Deze kleine parabel van het zelfkiemend zaad vind ik heel erg boeiend en wij kunnen er zeer veel uit leren. Wij willen allemaal direct de vruchten van ons werk zien, wij willen alles zelf doen, wij kunnen zo moeilijk wachten en de dingen laten gebeuren.
Wij leven in een tijd van instant-producten, instant-koffie, instant-soep, instant-foto’s. Wij weten wel dat de kwaliteit daaronder lijdt, maar dat nemen wij erbij als we maar niet moeten wachten.
Wij kunnen onze auto in vier minuten laten poetsen, wij kunnen onze schoenen laten lappen terwijl wij erop wachten. Wij weten heel goed dat dit maar half werk is, maar dat hindert niet, als we maar niet moeten wachten.
Heel ons leven is eigenlijk zo ingericht dat wij maar op een paar knopjes hoeven te drukken. Wij drukken ‘s morgens op een knopje en het licht gaat aan, wij drukken op een knopje en wij hebben direct koffie. wij drukken op een knopje en het vaatwerk wordt gewassen, wij drukken op een knopje en de garagedeur gaat open. Wij hebben het wachten afgeleerd.
En toch, de diepmenselijke problemen lossen wij zo niet op. Je kunt je kinderen niet opvoeden door op een knopje te drukken, je kunt je man of je vrouw niet leren kennen door op een knopje te drukken. Alle dingen die in het leven de moeite waard zijn, vragen veel geduld en uithoudingsvermogen. Elk leven moet kunnen groeien. Als je een boom plant moet je kunnen wachten totdat hij vruchten voortbrengt. Ook mensen moeten kunnen groeien, wij moeten kunnen wachten.
In deze parabel zegt Jezus, dat God kan wachten. Hij vraagt geen direct resultaat. Hij geeft de mens de ruimte om zichzelf te kunnen worden. Hij wacht zoals een boer, die goed zaad zaait op zijn akker en dan wacht, hij gaat slapen en staat op, het wordt dag en het wordt nacht, en… terwijl de boer slaapt, groeit het zaad. De man weet niet hoe. Waarom ook? Het groeien ligt niet in zijn macht. Zo moeten wij ook kunnen wachten en geduld hebben met anderen én met onszelf. Ook met onszelf verliezen we vlug het geduld. Wij maken goede voornemens, maar direct daarna verliezen wij de moed, wij maken plannen, maar hebben niet het geduld om ze te verwezenlijken. Mensen blijven halverwege staan; als ze zouden volhouden, zou het resultaat niet uitblijven. En het is nog veel moeilijker geduld te hebben met de anderen. Als het goede zaad dat de ouders strooien in het hart van hun kinderen, niet dadelijk vrucht draagt, verliezen zij de moed. Wij mogen geloven dat elk zaadje van goedheid dat wij zaaien, voldoende kiemkracht heeft in zichzelf om tot vrucht te komen.
Maar dat ‘laten groeien’, dat wachten totdat wij bij de anderen de vruchten zien, valt zwaar. Ik kan zo moeilijk tegen een ander zeggen: Je mag zijn die je bent, om te worden die je zou moeten zijn, op een tijd en een wijze die jij verkiest. Vooral dit laatste is moeilijk: iemand laten groeien op een tijd en een wijze die hij of zij verkiest. Wij zouden direct willen zien wat het heeft uitgehaald, maar Jezus zegt ons: wacht maar, ga maar rustig slapen, vanzelf kiemt het zaad en brengt het vrucht voort.
Wij hier in het Westen moeten hier weer een beetje leren van de gelatenheid van de mensen in het Oosten. Een rabbi zag, hoe een man een johannesbroodboom aan het planten was. Hij bleef staan en vroeg: ‘Wanneer zal dit boompje wel vruchten dragen?’ ‘Over zeventig jaar’, antwoordde de man. Toen zei de rabbi: ‘Dwaze man, denk jij over 70 jaar nog te leven om dan de vruchten van deze boom te kunnen plukken? Plant liever een boom die eerder vruchten draagt, zodat je daarvan in je leven nog kunt genieten’. Maar de man antwoordde: ‘Rabbi, toen ik op de wereld kwam, vond ik daar een johannesbroodboom en ik at daarvan, zonder dat ik die geplant had, want mijn voorouders hadden hem voor mij geplant. Zo wil ik nu deze boom planten, opdat mijn kinderen en kleinkinderen daarvan kunnen genieten'.
De zwakke vindt steun in het geduld; de sterke gaat dikwijls ten onder door ongeduld.