11e zondag door het jaar B (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Wij komen uit een tijd dat de kerk een reusachtige boom was. Een stevige stam en veel takken en iedereen kwam zo een beetje nestelen in die boom. We zongen triomfalistische liederen in de kerk. Het kon niet op.

Tegenwoordig moeten we het met veel minder doen. Geloof je nog in de groeikracht van de kerk? Het is niet eenvoudig als je ze kleiner ziet worden.

Toch ben ik er van overtuigd dat ze nog kleiner moet worden. Zolang we geen oog hebben en krijgen voor het allerkleinste, zijn we nog niet rijp genoeg om opnieuw te groeien. Het is slechts het ‘allerkleinste’ dat groeikracht genoeg in zich heeft om een grote boom te worden. Zolang we met onze ogen en onze neus geen aandacht willen geven aan het allerkleinste, zolang zijn we het niet waard om te groeien. ‘Wie de grootste wil worden, moet de kleinste zijn, moet dienaar worden van allen…’. Zo gaat dat met het Rij Gods. Het lijkt op een mosterdzaadje, wellicht het kleinste zaadje… Maar als God het groeikracht geeft, wordt het een grote boom.

Soms heb ik het gevoel dat we de kerk willen laten groeien door er aan te trekken. Nog nooit zijn de pastorale inspanningen zo groot geweest, nog nooit zijn er zoveel ‘vrijwilligers’ werkzaam geweest in de kerk. En hoe meer we doen, hoe minder… jawel, dikwijls, hoe minder resultaat. We raken snel ontgoocheld. We hebben geen geduld meer. Het zaad krijgt geen tijd om te sterven, te ontkiemen en te groeien, en we trekken er aan. Ons geduld is op. Daarenboven laten we ons nog een beetje opjagen door statistieken. En we laten ‘succes’, ‘resulaten’ afhangen van getallen.

Eigenlijk denken we dat alles van ons afhangt. Maar het is Gods Rijk.

Het evangelie houdt ons omgekeerde waarden voor: ‘Hoe kleiner, hoe beter’. De groeikracht moet van elders komen. En de grootste groeikracht zit in het kleinste. Zaai het goede, kwistig, zelfs als het op het eerste zicht allemaal tussen dorens en distels, of op keien valt. Zaai kwistig, want ergens is er een klein plekje dat wel goede grond is, waar dat het kleinste zaadje zal kunnen gedijen. En eens dat begint te groeien, is er geen tegenhouden meer aan.

Geloven in de kiemkracht, in de groeikracht. Geduldig wachten op ‘Gods’ ogenblik. Het is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk voor de vruchtbaarheid van het rijk Gods.

Is er nog hoop voor de kerk? Zeker, als ze maar bereid is om de omgekeerde weg te gaan. De weg van de nederigheid, de weg van het kleinste. Van zodra we opnieuw gaan geloven in de weg van het zaad, dan is er opnieuw toekomst en leven mogelijk.

Men zegt dat er in elke crisis iets goeds steekt. Het is mijn bescheiden mening dat de crisis in de kerk, ons noodzakerlijkerwijze terug naar de kern brengt. En daar zijn we bijlange nog niet. Maar ik laat mij niet opjagen. Ik probeer mij te oefenen in geduld, in geloof, in vertrouwen. Ik probeer te luisteren naar Hem die kiem- en groeikracht geeft aan het zaad. Mijn taak bestaat er alleen maar in het zaad te zaaien. Gods Rijk is mijn eigendom niet, ik mag er wel in en aan meewerken. Misschien zie ik nooit de oogst van wat ik gezaaid heb en kan ik er alleen maar in geloven. Maar mijn grootste rijkdom is, zegt Adriaan Roland Holst, dat ik de ploeg van Gods woord mag sturen.

Zoeken in Preken Online