1ste zondag advent B (2008)

B-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

OPENINGSWOORD

Beste medegelovigen, welkom op deze eerste zondag van de advent. Wij gaan ons voorbereiden op de komst, de geboorte, van Jezus Christus. Een deel van de kerststal staat al klaar. Zo was het in de tijd van Maria en Jozef ook. Toen de Romeinse soldaat in Nazareth kwam met het bevel op reis te gaan, stond de stal al in Bethlehem klaar. Ik hoop dat er iedere week iets in de stal bijkomt, zodat wij ook wat dat betreft langzaam aan toegroeien naar de kerst. Zoals de kerststal groeit, zo moeten wij innerlijk groeien.
Ons voorbereiden op kerstmis is geen kwestie van passief afwachten zoals we bij de bushalte doen, nee, in het evangelie zullen wij horen, dat wij de handen uit de mouwen moeten steken. Wij hebben een taak, die wij zo goed mogelijk moeten verrichten.
Advent is ook niet een kwestie van extra vragen stellen aan God, “Wilt U dit voor ons doen en wilt U dat voor ons doen,” nee, wíj moeten wat extra’s doen voor Hèm … èn voor elkaar natuurlijk. Mensen in nood een keer een bezoekje brengen. De aardse dingen een beetje met rust laten, zodat er meer tijd en energie is voor het geestelijke. Een beetje extra bidden, wat vaker naar de kerk gaan misschien, een mooi geestelijk boek lezen, en vooral … ons afkeren van het kwaad.
Wij zien de adventskrans. Er brandt één lichtje, volgende week twee. Het worden er vier. Steeds meer licht. Steeds meer warmte. Het lijkt wel de overgang van winter naar lente en van lente naar zomer. Door het toenemende licht en de warmte komt alles weer tot leven.
In de eerste lezing wordt over ons, mensen, gesproken als over afgevallen bladeren. Misschien dat ook wij ons weleens voelen als afgevallen bladeren, die door de wind heen en weer worden geblazen. Wij laten ons soms te veel door de gebeurtenissen van het leven beïnvloeden. Wij worden te blij door de blijde gebeurtenissen en te droef door de droeve gebeurtenissen. Er zou een innerlijk evenwicht moeten zijn, een innerlijke vrede, wat er ook gebeurt.
Jezus Christus komt in de wereld om ons zijn licht en warmte te geven, zijn vrede, zodat wat doods in ons is weer tot nieuw leven kan komen. Hij geeft ons allereerst innerlijke vrede, diep ins ons hart, opdat wij ons die vrede eigen kunnen maken. En dan… dan kunnen en moeten wij die vrede doorgeven aan mensen om ons heen.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer God, Gij lijkt zo ver, zo geheel uit het gezicht verdwenen dat wij vergeten naar U uit te zien. Verhaast uw komst in ons midden, doe ons hoopvol uitzien naar uw redding. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, advent is een tijd van ‘wachten op God’. Maar bij sommige mensen zal er - wanneer zij deze woorden horen - meteen twijfel in hun hart opkomen. Want - zo zeggen zij - wij wachten op vrede en eenheid, maar hoelang moeten wij nog wachten!? Terroristen schieten in India meer dan 150 mensen dood. Straatregelaars worden bedreigd en doodgereden. Hoelang nog!? Vrede heeft inderdaad met God te maken, maar toch is wachten op vrede niet helemaal hetzelfde als wachten op God.
Als christenen weten wij, dat God zàl komen, in ieder geval op het einde van ons leven. Ons leven eindigt niet in het duister van onze gesloten ogen. Nee, wij treden binnen in het eeuwige licht van God. Er is sprake van een nieuwe wereld, een ander en beter bestaan.
Maar God zal ook toch weleens tussendoor komen, met zijn liefde, zijn kracht en troost!? En het wachten daarop valt sommige mensen soms ontzettend zwaar. Zij merken er zo weinig van. Het is een klacht, die wij ook uit de mond van heel gelovige mensen kunnen horen. “Waar was God toen ik zo ziek was? Waar is God nu ik zo oud en gebrekkig ben?” Zou God dan niet weten, dat ons geloof niet altijd zo rotsvast is, dat wij niet zo gemakkelijk een leven lang kunnen wachten!?
“Dat mensen zo gehecht zijn aan de wereld en soms een beetje ongelovig, ligt ook aan het zwijgen van God,” zo zeggen mensen, terwijl zij met een beschuldigende vinger in zijn richting wijzen.
Als mensen denken dat God werkelijk zwijgt, kan dat een heel grote last worden. Het gevaar bestaat dan ook dat ze niets meer van God verwachten. Zij zetten zich dan nog wel in voor sociale gerechtigheid - wat heel goed is! - voor de bescherming van het milieu, voor het welzijn van zieken, maar wachten op God, een God tot wie wij kunnen bidden, op wie wij kunnen vertrouwen, dat zit er dan niet meer in.
