Palmzondag – jaar A

A-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Palmzondag Mt.26,14-27,66

Verraden en verloochend

Heer,

laat het nooit aan ons gebeuren

dat wij U verraden,

dat wij U verloochenen …

Vergeef ons nu al

elk onverhoeds moment

waarop wij U vergeten.

Maar hebt U ons ook niet getoond

toen U Jeruzalem binnenreed

op een ezel,

toen U het brood brak met uw vrienden

en tranen schreide in Getsemane

dat U één bent

met hen die klein en nederig zijn,

met hen die gebroken worden

en tranen van onmacht huilen?

Geef ons dan de moed

en een mateloze liefde om ook

deze mensen niet te verraden of

te verloochenen voor dertig zilverlingen.

Dank, Heer,

dat U niet gevlucht bent

voor het lijden dat U te wachten stond:

anders zouden we

nooit hebben begrepen

hoeveel U van

ons houdt.

Palmzondag

Johannes 8, 1-11

“Ik veroordeel je niet !”

Mijn God, wat bent u goed !

Hoe oneindig is uw barmhartigheid.

U kent ons vallen en ons opstaan,

U weet wanneer wij van goede of van kwade wil zijn.

Al onze gedachten zijn door U gekend.

En toch hebt U ons lief zonder grenzen!

U veroordeelt ons niet,

U pint ons niet vast op onze gebreken.

Als wij in het stof van onze zwakheid liggen,

wijkt U niet van onze zijde.

U neemt de tijd, geeft de tijd,

spreekt een woord van bevrijding

en richt ons weer op.

Zo is uw liefde in staat

om de kilste plekken van ons hart

weer ontvankelijk en warm te maken.

  • Iny Driessen

Zoeken in Preken Online