Je zou in onze tijd soms moedeloos worden. Wat moet er met de Kerk gebeuren als er zo weinig priesters zijn? Wat moet er met de Kerk gebeuren als er zoveel christenen wegblijven uit de zondagsviering? Preekt niet elke pastoor vaak voor lege banken en dove oren? Is het nog nodig zoveel zorg te besteden aan de catechese van de kinderen, als ze in de huiskring niet opgevangen worden? Wat zal er met onze wereld gebeuren? Waar eindigt de zinloze bewapeningswedloop? Wat zal het gevolg zijn van de toenemende milieuvervuiling? Heeft het christendom werkelijk iets kunnen veranderen aan de wereld?
In de tijd van Jezus heerste er in Palestina een gelijkaardige stemming. Men verwachtte het einde van de wereld en men stond machteloos tegenover de politieke en militaire druk van de Romeinen. Men hoopte op een duidelijk ingrijpen van God ten voordele van de verdrukten. Er moest een messias komen. Er moest iets gebeuren.
Op die verwachting haakt Jezus in met een parabel: de parabel van het groeiende zaad. Ook als de situatie schijnbaar hopeloos is en de ondergang nakend, is dat nog geen reden om te denken dat God afwezig is. Jezus vertelt van een boer die graan op zijn akker zaaide. Hij heeft de akker eerst gemest, daarna geploegd, geëgd, het onkruid gewied. En dan pas komt het zaad in de grond.
Het zaad van het hemelrijk is gezaaid: daaraan kun je niet twijfelen. Gods woord is in de geschiedenis gesproken en zijn daden van liefde zijn bewezen. Maar de oogst is nog niet gekomen. De boer moet kunnen wachten, moet kunnen vertrouwen op de zelfwerkende kracht van het zaad. Elk zaadje heeft voldoende voedsel in zich om te kunnen ontkiemen en groeien. Als de boer in de herfst het zaad gezaaid heeft, gaat hij slapen en morgen doet hij weer een ander werk. Automatisch, zegt het evangelie, groeit het zaad.
Een oud Chinees verhaaltje vertelt, hoe een boer het zaad uitstrooide, maar achteraf gekweld werd, omdat het niet scheen te groeien. Dag na dag groeide zijn angst, zodat hij niet meer kon slapen. En op een goeie dag trok hij naar zijn akker en begon de kleine sprietjes een beetje te helpen. Hij trok ze wat naar boven, een heel klein beetje maar. Langzaam kwam hij aan de andere kant van zijn land. En hij was erg moe. Maar blij riep hij tot zijn buren: ‘Ik heb mijn tarwe geholpen bij het groeien’. Nieuwsgierig liep iedereen naar het veld van de boer, en wat zagen ze daar? Een veld met verwelkte sprietjes… Nog lang werd er in het dorp nagepraat over de boer die niet kon wachten en die niet vertrouwen kon op de kracht van het zaad.
Jezus wijst in de parabel van vandaag op de onweerstaanbare kracht van het zaad. Bij dag groeit het, wanneer de Kerk onaangevochten blijft, maar ook bij nacht en in tijden van vervolging en verdrukking blijft de kracht van het goddelijke zaad doorwerken. De Heer spoort ons aan tot gelovig, rustig vertrouwen maar niet tot onverschillige gemoedelijkheid, die zich van niets iets aantrekt. Als wij de grond klaargemaakt hebben en in de naam van de Heer het zaad uitgestrooid hebben, dan zal God zelf borg staan voor de groei en de honderdvoudige oogst.
Terwijl rabbi Mardochai in zijn huis zat en mediteerde, brak er een opstand uit. De woedende menigte tierde en stak de synagoge in brand. Maar hij bleef rustig verder bidden, want, zo zei hij, als er een goddelijke gerechtigheid bestaat, dan zullen de misdadigers hun straf krijgen. En, zei hij verder, als er geen goddelijke gerechtigheid bestaat, waarvoor hebben wij dan die synagoge nodig? Die rabbi had het rustige vertrouwen, waarover Jezus spreekt in de parabel van de zorgeloze boer.
Zij die het Rijk van God door eigen krachtinspanning willen vestigen, kunnen moedeloos worden. Wie durft vertrouwen op de werkzame aanwezigheid van God, zal rustig de tijd kunnen afwachten. Want als God waakt, kan de boer rustig slapen.
De juiste houding voor elke christen is: dat hij fris, onbezorgd is voor de groei van het zaad. Paus Johannes XXIII gaf er ons een voorbeeld van. De eerste weken dat ik Paus was, vertelde hij, kon ik niet slapen wegens al mijn zorgen voor de Kerk. Totdat ineens de vraag me door het hoofd schoot: Maar wie is het die de Kerk bestuurt? Sindsdien heb ik rustig kunnen slapen.
Bij M.L. King vinden we hetzelfde vertrouwen. Bij zijn verdediging van de rechten van de zwarten moest hij heel wat tegenwerking incasseren. Maar, zei hij, terwijl ik mijn biertje drink, groeit het Rijk van God verder. Dat is evangelisch.
Wij moeten werken of alles van ons afhangt, maar dan moeten we er ook op vertrouwen dat alles van God afhangt. Dan kan het Rijk van God vanzelf groeien. Wij moeten geduld opbrengen.