Zo arm als Job

B-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Ooit gaf een leraar zijn studenten van twintig drie Nederlandstalige teksten. De namen van de auteurs werden niet vermeld. De studenten mochten enkel weten dat het vertalingen waren. Ze moesten uitzoeken van wie en uit welke tijd die teksten afkomstig waren. Het ging om Graham Greene, Albert Camus en Job. Het bleek geen makkelijk raadselspel. De gekste antwoorden natuurlijk. Van Job wisten ze enkel te zeggen dat het zeker om een modern schrijver ging. Dat was 24 eeuwen fout. Zo zie je maar.

Job is inderdaad klassiek. Hij is actueel in iedere tijd. Dus ook in onze tijd. Job leeft tegen alle leugen. Dat is wellicht het beste woord. Zijn lijden, zijn verlies, zijn beproeving en zijn armoede zijn niet zijn eerste en eigenlijke thema. Job weigert te liegen en in leugens te geloven. Hij is de mens die alle slogans doorprikt, die de algemeen aanvaarde waarden niet aanvaardt. Hij is liever eenzaam en alleen, dan dienaar van de macht. Hij is liever de verliezer van alle bezit, als de eerlijkheid maar zijn laatste bezit mag blijven. Van die mens heeft de volksmond een spreuk over-gehouden: zo arm als Job. Het zou beter zijn te zeggen: zo naakt als Job. Job was inderdaad de mens in al zijn naaktheid. Zijn bestaan had niet veel om het lijf.

De naakte mens leeft zonder het kleed van de bescherming, zon¬der het warme gewaad van de vriendschap, zonder de mantel van de vertroosting. Zo is Job. Hij worstelt om het enige en het laatste vast te houden in het leven, maar ook dat is hem niet gegund. De grond onder zijn voeten is drijfzand. God is bij dat alles een ver woord door zovele woorden verborgen, door zovele beelden verdacht gemaakt. Een afwezige instantie, die Job vervloekt.

Job klaagt en klaagt aan. Hij is een vloekend mens. Hoe paradoxaal ook, het is de laatste troef in zijn hand. God is voor hem ook naakt. Voor Job is God ook van zijn kleren beroofd. Extremer kun je niet zijn om op waarheid af te gaan. Hier zoekt de mens in zijn meest pure verschijning naar de verschijning van een totaal ontluisterde God. Miljoenen mensen herkennen dit scenario.

Niets staat nu nog een ontmoeting in de weg. Alle vooroordelen, alle beelden, alle taboes, alle woorden zijn verwaaid. De zender en de ontvanger staan naakt tegenover elkaar zonder enige stoorzender. Die werden in het verhaal van Job één na één uit de studio verjaagd. God kan dus spreken. Hij sprak in storm en wind. Dat moest wel. Job had God ook ‘bestormd’ met al zijn vragen. Nu spreekt God dan. Hij vraagt Job: Waar was je?’ Daarop geeft Hij zijn vriend aan de aarde terug. Zo breekt de laatste weerstand van zijn trots. Job zwijgt. Het is zijn laatste woord. Hij wordt met nabijheid bekleed.

Dat is de laatste waarheid die integer is: God is geen glorieuze schepper, maar een bescheiden zwijgende vriend. Dat houdt de mens dus over als hij niets meer bezit. Dat is de ultieme zekerheid van de naakte mens. God verhoort ook ons als wij zonder pose vóór Hem staan. Marcus bericht ons ook over een God die zwijgend aanwezig is als het stormt in onze boot. Hoe hevig ook de storm, wij worden altijd met nabijheid bewoond.

God heeft ons veel te zeggen als wij zwijgen.

Zoeken in Preken Online