Het is de tweede zondag van de adventstijd, waarvoor wij als thema gekozen hebben: wachten… waarop?
Enkele dagen geleden kreeg ik, persoonlijk aan mij gericht, een ‘ultiem aanbod’ in de brievenbus: “Wanneer komt u, al zappend, iets tegen dat helemaal bij u past”, zegt de folder, “iets wat u echt wilt zien? Uit een aantal speciaal geselecteerde themapakketten en exclusieve zenders stelt u helemaal zelf uw ultieme tv-aanbod samen. Films, sport, nieuws, avontuur, games, time out, erotiek. U ziet wat u wilt zien, 24 uur per dag. Toekomstmuziek? Nee hoor, zegt de folder, van nu af kan dat met TV Home Digitaal.” Zit ik, zitten wij, daar op te wachten?
Binnenkort gaan wij naar de stembus. Wachten wij nu op de sterke man/vrouw die alle problemen in onze samenleving zal oplossen? Met harde hand waarden en normen zal herstellen? Desnoods met de doodstraf achter de hand? Zitten we daar op te wachten?
Het evangelie van vandaag lijkt hen, die zo iemand verwachten, in het gelijk te stellen. Het laat ons de krachtige no-nonsense Johannes de Doper zien, de stem van een roepende in de woestijn, die oproept tot het rechtmaken van paden van de Heer. ‘De bijl ligt aan de wortel van de bomen, elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt’. Hij kondigt een sterke figuur aan, die de wan in zijn hand heeft, zijn dorsvloer grondig zuivert, de tarwe zal verzamelen maar het kaf verbranden. ‘Na mij komt iemand die krachtiger is dan ik; ik ben te min om mij te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken.’ Alle inwoners van Judea en Jeruzalem liepen naar Johannes uit, want die taal klonk hun als muziek in de oren.
En toch, Jezus is niet de figuur die Johannes aankondigt; wanneer hij later in de gevangenis zit slaat de twijfel bij hem toe; Jezus is niet krachtpatser die met harde hand schoon schip maakt. Hij is zacht, mild en houdt zich op met de kleinen en met de zondaars, de tollenaars en de prostituees. Johannes stuurt zijn leerlingen om het Jezus te vragen: Ben jij het nu die wij verwachten? Of hebben we ons vergist?
Macht, geld, carriere, positie, ellebogenwerk zijn de gangbare patronen, niet alleen in die grote wereld maar ook vaak dichtbij tussen ons mensen. Dat was toen al zo, dat is ook vandaag nog zo. De groten winnen het en zetten de toon, maar ze bakken er niet zoveel van. De wereld blijft een wereld van ellende, van geweld, onderdrukking, van onvrijheid, van onverlostheid.
Maar die Messias, naar wie wij vol verwachting uitzien, past niet in dat patroon. Hij keek om naar de kleinen die niet mee konden in deze wereld. Hij trok met hen op, zocht hen op en zij zochten Hem op. Wat deed Hij dan? Niet zoveel bijzonders eigenlijk. “Zeg aan Johannes wat je hebt gezien”, zegt hij tegen zijn leerlingen. Waar Hij kwam legde Hij een arm om een schouder of een hand op een hoofd of keek mensen in de ogen of raakte hen aan. En aan dat hele simpele oprechte gebaar van Hem voelden de kleinen, die niet mee konden en niet meetelden, dat ze van Hem er mochten zijn en in zijn ogen iemand waren. En dan gebeurde - onder zijn handen en onder zijn ogen en door zijn aanraking - altijd het wonder. Ze liepen weer rechtop, die kleinen; ze konden weer gaan; ze waren weer iemand. Was Gods naam niet ‘Ik ben er voor jou'?
En die kleinen spreken ook ons vandaag aan: Ik zat in het duister, toen kwam jij en zag mij, het werd licht. Ik was gewond en jij hebt me aangeraakt en genezen. Ik had de moed niet om te schreeuwen, en jij werd mijn stem. Ik was al opgegeven, en jij hebt me opnieuw tot leven gewekt. Ik vroeg je om een stok, en jij leende me je schouder. Ik had geen mens en jij werd mijn broeder/zuster. Ik ging gebukt onder mijn schuld, en jij hebt we weer opgericht. Ik was nietig en ongezien en jij hebt me een naam gegeven. Ik was verbannen en jij hebt me terug gebracht in mijn land. Ik ging door de hel, tot jij me optrok naar de hemel.
Als wij in zijn spoor gaan, als wij net zo als Jezus met de kleinen in ons midden omgaan, zal de wereld ooit anders worden en zal er echte vrede komen. Als wij bedenken, dat wat krom is door mensen is veroorzaakt, dan moeten wij het ook voor mogelijk houden, dat mensen het kromme weer recht kunnen trekken. Gerechtigheid doen ligt in mensenhanden. Laten wij het niet voor onmogelijk houden. Wij zijn niet onmachtig, als wij onze krachten bundelen. Wat krom is, moet recht! Ja, wat krom is, moet recht getrokken worden. Wij gaan ertegen aan of de toekomst van ons afhangt.
Wachten …. waarop? Waar wacht ik op in dezeadventstijd? Ik zie er naar uit dat er steeds meer van de aanpak van de Man van Nazaret in onze gemeenschap zal plaats vinden; dat er steeds meer onder ons mogen zijn die dat wonderlijke gebaar van Hem begrijpen, en ervaren dat het zo werkt; en het steeds meer gaan doen ten opzichte van de kleinen onder ons. Een arm om een schouder, een hand op een hoofd, een oogopslag, een aanraking. Zodat de buren in de wijk en de kinderen op straat elkaar zullen aanstoten: ‘verdorie, kijk eens, dat is er een van ons en die loopt rechtop!'