Geloof als zaad

B-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Waar het vandaan komt, weet je soms niet. Het stond toch duidelijk op het pakje, dat het afrikaantjes waren die je ging zaaien, en nu komt daar ineens dat vreemde groene spul tussen opschieten? God mag weten wat het is. Zeker per ongeluk door de sorteermachine over het hoofd gezien; foutje van de zaadhandel.

Maar het is toch wel gek als je het ontdekt. Leven dat ongemerkt meekomt. Le¬ven dat zich niet helemaal liet sorteren. Terwijl een computer bijna nooit iets door de vingers ziet. Terwijl er toch wat afgemanipuleerd wordt met de natuur van plant, dier en mens. Terwijl de kennis van de genen, de veredeling van de gewassen, de bio-industrie bijna almachtig zijn. Want, zeggen de geleerden wel dat het - hoe meer ze ervan weten - hoe langer hoe geheimzinniger wordt, maar in de praktijk doen we toch maar, als hadden we de hele handel in onze zak. In feite hebben we de pest aan die geheimzinnigheid; berekenen we de opbrengst van onze oogst al voor er iets de grond ingaat. Niets van geheimzinnigheid; resultaten willen we zien.

Gaan we daar ook niet vanuit als we ons leven inrichten; studeren, examen doen, bijscholen, promotie maken, promoveren. Dat zijn toch allemaal werkwoorden die het belang van onze eigen prestaties onderstrepen. Maar dan is er ineens die gebeurtenis, die ontmoeting, dat gehandicapte kind, die onvoorziene loop van de omstandigheden. Als een vreemd, bijna storend zaadje is het in ons leven terechtgekomen. En hoe uiterst bepalend kan dat niet zijn voor onze toekomst.

Stom toeval of ongeluk? Gewoon mazzel of pech? Of toch iets anders. Iets meer. Iets van God in ons, ongezien, ongemerkt gezaaide kans op geloof. Geloof als een kracht uit de diepte van ons dagelijks bestaan. Als we Jezus van Nazaret vandaag horen spreken, is voor hem het geloof iets onverwachts. Iets wat onberekenbaar in ons leven gezaaid is, en dat als een wonder, of een schok, of een raadsel in ons leven opduikt. Iets wat ons ertoe uitdaagt ermee om te gaan, het te zien als ónze kans. Het te laten groeien, buiten onze berekeningen om. Misschien was dat wel een van de meest schokkende beweringen van de man uit Nazaret. Welke rabbi had het ooit aangedurfd de onuitsprekelijke God van Abraham zo diep in de grond van mensen te zaaien. Wie had ooit vóór Jezus durven zeggen dat God in het leven van mensen gezaaid is? En dan nog wel als het onooglijkste van alle zaden die men toen kende: het mosterdzaad.

En ook Ezechiël zet in de eerste lezing tegenover de grote ceder, het kleine twijgje. Ook hij herkent in dat zo nietige begin de uiteindelijke bedoelingen van God met ons. Dat is voor mensen die met gemak hun diploma’s gehaald hebben niet zo leuk. Maar het steekt wel een hart onder de riem van gewone mensen die niet zo hoog scoren in hun leven. De samenleving is dan misschien niet zo trots op hen, maar dat zegt niets over hun geloofskansen. Jezus zegt dat geloof een kracht is die diep in het gewoonste sluimert, zelfs als het naar onze verwachting helemaal niet zo hoog scoort. Net zo min als voor het zaad is dat voor God het uitgangspunt van onze groei. Maar dan moet onze grond natuurlijk wel heel zuiver zijn. Dan mag er natuurlijk geen sprake zijn van vervuiling of verbittering in ons lot. Dan eist God natuurlijk wel dat alles in goede aarde valt.

Maar ook dat spreekt Jezus tegen. Want op een andere plaats in het evangelie lezen we van hem hierover een zeer troostend woord. Hij had vaak genoeg gezien dat de boeren in Galilea moesten zaaien tussen doornen en rotspartijen. Hij wist wel dat er af en toe zaad op de weg viel. Dat was toen doodgewoon. Maar, zegt hij, dat wil nog niet zeggen dat alles verloren is. Juist ondanks onze twijfel en schuld, ondanks onze verbittering en onmacht, vindt God ook altijd wel een plek goede grond in ons. Juist daar, midden in onze wederwaardigheden zal liefde en geloof ontkiemen, wortel schieten en onstuitbaar groeien.

Inderdaad, hoe dikwijls zien we juist mensen met beperkingen zo’n prachtige vruchtbare plek worden waar levensmoed en geloof gedijen. Niet alleen van henzelf, maar ook van anderen. Jezus zegt dat ze kunnen uitgroeien tot een boom waarin de vogels kunnen nestelen. Er is niets mis met het leven zoals het ons overkomt; er is zelfs niets mis met de grondslag van ons leven, als het leed ons hard heeft gemaakt. Mag God in ons die zachte aarde vinden waar wij onze waarde in liefde en solidariteit kunnen bewijzen, voor al wie wij ontmoeten.

Zoeken in Preken Online