niet de bedoeling van Marcus, als hij ons dit verhaal vertelt. Marcus heeft namelijk zijn evangelie geschreven voor een aantal kerken, parochies, gemeenten, die een heel moeilijke tijd doormaakten, die werden vervolgd.
Het was vrij kort na de dood van Jezus. Ongeveer veertig jaar. Het enthousiasme onder de christenen was nog wel groot, vooral omdat er nog enkele mensen in leven waren die Jezus hadden meegemaakt. Maar toch niet meer zo als in het eerste begin. Als dan de vervolging in alle hevigheid losbarst, is een aantal christenen geneigd de moed op te geven en te zeggen: Jezus laat ook niets meer van zich merken. Die heeft ons blijkbaar in de steek gelaten. Vooral als dan iemand uit hun gezin, of uit hun vriendenkring werd vermoord, dan kunnen we ons voorstellen dat die mensen de moed kwijt raakten.
Welnu: voor deze mensen schrijft Marcus zijn evangelie. En met deze mensen voor ogen, schrijft hij dit verhaal van vandaag op. Die mensen wil hij een hart onder de riem steken. En voor die mensen betekende dit verhaal heel veel. Want het schip van de kerk ging ontzettend te keer. Men heeft toen dit verhaal aangegrepen als een steun in de rug. Men heeft toen tegen die mensen gezegd: luister goed: het is tijdens het leven van Jezus ook een keer gebeurd, dat de leerlingen het gevoel hadden dat Jezus hen in de steek liet. Maar uiteindelijk heeft hij hen niet in de steek gelaten. Hij heeft tegen hen gezegd: waarom zijn jullie bang?
Zo heeft dit verhaal toen gefunctioneerd. En zo dient het nu nog te functioneren. Want het kan behoorlijk te keer gaan en het gaat ook behoorlijk te keer in onze kerk. Zoals het ook behoorlijk te keer kan gaan m ons persoonlijk leven. Dan is het alsof alle houvast wegvalt, en dat we denken: waar is God nu? Laat Hij ons nu helemaal in de steek? Er zijn momenten in ons leven dat wij ons erg verlaten voelen. Dat alles in je in opstand komt. En dat kan de beste overkomen. Daar hoeven we ons niet over te verwonderen, want tenslotte heeft zelfs Jezus toen hij aan het kruis hing tegen God gezegd: God, waarom hebt Gij mij verlaten. En de psalmen staan er vol van. Daar zegt de psalmist: het water staat me tot de lippen; waarom verbergt U zich?
Als iemand van ons zo’n periode doormaakt, dan is zo iemand geen uitzondering. Heel goede mensen uit de hele geschiedenis hebben zoiets doorgemaakt. En feitelijk beschrijft het verhaal van vandaag deze situatie. Het stormt. De golven slaan over de boot heen. De leerlingen voelen dat het fout gaat. En dan zeggen ze: meester, raakt het u niet dat wij vergaan? Toen werd Jezus niet boos op zijn leerlingen. Hij vroeg hun: hoe is het mogelijk dat jullie geen geloof hebben? Jezus wil ons op het hart drukken, dat wij niet bang moeten zijn. Dat is iets waar Hij altijd tegen vecht: tegen angst. Hij zegt het zo vaak tegen mensen in zijn buurt, dat ze niet bang mogen zijn. Waarom niet? Omdat God ons heeft gemaakt, en God laat nooit het werk van zijn handen in de steek. Hij heeft ons eindeloos lief. Wij zijn veilig in zijn hand. En op den duur zal ieder van ons dat merken.