Lezen wat er staat

B-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Het stillen van de storm is een achttienkaraats natuurwonder. Wij hebben daar grote vragen bij. Ik ga nu geen trucje gebruiken om vooral het onwaarschijnlijke slot van het verhaal aannemelijk te maken. Ik tracht gewoon te lezen wat er staat.

Jezus trekt met zijn leerlingen mee. Bij valavond vraagt Hij hun het meer over te varen. Er steekt een nijdige storm op. Dat kan gebeuren op een dergelijk meer. Het is niet omdat Jezus in de boot zit, dat stormen uitblijven. Ietwat duidelijker: wij denken spontaan dat God ons op onze tocht door het leven zal behoeden voor beproevingen en gevaren. Als er dan toch stormen opsteken, geven we Hem heel vlug de schuld, in de stijl van: waarom laat Gij dit gebeuren? In ons verhaal is daar niets van te merken. Erger is wel dat Jezus ligt te slapen.

Letten we nu vooral goed op wat er gebeurt. De bange leerlingen maken Hem wakker, allicht met luid geschreeuw en flinke schuddingen. En wat zeggen ze dan? Alvast niet: ‘Doe een mirakel en stil nu eens gauw die storm.’ Ze bevelen Hem niet. Wel doen ze een beroep op zijn vriendschap: ‘Meester, kan het U niet schelen dat wij vergaan?’ Ze spreken hun angst en nood tegen Hem uit. Meer niet, maar dat dan wel ronduit, in een vraag, ja zelfs een smeekbede. Hun appèl wordt eigenlijk een soort rappel: ‘Gij, die altijd om ons geeft, die ons nooit in de steek laat, zie waar wij nu aan toe zijn!’ Uit ervaring weten ze immers dat Jezus van hen houdt en voor hen zorgt.

Maar in die hoge nood zeggen ze niet: ‘Laat maar, Hij houdt toch van ons, Hij zal her wel oplossen.’ Ze komen met hun nood naar Hem en schreeuwen lang genoeg rot Hij wakker is.

Daar steekt een kostbare aanwijzing in voor ons omgaan met God, met name in het bidden. We hoeven God niet te bevelen. Het is niet passend Hem voor te zeggen wat Hij volgens ons moet doen. Wel moeten we met al onze nood naar Hem toe. Niet denken dat God het allemaal toch al weet en dat het dus overbodig is tot Hem te spreken. Hij heeft een oor voor alle menselijke nood, op voorwaarde dat mensen er dan ook echt mee naar Hem toegaan. In alle bidden is dan het mo¬ment gekomen om God, bij manier van spreken, op zijn teerste plek te treffen: ‘Gij houdt toch immers van ons?!’ Meer is niet nodig. De rest ligt in zijn hand. En er gebeurt wat. Heel dikwijls is dat iets anders dan wij verwachten. De leerlingen hadden er geen flauw vermoeden van dat Jezus een dergelijk noodweer de baas kon. Hun reactie is echter niet: ‘Zo, dat was een ferm mirakel, en leg nu eens uit hoe U dat gedaan hebt.’ Wel is het resultaat een dubbele vraag. Een van Jezus’ kant: ‘Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen vertrouwen?’ En een van de kant van de leerlingen: ‘Wie is Hij toch?’ We krijgen geen uitleg over hoe dat mirakel nu gebeurd kan zijn, maar worden met onze neus op de kern van het geloof geduwd. En daarvoor dienen wonderen, zelfs natuurwonderen.

Zoeken in Preken Online