Eén van de mooiste dingen in deze tijd van het jaar, dierbare parochianen en gasten van deze Vredeskerk, dat zijn toch wel de vogels: hoe ze tjilpen, koeren, kwetteren en fluiten … vooral rond zonsopgang. Het moet nog Pasen worden veelgeliefden, we staan vandaag aan ’t begin van de zware Goede Week maar toch … we weten: het komt goed. De vogels vertellen het ons. Zij kondigen de verrijzenis van Christus en die van onszelf reeds aan. Ik ben blij dat Christus en de kerk ons uitnodigen om te bidden ’s morgens vroeg, want dan kun je er goed naar luisteren, naar de taal van de vogels in deze tijd van het jaar, dan kun je wat ze zeggen goed tot je door laten dringen en er stil bij zijn. Want als je niet oppast, mensen, ga je er zo aan voorbij aan wat vogels, zon en bloemen zingen en zeggen …
Alles en iedereen bidt, “elk schepsel bidt, het vee en de wilde dieren bidden en knielen neer, en wanneer ze uit hun stallen of holen komen, kijken ze niet zonder reden naar de hemel; al wat adem heeft, doet op eigen wijze mee. Maar ook de vogels richten zich naar de hemel wanneer ze opstijgen, en bij gebrek aan handen maken ze een kruis met hun vleugels en ze zeggen iets dat op een gebed lijkt.” Deze laatste woorden, een vrome fantasie, zijn niet van mijzelf, maar van de priester Tertullianus die leefde in de derde eeuw. En ik denk, veelgeliefden, dat we vanuit de gedachten zoals hij die verwoordt, ook mogen kijken naar het verhaal van Jezus’ lijden zoals wij dat zoëven samen aan elkaar en aan onszelf hebben verteld - in een gedateerde vertaling helaas …
Wat Jezus leeft … en wat de vele andere mensen die wij in dat lijdensverhaal tegenkomen leven, ik denk mensen: dat is het verhaal van hun verlangen … en dus: gebed. Want gebed ís verlangen. En verlangen is gebed. Wat is jouw diepste verlangen? Wat is jouw diepste gebed? Ik denk mensen: als je dat weet, als je dat diepste spoor in jouw hart kent en het volgt: dan ben je “bij jezelf” zoals men dat tegenwoordig zegt. En ik denk dat je dan ook “bij God” bent. Als je op het spoor van je diepste verlangen zit, dan ben je op weg naar Hem. En groter vreugde dan dát veelgeliefden: ervaren dat je op ’t goede spoor zit, mét Hem, geleid door Zijn Geest, op weg zijn naar Hem; groter vreugde dan dat veelgeliefden is er in ons bestaan niet.
Ongetwijfeld zít Jezus op dat spoor. Ja, zozeer is Hij één met dat spoor, met het verlangen naar God in Hem, met wat hij noemt “de wil van de Vader”; Hij is daar zozeer één mee dat Hij, Jezus, voor ons zelf dat spoor ís: Hij is “de weg, de waarheid en het leven” horen we in het Johannes-evangelie. En omdat Jezus op dat spoor zit, ja het ís - dáárom trok Hij in Zijn aardse levensdagen de mensen aan en daarom trekt Hij óns nog altijd aan. Jezus is geen geschiedenis. Nee, Hij is heden. Hij is. Hij is eeuwig.