Wel, voor deze mensen, die denken dat zij van God verlaten zijn, en voor ons allemaal, zegt de evangelist: Wees waakzaam. Want God gaat komen! En broeders en zusters, God komt echt. In de duizenden kleine dingen van elke dag. En daarom moeten wij, het leven van onze ziel, niet slapen, d.w.z. niet steeds alleen maar onze aandacht op het aardse gericht houden, maar waakzaam zijn en op God letten.
Hoe God tot ons kan komen, kan ik misschien duidelijk maken met een klein verhaaltje. Op een nacht verscheen Jezus in een droom aan een vrome weduwe en zei haar, dat Hij morgen bij haar op bezoek wilde komen. De weduwe stond onmiddellijk op en begon haar huis te schrobben en te boenen totdat alles blonk als een spiegel. Zij was daar nauwelijks mee klaar of er werd aan de deur gebeld. Vol verwachting ging de vrouw opendoen. Daar stond haar dochter, die in de buurt woonde. “Moeder”, zei ze, “mag ik mijn kleintje een uurtje komen brengen? Ik moet even boodschappen gaan doen.” “Het spijt me, kind”, antwoordde de vrouw, “vandaag kan het niet, want ik verwacht hoog bezoek.” Tegen de middag werd er weer aan de deur geklopt, nu stond er een bedelaar, die van tijd tot tijd een bord soep en een boterham kreeg. “Nee”, zei de vrouw, “vandaag gaat het niet, ik heb echt geen tijd.” Een uurtje later werd er weer gebeld en daar stond de pastoor, die op zijn ronde was om geld in te zamelen voor de restauratie van de kerk en van de gelegenheid gebruik wilde maken om even te komen praten. “Het spijt me, meneer pastoor,” zei de weduwe, “kom een andere keer terug, ik heb nu echt geen tijd, ik verwacht bezoek.” Zo ging de dag voorbij. Teleurgesteld ging de weduwe naar bed. ’s Nachts verscheen Christus haar weer en zei: “Tot driemaal toe heb ik je willen bezoeken, je had telkens geen tijd. Je hebt het gunstige ogenblik voorbij laten gaan.”
Beste mensen, God komt voortdurend in ons leven in de gestalte van mensen die ons nodig hebben: een klein kind, een reiziger, een bejaarde vrouw. Als Christus morgen bij ons aanklopt, zullen wij dan zien dat Hij het is? Daarom zegt Jezus: “Wees waakzaam.” God komt op een uur en op een manier, die je niet verwacht. Proberen wij in deze adventstijd opnieuw onze aandacht te vestigen op de wijze waarop Jezus tot ons wil komen: ik was hongerig, ziek … zullen wij dan zien dat Hij het is?
Maar hoe zit het dan met de troost en sterkte, die God ons wil geven? Wel, als wij onze medemensen geven wat zij nodig hebben, dan geeft Hij ook ons wat wij aan troost, sterkte en wijsheid nodig hebben. Maar dikwijls groeien kracht en wijsheid heel langzaam in ons. Een boom groeit niet in één dag uit tot een volwassen boom, nee, dat duurt vele jaren. Er bestaan ook geen wonderpillen, die ons in één keer genezen. Nee, vaak moeten wij een hele kuur volgen. Maar al het goede dat er in ons leven gebeurt, komt van God. Hij heeft het zo geregeld. Of Hij laat het toe. Het goede groeit in ons … als wij maar meewerken.
Lieve mensen, voor alle duidelijkheid: toen Jezus Christus nog op aarde leefde werkte Hij aan de vrede door in woord en daad het goede te doen. Wij moeten niet verwachten, dat Hij alleen dat ook nu weer zal doen. Hij doet het wel, maar vooral door ons en met ons en in ons. Hij heeft het ons voorgedaan. En daar blijft het niet bij. Door de heilige sacramenten komt Hij in ons met zijn liefde en zijn kracht en spoort ons van binnen uit aan om net als Hij te werken aan de vrede, ieder in zijn eigen omgeving. Wachten op de vrede kun je eindeloos doen. Werken aan de vrede, daar kun je samen met Jezus Christus nu al aan beginnen.
Enige maanden geleden was ik ergens in Noord-Holland op een vergadering en toen zei een man, dat hij van het gedrag van een ander dood- en doodmoe werd. Het zal wel goed bedoeld zijn, en ik kon me daar ook wel iets bij voorstellen, maar met zulk een opmerkingen werk je natuurlijk niet mee aan meer vrede in de wereld. Proberen wij met positieve opmerkingen mensen te bewegen in de richting van de vrede.
Proberen wij het goede in ons eigen leven te zien. Danken wij God er voor. En geven wij zelf ook heel veel goeds aan anderen. Dan zal ook God op zijn beurt het goede blijven geven.\

