Begin van de blijde boodschap

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

De vier evangelisten beginnen hun evangelie niet noodzakelijk met Jezus, maar, wat wij misschien minder zouden verwachten, met Johannes de Doper. Langs Johannes, de profeet van de bekering, leiden zij hun gelovigen naar Jezus.

Het begin van de Blijde Boodschap is, zoals wij kunnen lezen, het optreden van Johannes de Doper.

‘Begin van de Blijde Boodschap’: deze woorden doen ons denken aan de eerste woorden van de bijbel: ‘In het begin schiep God hemel en aarde’: God heeft het begin van de Blijde Boodschap zelf bepaald bij de schepping. God heeft ook een tweede groot begin gemaakt bij de menswording van zijn Zoon. Door Jezus komt de nieuwe schepping tot stand. Hij is de nieuwe Adam (1 Kor. 15). Het boek der openbaring toont ons hoe de nieuwe hemel en de nieuwe aarde al open bloeien, want Hij die op de troon zit, zegt: ‘Ik maak alles nieuw!’

Adventstijd is een tijd van vreugde, zoals elke liefdevolle verwachting een tijd van vreugde is. Wij mogen ons elke dag verheugen wegens het groeien van deze nieuwe schepping.

De lezingen van de advent beklemtonen telkens weer dat God zelf de schepping en het wereldgebeuren tot een glorievol eindpunt voeren zal: ‘Troost u, mijn volk. Zeg tot de steden van Juda: Hier is uw God, hier de Heer Jahwe komend in kracht.’

Alle gebeden en liederen van de advent spreken die hoop uit op een betere wereld, waarvoor de trouw van God zelf borg staat. Begin van de Blijde Boodschap! Elk nieuw begin ervaren wij bijna altijd als een bevrijding, als iets dat gelukkig maakt. Na een zware ziekte wordt mij als het ware het leven opnieuw geschonken. Bij de dreigende scheiding van een huwelijk zeggen de partners vol hoop: ‘Kom, laten we nog eens opnieuw beginnen!’

Maar als wij op de tv zoveel leed zien, kunnen wij moeilijk geloven in een nieuw begin; wij vrezen veeleer een catastrofaal einde. Het is voor ons moeilijk om in een nieuw begin te geloven. Het Rijk van de vrede kan moeilijk in deze wereld komen zolang de dalen van de armoede nog niet gevuld zijn. Ondanks het begin van de Blijde Boodschap beleven wij nog toestanden van honger en ellende, die hemeltergend zijn.

Ook in de Kerk zijn er wantoestanden: toestanden die helemaal niet verwijzen naar het begin van de Blijde Boodschap. En dan denken wij nog niet aan de schrikwekkende politieke en sociale wantoestanden.

Maar de angst voor deze crisissituatie en voor de atoombewapening mag ons niet verstikken. Vanuit de boodschap van het evangelie moeten wij veeleer mensen van hoop zijn. De mens kan heel veel, maar niet alles! ‘Hier is uw God, hier is uw Heer!’ roept de profeet Jesaja. God heeft een nieuw begin gemaakt, dat de mens niet ongedaan kan maken. Het komt niet aan de mens toe het einde van de wereld te bepalen. Heel de schepping wordt nog altijd gedragen door Gods hand.

Advent is de tijd van iets dat te gebeuren staat. Wij hebben in deze tijd dezelfde opdracht als Johannes de Doper: het komen van God aankondigen voor deze wereld. Wij moeten in deze maatschappij de weg bereiden, waarop God naar ons toe kan komen. Wij moeten deze wereld nieuwe wegen van hoop toezeggen omdat God trouw is aan zijn beloften. In de zinloosheid van het moderne leven moeten wij de mogelijkheid verkondigen van een zinvol leven. Christenen leven vanuit de hoop! Ondanks alle zorgen en angsten willen wij de wereld infecteren met hoop. God wendt zich in Jezus tot alle mensen. Wij moeten ons ook tot God wenden, want Hij alleen is de Redder.

Johannes had een drievoudige taak, die nu onze taak kan zijn: hij mocht zijn volk de ervaring van het heil schenken; hij mocht de vergeving van de zonden verkondigen; hij mocht zijn tijdgenoten leren de voeten te richten op de weg van de vrede.

Zoeken in Preken Online