Het mosterdzaadje doet het niet meet zo best in onze tijd. Dat is te klein. Net als de cent, die ook al verdwenen is uit onze monetaire samenleving. Want als je iets koopt voor 49 F dan rekenen ze gewoon 50 F,-. En niemand maakt daar bezwaar tegen, zelfs die mensen niet, die over een cent doodvallen. De tijd van: één cent drop alstublieft, mijnheer, of: één cent koekkruim alstublieft, uit onze jeugd is definitief voorbij. Ons denken heeft een schaalvergroting ondergaan. Groothandelsgebouw, supermarkt, mammoettanker, scholengemeenschap, supermogendheden: dit zijn allemaal begrippen die nieuw zijn. ‘Tip van Smeets, elken dag één glaasje’ is geworden: ‘bij twaalf flessen de dertiende cadeau’. Het kleine telt niet meer. We kunnen wel inpakken met ons mosterdzaadje.
Je vindt nog hier en daar van die ronde keien. Die schoten ze in de zestiende eeuw met een katapult af. En de mensen hebben ervoor gesidderd. Wij lachen nu om dergelijk oorlogstuig. Want onze tijd heeft wapens, die met één klap de hele wereld vernietigen.
En in déze tijd komt de kerk aan met de boodschap: het rijk Gods is als een mosterdzaadje. Dat is toch een beeld dat ons niets meer zegt?
Ja, en toch… Opbouwen gaat heel anders dan afbreken. Het is makkelijk met een atoombom de wereld te vernietigen. Dat kun je wel in vijf minuten of nog minder klaarspelen. Maar een wereld opbouwen moet je steen voor steen doen. En telkens cement ertussen. Dat duurt lang. Vrij vertaald: we kunnen wel negatieve kritiek hebben op de kerk, op de maatschappij, en dan zeggen: ik kap ermee, ze kunnen me de pot op, ik ga niet meer naar de kerk, met het voor de hand liggende gevolg dat ook je kinderen niet meer gaan; of: ik ga niet meer naar de stembus, en waarschijnlijk gaan je kinderen dan ook niet. En dan heb je in de kortste keren de hele zaak plat. Want het is veel makkelijker te zeggen, dat het een puinhoop is, dan die puinhoop op te knappen. Het is makkelijker rotzooi te maken dan rotzooi op te ruimen.
En het tweede is dit: het kleine is wel degelijk belangrijk als we het einddoel maar voor ogen houden. We moeten duidelijk weten waar het naar toe moet. Als we ons daar een voorstelling van kunnen maken, dan krijgt het kleine een grote waarde. Iedere dag één goede daad met het einddoel voor ogen is veel efficiënter dan elke dag alleen maar een goede daad.
Het mosterdzaadje op zich is veel te klein om over te praten, te klein om het te zaaien. Maar het mosterdzaadje wordt pas belangrijk met het oog op de grote boom die eruit kan groeien. Dat is de visie van Jezus. Het kleine is belangrijk met het oog op het grote.
Een brief schrijven aan een mens die politiek gevangene is, is vrij onbelangrijk. Maar een brief schrijven, wetend dat nog duizenden anderen het ook doen, heeft resultaat. Meedoen aan een zangkoor of een liturgiegroep is vrij onbelangrijk, maar hetzelfde doen, wetend dat op den duur het samenkomen voor alle parochianen een feest wordt: dat is een andere zaak.
Het mosterdzaadje, hoe klein het ook is, is iets groots.