SLOTWOORD

Broeders en zusters, de advent is een tijd van wachten op de komst van de Redder. En wachten is voor ons, westerlingen, o zo moeilijk. Wij zijn altijd druk bezig. Maar er zijn ook mensen, die het anders aanpakken.
Er was eens een indiaan, die bij een rivier zat te vissen. Een blanke, die hem daar iedere dag zag zitten, ging naar de indiaan toe en vroeg hem wat hij deed. “Vissen”, was het antwoord. “Is dat het enige wat je doet”, vroeg de blanke? De indiaan bromde alleen nog wat.
De blanke zei: “Je moet een baan zoeken en gaan werken.” De indiaan vroeg: “Waarom?” De blanke zei: “Dan kan je veel geld verdienen.” De indiaan zei: “En dan?” “Dan kan je investeren en nog meer geld verdienen.” De indiaan zei weer: “En dan?” De blanke ontplofte zowat en zei: “Als je rijk bent, kun je alles doen wat je wilt.” De indiaan keek naar de blanke en wijdde zich weer aan zijn hengel. “Dat doe ik nu al,” zei hij.
Beste mensen, ik wil niet zeggen, dat wij moeten gaan leven als de oude indianen, maar een beetje meer momenten van rust zou in deze adventstijd wel goed zijn. Kerstmis heeft weinig te maken met bomen met kerstballen, maar heeft alles te maken met Christus’ vrede in ons hart.
Die zogenaamd eenvoudige indiaan bereikte rechtstreeks wat veel mensen via een omweg proberen te bereiken. Gaan wij recht op ons doel af. Dat is God. Houden wij van Hem en van onze medemensen. Niet de dingen maken ons gelukkig, maar alleen de liefde tot God en de naaste. Alleen de liefde maakt ons vrij en blij. Ik hoop dat wij ons de komende weken daar een beetje extra op toeleggen.

Zoeken in Preken Online