Maar begrijpen wij Hem veelgeliefden? Begrepen Zijn eerste leerlingen Hem? Begreep Petrus Hem? Begreep Judas Hem? Begrepen de vrouwen Hem? Begrepen Zijn tegenstanders Hem? Het is terecht natuurlijk dat we ons dit afvragen. En ik zou zeggen: De vraag stellen is hem beantwoorden. Nee, we begrijpen Jezus niet. We begrijpen Hem onvoldoende. En daarom herhaalt de geschiedenis, Zijn geschiedenis, zich steeds opnieuw. Daarom maken we steeds weer hetzelfde méé als in het lijdensverhaal. Daarom doen we het elkaar aan …
In de afgelopen week sprak ik een collega die een flink aantal jaren echt een beminde pastoor is geweest in een Limburgs dorp. Een hartelijke man. Een liefderijke man. Maar … in het hart van deze collega leefde een groot verlangen: een verlangen om “samen te zijn”, een verlangen naar intimiteit met een vriend. Daar droomde hij van. Dat was zijn gebed mogen we wel zeggen. En veelgeliefden … dat gebed werd verhoord. De vriend waar hij naar verlangde kwam hij tegen. En zijn verlangen wérd vervolgens: om zijn dagelijks leven met die vriend te delen: “tafel en legerstede”. De collega in kwestie ging erover praten met de bisschop. Die zei tegen hem: Denk er nog eens goed over na. En neem na Pasen een beslissing. Zo spraken zij af. Maar de collega in kwestie nam vervolgens óók een lid van het parochie-bestuur in vertrouwen, iemand die hij hoog had en inderdaad meende te kúnnen vertrouwen … maar dat bleek ten onrechte te zijn … Het bestuurslid in kwestie kon er niet goed mee omgaan. Het werd een rel. De beer brak los. En op Goede Vrijdag, het is ongelogen mensen, ontsloeg de bisschop de priester in kwestie … “En dan maak je het opeens zélf méé, dat hele lijdensverhaal, dan zit je er opeens middenin” zei de collega … die nu met zijn vriend woont, maar die nog altijd droomt. Hij droomt nu van concelebraties, van eucharistie-vieringen waarin méér priesters, bijvoorbeeld samen met de bisschop vóórgaan. Dat mist hij nu. En hij droomt ervan. Dat er zo’n concelebratie plaatsvindt. Maar er is steeds een reden waarom hij er niet aan kan deelnemen. Zijn albe is te kort. Of hij moet naar de w.c. Etcetera. In zijn dromen komt die situatie steeds terug, soms wel twee keer per week …
Veelgeliefden: Waardoor wordt ons gedrag gemotiveerd? Wat motiveert de priester-collega over wie ik vertelde? Wat motiveerde zijn parochie-bestuurslid? Wat motiveerde zijn bisschop? Wat motiveerde Judas? Wat motiveerde Jezus? Wat motiveert mij? Wat motiveert U? Waardoor worden wij bewogen? Ach, mensen: Iedereen bedoelt het natuurlijk altijd goed. Wij menen in ons gedrag en onze keuzes te doen wat goed is en het goede, ja Gód en het diepste verlangen van God in ons en ten aanzien van ons te dienen … Dat gold zelfs voor Judas denk ik. Hij wilde het oude en het nieuwe bij elkaar brengen. Hij wilde de joodse religieuze autoriteiten van destijds (de toenmalige bisschoppen als het ware); hij wilde hen en Jezus bij elkaar brengen. Het kón toch niet zo zijn dat er een tegenstelling kon bestaan tussen Jezus en “het geloof der vaderen”, tussen Jezus en de overgeleverde leer en tradities en rituelen? Nee, dat zou niet moeten kunnen. We kunnen het op dit punt met Judas eens zijn. De evangeliën proberen dat voortdurend duidelijk te maken: die zien en “lezen” Jezus helemaal in het licht van Israël’s wet en profeten. Dus ook Judas poogt “de wil van de Vader” te doen. Maar het pakt heel anders uit dan hij had voorzien: De grote verzoening tussen Jezus en de joodse religieuze leiders blijft uit. Ze vallen elkaar níet wenend in de armen. Integendeel. Jezus gaat eraan. Dat had Judas niet aan gedacht - dat het zó zou kunnen aflopen. En daar kan hij niet mee leven, met die afloop. En hij slaat de hand aan zichzelf.
Het leven is soms een “comedy of errors” veelgeliefden. Soms is het een soap vol misverstanden en vergissingen: Zoals het uitpakt, zo hadden we het niet bedoeld. Relaties, huwelijken, gezinnen, families, de kerk, de wereld gaan er aan kapot. Waar ooit liefde was en harmonie komt bitterheid, wrok, kilte en haat - als je niet oppast. Want de kunst is het natuurlijk mensen om ook in de duisternis voort te gaan op het spoor, op de weg van jouw diepste verlangen - om ook dán, juist dán te bidden … Jezus doet het. Op alle etappes van de lijdensweg zit Hij op dat diepste spoor en bidt Hij: bij het laatste avondmaal, op de plek die Getsemane heette, als Hij wordt overgeleverd, als hij voor Kajafas de hogepriester en voor Pilatus de landvoogd staat en als hij tenslotte gekruisigd wordt. In zijn eenzaamheid en godverlatenheid roept Hij God nóg aan.
Veelgeliefden, “doen wij evenzo”. Dat ook wij ons door géén duisternis en tegenslag laten ontmoedigen en trouw blijven aan de stilte en leegte in ons waarin we de vogels horen tjilpen, koeren, kwetteren en fluiten en waarin de stem van ons diepste en hoogste verlangen klinkt. Amen.