Evangelieprikje (2005)

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Vandaag doet Johannes de Doper zijn intrede in onze advent. Het woord advent werd oorspronkelijk gebruikt om er de komst van een koning, keizer of veldheer mee aan te duiden. Het ging veelal om triomftochten waarin allerlei dingen en mensen meegebracht werden uit het veroverd gebied. De christenen hebben het woord overgenomen om er de periode waarin zij de komst van hun Koning voorbereiden, mee aan te duiden. In die voorbereidingsperiode arriveert vandaag de bode, de heraut. Ook dat was gebruikelijk in die tijd: als er een bode of een heraut kwam, dan wist men er een hooggeplaatst iemand op komst was. Tot hier dus niks nieuws onder de zon, alhoewel … Een bode of heraut gaat van dorp tot dorp om de komst van iemand aan te kondigen, Johannes niet: hij blijft in de woestijn. De taak van de heraut beperkte zich veelal tot het aankondigen, hij maakte geen deel uit van de voorbereiding. Ook dat is hier is anders: Johannes roept op tot bekering en doopt de mensen die ingaan op deze uitnodiging. Johannes is dus geen gewone heraut. Had Johannes vandaag geleefd, misschien was hij dan een “fait divers” dat eens aangehaald werd in het nieuws of anders onderwerp van een reportage à la Jambers. Want we moeten toegeven, die Johannes is toch wel wat een rare. Er is vooreerst zijn kledij: een ruwe mantel van kameelhaar, helemaal anders dan de kledij van de religieuze leiders die van deftige kledij hun handelsmerk gemaakt hadden. In het goede nieuws, het evangelie dat Johannes te verkondigen heeft, gaat het niet om de kledij.

Al van de eerste verzen van het Marcusevangelie weet de lezer waar hij aan toe is: hij brengt goed nieuws van een genaamde Jezus, die omwille van Zijn uitzonderlijke, intieme Godsrelatie en Zijn manier van spreken en doen, door Zijn lijden en verrijzenis later de Christus, de Messias, de Zoon van God zal genoemd worden. Dat goede nieuws begint in de woestijn, net als de grote gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël. Daar, in de bijbelse testplaats, spreekt een man Gods, een profeet, lid van de Essenen misschien. Hij brengt goed nieuws: vierhonderd jaar nadat de laatste profeet Maleachi namens God gesproken heeft, kondigt hij, zoals Jesaja en Maleachi voorspeld hebben, de komst van een Messias aan. Hij roept mensen op tot bekering en doopt hen als teken van bekering. Zo kunnen de mensen een weg banen voor de Messias, een oproep tot actieve voorbereiding in een tijd dat het wegennet helemaal nog niet was wat het nu is.

Wat heb ik daar nu aan? Wat kan Johannes de Doper voor mij nog betekenen? Als ik vandaag naar Johannes luister, heeft hij dan ook voor mij goed nieuws? Wat kan het vandaag voor mij betekenen mij te bekeren? Wat kan het voor mij concreet betekenen dat ik een weg baan voor Christus?

Misschien moeten we met een andere vraag beginnen: waar vind ik Johannes de Doper vandaag? Waar vind ik vandaag mensen die door hun manier van leven en spreken een levende heenwijzing zijn naar Christus? Hoe sterk is hun levenswijze voor mij een appel, een oproep om ook mijn leven om te keren? Hoe sterk is hun uitnodiging om ook in mijn leven opnieuw een weg te banen voor Christus? Wat is christen-zijn voor mij vandaag? Is het alleen maar naar de kerk gaan, bidden, de bijbel lezen, … of gaat het om Iemand die ook vandaag nog steeds weer mijn leven wil omkeren? Hoeveel ruimte is er in mijn drukke agenda om een weg te banen voor de mens in nood, voor God, voor Christus? Wanneer neem ik nog eens tijd om te luisteren naar profeten van vandaag die dat goede nieuws van Christus omzetten naar deze tijd?

Het zijn heel wat vragen, ik kan er alleen maar voor mij persoonlijk op antwoorden. Ik besef nu dat ik op zoek moet naar de woestijn vandaag, de plaats waar de mens en het geloof getest worden. Daar zal ik misschien iemand vinden die nog een teken van hoop is, die verwijst naar het goede nieuws dat er een Messias is die iedereen in Gods liefde wil insluiten, als we Hem maar toelaten in ons leven. Het is een vrije uitnodiging, iedereen is vrij er al dan niet op in te gaan, er zijn geen verplichtingen. Misschien roept dit evangelie ons op om ook als Johannes niet te zwijgen over wie ons ten diepste zin en betekenis geeft, we zullen al gauw ervaren dat sommigen ons dan ook “als een rare” zullen zien. We kunnen liefdevol uitnodigen, da’s alles, … we zouden zoveel meer willen, maar dit is de enige manier om een weg te banen voor het goede nieuws: een liefdevolle uitnodiging. Dit getuigen van ons geloof kan ons naast de vreugde die we er zelf in vinden, ons ook veel pijn doen omdat niet iedereen er even goed op reageert. Johannes weet nu wel dat het je kop kan kosten als je getuigt van de waarheid.

Het evangelie van Marcus begint met goed nieuws, vandaar waarschijnlijk dat het nooit hoofdpunt van het nieuws zal worden. Het nieuws leeft namelijk vooral van slecht nieuws. Een christen leeft vanuit goed nieuws, een heel andere ingesteldheid. Wie sneeuw ruimt op de weg, doet dit niet alleen voor zichzelf maar ook voor anderen. Wie twijfel, ongeloof, haat, … ruimt in zijn hart, baant een weg voor Christus. Maar daar is natuurlijk bekering voor nodig, altijd weer: een keren naar God en medemens.

Zoeken in Preken Online