2e zondag van de advent B - 2002

B-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Zusters en broeders,

Wie het nieuws volgt in krant, op radio en T.V., hoort en ziet alleen maar miserie. Spanningen tussen Belgen en vreemdelingen in eigen land, oorlog en ellende in grote delen van Afrika en Azië, dagelijks geweld en tegengeweld tussen Israëli’s en Palestijnen, een Amerikaanse president die het niet meer kan wegsteken dat hij die Iraakse olie absoluut wil hebben, en bovenop dit alles de blinde haat van het islamitische fundamentalisme.

Tegenover al die ellende klinken de eerste verzen van het Marcusevangelie dan ook bijna als een cynische grap: “Begin van de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God.” Maar waar is er in godsnaam in deze wereld van pijn, gruwel en geweld ook maar één straaltje van een Blijde Boodschap te bekennen? Waar is er iets waaraan we ons kunnen vastklampen, iets dat ons opnieuw moed kan geven, en geloof in het leven, in onszelf en in elkaar?

Welnu, zusters en broeders, dat “iets” ligt inderdaad in het evangelie van vandaag. Want de Blijde Boodschap waarvan sprake is niet enkel dat Jezus de Zoon is van God, maar ook dat Johannes ons toeroept: “Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht.” God komt zijn volk bevrijden, maar tegelijk krijgen wij de opdracht om mee te werken aan die bevrijding.

En dat is recht in het hart van deze tijd gegrepen. Want in een wereld waarin mensen grenzeloos met elkaar verbonden zijn door miljoenen kilometers wegen en luchtwegen, telefoons en gsm’s, T.V. en Internet, in een wereld waarin afstanden opgeheven zijn en grenzen onbestaand, precies in die wereld is de vervreemding van elkaar onwezenlijk groot geworden. Zo groot dat velen in zichzelf en in hun eigen wrokkig groot gelijk opgesloten blijven. Bevrijding is dus nodig, want onze wegen verbinden niet meer, maar scheiden. Ze zijn een metershoge muur geworden tussen mensen onderling, en tussen ons en hen die we de toegang tot ons leven ontzeggen: armen en kansarmen, drugsverslaafden en aidspatiënten, asielzoekers en vreemdelingen, mensen die niet meekunnen en mensen die niet geslaagd zijn. En zo zitten we meteen midden in de adventsactie van Welzijnszorg: “Een leven lang leren… niet geslaagd.”

Zusters en broeders, gelijk welke internationaal onderzoek door gelijk welk orgaan toont steevast aan dat het onderwijs in Vlaanderen absolute wereldtop is. Dat is iets om fier over te zijn, als volk, want onderwijs is niet het product van onderwijsmensen en zeker niet van de politiek, wel van het volk, dat om zulk kwaliteitsonderwijs vraagt en er ook voor betaalt. En toch lanceert Welzijnszorg dit jaar, samen met een aantal andere organisaties, een campagne om mistoestanden in het onderwijs aan te klagen. Zoeken ze een stok om te slaan, of is er toch iets aan de hand?

Zusters en broeders, een paar weken geleden ben ik serieus geschrokken toen ik de resultaten zag van een wereldwijd onderzoek door Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties. Daaruit blijkt namelijk dat de kloof tussen een gemiddelde en een zwakke leerling nergens anders zo groot is als bij ons. In cijfers uitgedrukt is het zelfs om te huilen: een kind dat niet goed presteert, kan een leerachterstand oplopen van niet minder dan vijf jaar. Anders gezegd: op zijn achttiende heeft het de kennis en het inzicht van een gemiddeld kind van dertien. Of nog anders gezegd: ten opzichte van dat gemiddelde kind zit een zwak kind bij ons bij zijn afstuderen mentaal gezien in het eerste jaar van het secundair onderwijs. Die studie van Unicef bevestigt dus op een zeer pijnlijke wijze de klacht van Welzijnszorg en de andere organisaties, namelijk, dat ons onderwijs veel te sterk gericht is op de goede leerling, en veel te weinig aandacht heeft voor de kansarme jongere. En dat wordt met bewijzen aangetoond. Bijvoorbeeld: één op zes jongeren verlaat het secundair onderwijs zonder diploma. En ook: ons zogezegd gratis onderwijs kost in werkelijkheid handenvol geld aan de ouders, en dat wordt elk jaar erger. Wie arm is, kan kwaliteitsonderwijs dus wel vergeten. Of nog: levenslang leren? Ja, maar dan wel bijna uitsluitend voor de toch al hooggeschoolden, want wie vandaag de dag niet met de computer of het Internet overweg kan, kan het wel vergeten.

Zusters en broeders, de campagne van Welzijnszorg komt op haar tijd. Ons onderwijs is inderdaad dringend aan bezinning toe. Het kan en het mag niet dat hele lagen van de bevolking uitgesloten worden, gewoon omdat ze niet zo heel goed kunnen leren of uit een kansarm milieu komen. Ik zou u dan ook willen vragen bij het einde van de viering de campagne van Welzijnszorg met uw handtekening te ondersteunen. En dat er met u rekening wordt gehouden, bewijzen de campagnes van de vorige jaren: of het nu ging om armoede, huisvesting voor de allerarmsten of een huizenhoge schuldenberg, telkens opnieuw heeft de politiek gereageerd op de oproep. Dat zal dit keer niet anders zijn, twijfel daar vooral niet aan.

Zusters en broeders, laten we met onze steun vandaag al een beetje beginnen met kromme paden recht te maken, zoals ons in het evangelie wordt gevraagd. Amen.

Zoeken in Preken Online