Palmzondag (2009)

A-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Beste dorpsgenoten,
Vandaag begint de Goede Week. Voor de meeste mensen is deze week geworden tot een week juist als elke andere, misschien iets drukker als er extra gewinkeld moet worden voor Pasen en we zijn al gewaarschuwd dat het donderdag druk zal zijn op de grote wegen. Wel houden we er nog het palmtakje aan over!
De eerste lezing is voor mij heel bijzonder. Van al de andere verhalen en sprookjes die mijn opa me vertelde toen ik als jong kind bijna de hele dag met hem omging, is dat ene zinnetje mij bijgebleven: “Mijn rug bood ik aan wie mij sloegen, mijn wangen aan wie mij de baard uitrukten en mijn gezicht heb ik niet afgewend van wie mij smaadden en mij bespuwden.” Pas veel later heb ik ontdekt dat deze woorden, geschreven eeuwen vóór de geboorte van Jezus, werden uitgelegd als voorspelling van zijn lijden.
Toen ik als kind die woorden voor het eerst hoorde, hebben ze mij diep geraakt: hoe kan een goed mens zo wreed behandeld worden? Achteraf bezien mogen we deze woorden toepassen op ontelbaar veel mensen die goed waren, geen misdadigers, en toch gemarteld en intens vernederd, juist als Jezus, denk aan geloofsvervolgingen, oorlogen, concentratiekampen, in Europa, Cambodja, Afrika waar tot vandaag vrouwen verkracht worden en kinderen gebruikt worden als soldaten. En ook aan de onzichtbare en ongenoemde rechteloosheid die bijna vanzelfsprekend neer komt op kleine mensen-met-niets nu de wereldpolitiek oplossingen aandraagt voor de financiële crisis.
Als we toch denken aan Jezus’ lijden, dan mogen we hem zien als die “goede bekende” die de ontelbare kleine mensen vertegenwoordigt die hetzelfde overkwam en nog steeds overkomt, en hen een gezicht geeft dat we kennen. Hij verlost hen uit hun anonimiteit. Hij geeft hen hun naam terug.
Uit het Lijdensverhaal van Marcus komt het ontroerende voorval van de onbekende vrouw die Jezus zalfde. Een scène waar ik niet op uitgekeken raak. Met bijna overdreven precisie beschrijft Marcus de verpakking en de kwaliteit van het parfum dat de vrouw gebruikt. Vinnig verdedigt Jezus wat zij gedaan heeft: Zij heeft een goed werk aan mij gedaan en dan praat je niet over de prijs. En het is schijnheiliheid als je de armen er bij haalt om gelijk te krijgen.
Het allermooiste zijn de laatste woorden: “Voorwaar, ik zeg u: waar ook ter wereld de Blijde Boodschap verkondigd zal worden, zal tevens ter herinnering aan haar verhaald worden wat zij gedaan heeft.” Wat zij gedaan heeft… Dat is niets monumentaals, iets waartoe de meeste vrouwen in staat zijn.
Die woorden, die echt woorden van Jezus moeten zijn, geven het beeld van een nieuwe wereld: waar geen vrouwen meer zullen zijn die zich hoeven te schamen voor wat zij doen. Een wereld die niet meer vasthoudt aan één god en aan mannen die de exclusieve vertegenwoordigers zijn van die God. Een wereld waar vrouwelijke intimiteit even zeer barmhartigheid mag heten als het werk van de barmhartige Samaritaan.
Een wereld waarin de woorden van de Schepper helemaal tot hun recht komen: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past."(Genesis 2, 18).

Zoeken in Preken Online