Als kind vond ik het vreemd dat Jezus rustig kon slapen, terwijl de boot vol water liep. De apostelen, ervaren schippers, verkeerden in doodsangst. Als kind dacht ik dat ik alles in de Schrift letterlijk moest nemen. Ik weet dat Markus geen nauwkeurige beschrijving wil geven van een storm. Als hij zegt dat Jezus slaapt, dan is het simpel de mededeling dat Jezus slaapt. Je moet dieper kijken en de zin proberen te vatten van deze woorden.
Jezus lag rustig te slapen omdat Hij zich ook in de zwaarste stormen van het leven veilig voelde in de handen van zijn Vader. Hij rustte op de vaste bodem van zijn vertrouwen, die dieper lag dan de ziedende golven en de beukende windvlagen. Jezus sliep. Dat zagen de apostelen ook wel, maar ze begrepen niet dat Hij over hen waakte, zoals een moeder kan slapen terwijl zij toch waakt over haar kind in de wieg. Het slapen van Jezus geeft antwoord op de angst van de apostelen. Zonder woorden gewoon door zijn optreden, maakt Hij zijn leerlingen duidelijk: in elke situatie mag je op God vertrouwen.
Ook in onze levenssituaties hebben wij vaak de indruk dat God slaapt. Wij merken zo weinig van zijn helpende aanwezigheid in ons leven. Niet dat wij niet geloven in God, maar wij voelen ons als door God in de steek gelaten. Als het kwaad de goede mensen treft komt het dubbel hard aan en als vanzelf komt de vraag op onze lippen: waar heb ik dat toch verdiend? Waarom moest dat juist bij mij gebeuren?
Dezelfde vraag stellen wij ook als wij de ellende in onze wereld zien. God waar blijft ge? Het zijn toch steeds de weerlozen die het meest te lijden hebben. Hoeveel men-sen zetten zich niet in om deze wereld een beetje menselijker te maken. Hoe vaak voelen ze zich alleen gelaten en schijnt God te slapen. Gaat dat alles God dan niet aan? Wij vragen dan naar het waarom van zoveel kwaad en naar het waarom dat God dit kan toelaten.
De eerste lezing over de man Job zegt ons dat wij niet moeten proberen ons er met een gemakkelijk antwoord van af te maken. Zo maken wij de slachtoffers vaak nog meer opstandig. Niemand kent Gods wegen en wij zijn eenvoudig te klein om God ter verantwoording te roepen. Het kwaad is niet te verklaren. Jezus wijst ons een andere weg om met het lijden klaar te komen, om de Godsverduistering in deze wereld een beetje te kunnen begrijpen. Hij verwijt zijn leerlingen niet dat zij Hem wakker maken, maar Hij vraagt hen wel: waarom zijn jullie zo angstig, hoe is het toch mogelijk dat jullie nog geen geloof hebben? Zij moeten toch weten dat de vernietigende krachten niet het laatste woord zullen hebben. God geeft geen antwoord en dat moeten we de mensen ook niet wijs maken. Wat God wel doet is, ons helpen in de storm stand te houden en de vrede in ons hart te bewaren. Hij geeft ons de zekerheid dat Hij steeds bij ons is en dat wij altijd op Hem kunnen blijven vertrouwen. Ook als God ons niet verhoort zoals wij het Hem zouden willen voorschrijven, dan wil dat nog niet zeggen dat Hij ons niet helpt. Geloven wil zeggen: God, God laten zijn in je leven. “Ook al zal Hij mij doden”, getuigt de psalmist, “ik blijf op Hem hopen.” Schijnbaar kan God slapen, afwezig zijn, maar dat is nog geen reden om ons vertrouwen in Hem te verliezen. Hij is onze God en dat blijft Hij, ook als wij Hem op een bepaald ogenblik niet ervaren als onze Helper. Zoals een kind, dat aan vaders hand zich veilig voelt, zo mogen wij in alle omstandigheden van ons leven onze hoop en ons vertrouwen stellen op God, die ons altijd nabij blijft. Zo zullen we altijd de vrede in ons hart kunnen bewaren.